Hulp van Syrië bij arrestatie in Irak

De Iraakse politie heeft gisteren in Bagdad een neef van Saddam Hussein gearresteerd, die wordt beschouwd als de belangrijkste financier van de sunnitische rebellie in Irak. De aanhouding was volgens Iraakse bronnen mogelijk dankzij medewerking van Syrië, het buurland dat door de Verenigde Staten herhaaldelijk is beschuldigd van betrokkenheid bij de opstand in Irak.

De aangehouden financier, Yasir Sabhawi Ibrahim, is een zoon van Saddams halfbroer Sabhawi Ibrahim al-Hassan al-Tikriti die al eerder dit jaar door Syrië werd overgedragen aan de Iraakse autoriteiten. De nu opgepakte Ibrahim werd aangetroffen in een appartement in Bagdad nadat Syrië hem enkele dagen geleden had gedwongen dat land te verlaten, aldus van bronnen bij de Iraakse veiligheidsdiensten. Een van de functionarissen noemde Ibrahim ,,de gevaarlijkste man in de opstand'' in Irak. Een andere functionaris, van het ministerie van Defensie, zei dat met de aanhouding een ,,belangrijke slag'' is toegebracht aan het terreurnetwerk in Irak.

Pikant is dat de aanhouding van Ibrahim is geschied met de actieve medewerking van de Syrische autoriteiten. Volgens de Iraakse functionarissen dwong Syrië hem vanuit Damascus terug te keren naar Irak maar droegen ze hem niet over aan de Iraakse autoriteiten. Wel waren de Syriërs op de hoogte van de verblijfplaats van Ibrahim in Bagdad en gaven ze die informatie door aan de Amerikaanse autoriteiten. Die lichtten op hun beurt de Iraakse regering in, waarop tot aanhouding werd overgegaan.

De gang van zaken voedt recente speculaties over toenadering achter de schermen tussen Syrië en de VS, waarbij Damascus zou hebben beloofd de grens met Irak af te sluiten voor rebellen. Washington houdt Damascus verantwoordelijk voor in ieder geval passieve steun aan het (sunnitische) geweld, en heeft de afgelopen tijd de diplomatieke druk op Syrië opgevoerd.

Daarnaast is de druk op Syrië sterk toegenomen door het onderzoek onder auspiciën van de Verenigde Naties naar de moord op de Libanese oud-premier Rafiq Hariri, in februari dit jaar. Vanmiddag zou de Duitse diplomaat Detlev Mehlis zijn onderzoeksrapport overhandigen aan VN-secretaris-generaal Kofi Annan, waarna het morgen aan de Veiligheidsraad zou worden getoond.

Waarnemers verwachten dat in het rapport nadere aanwijzingen zullen staan voor Syrische betrokkenheid bij de moord op Hariri. Amerikaanse en Franse diplomaten zouden al bezig zijn met het opstellen een nieuwe VN-resolutie waarin Syrië wordt veroordeeld. Maar in het Duitse blad Die Zeit benadrukte de Syrische president Bashir al-Assad gisteren dat zijn land niet achter de moord zat. ,,Wij zijn 100 procent onschuldig'', aldus Assad.