Hard op weg naar totalitaire samenleving

De privatisering van grote delen van de publieke sector vormt een gevaar voor de democratie, meent Frank Ankersmit. In West-Europa wordt door de neoliberalen op een schandelijke wijze geknoeid met onze souvereiniteit. Het gevolg is een refeodalisering van de samenleving, terwijl we terug zouden moeten naar een sterke staat. Volgens Paul Frissen is deze sterke staat al volop in ontwikkeling. Hij schetst een zorgelijk toekomstbeeld: de staat als panopticum.

De koepelgevangenis is het bekendste voorbeeld van een panopticum. Bedoeld als humanisering van het strafrecht – alle gedetineerden in een individuele cel – kan je deze gevangenis beschouwen als een metafoor voor de totale controle. De gedetineerde ziet zijn bewaker niet en kan door goed gedrag – dat door de bewaker wordt vastgesteld – voorrechten verdienen. Het hoogste voorrecht is de vervroegde terugkeer in de samenleving als volledig genormaliseerde burger.

De idee van deze gevangenis is dat het zowel een preventieve als een repressieve werking heeft. Het panopticum is totalitair zonder het brute geweld van de terechtstelling.

Mijn stelling is dat de Nederlandse staat panoptisch begint te worden. Dit berust op de waarneming van vier verschijnselen die een steeds prominenter plaats krijgen in het repertoire van de staat.

Centralisatie.

Op tal van beleidsterreinen zien we centralisatie. De vorming van een landelijke politie is daarvan een treffend voorbeeld. Vooral ook de argumenten zijn illustratief. Enerzijds is daar de kwestie van de macht: die moet in één hand komen. Anderzijds is er het magische woord efficiency. Die zou door grootschaligheid en centralisatie worden vergroot. Dat daarvan in de publieke sector nauwelijks enig bewijs voorhanden is, mag niet baten. Wat bij de politie centralistisch en grootschalig is aangevat – het communicatiesysteem C2000 bijvoorbeeld – mag inmiddels een klassieke automatiseringsramp heten. Bureaucratisering.

Nederland lijkt in de greep van een permanente planning die voortvloeit uit de statelijke regelzucht. De ene helft van het jaar schrijven we onze plannen op, de andere helft van het jaar zijn we kwijt aan verantwoording over de resultaten. Die zijn natuurlijk nooit conform de plannen, waardoor meer plannen moeten worden gemaakt. Geleidelijk aan is de bureaucratisering van de wereld volledig aan het worden.

De gezondheidszorg laat daarvan navrante voorbeelden zien. Om marktwerking te bevorderen, introduceren we de diagnose behandeling combinatie (DBC). DBC's combineren transparantie van kosten met disciplinering van professionals.

De ironie is onovertroffen: markten zijn in termen van kosten volledig ondoorzichtig – dat heet daar concurrentie. Disciplinering van professionals maakt dat de productiestraten van het ziekenhuis de voorhoede van de gezondheidszorg worden. Planbaarheid, beheersbaarheid en betaalbaarheid zijn de mantra's van deze bureaucratisering.

Preventie.

De staat bemoeit zich steeds uitdrukkelijker met onze gezondheid. Rokers zijn inmiddels halve paria's geworden, voedsel is zo zondig dat we bij voorkeur over voedselveiligheid spreken, obesitas is volksvijand nummer 1. De retorische strategie is veelzeggend: een sluipende ramp dient zich aan en preventie kan niet vroeg genoeg beginnen.

Voordat ouders hun kinderwens gaan materialiseren, dient de voorlichting al te starten. Het hielprikje zetten we in een elektronische dossier dat wordt gekoppeld aan andere bestanden: van de school, de gezondheidszorg, justitie en politie. En onder leiding van Steven van Eijck wordt een panopticum in het jeugdbeleid gebouwd. Opnieuw is het motief volstrekt nobel: Savannah's moeten worden voorkomen.

Normering.

In toenemende mate registreren en monitoren we allerlei gedrag. De inspecteurs en toezichthouders rukken op, vergezeld door een nieuwe taal: protocollen, benchmarks, certificatie, accreditatie. Wie registreert en normeert, ziet alom afwijking en tekort. Ziektebeelden nemen toe, afwijkend gedrag wordt snel strafbaar gedrag. Dan hebben we inburgeringscursussen, coaching en therapie nodig. En voor we het weten, hebben we weer sterilisatieprogramma's: de ultieme vorm van preventie.

Zonder normering geen integratie. Dat weten we maar al te goed in een land waar beeldenstorm, schuilkerk en processieverbod tot onze gemeenschappelijke historie behoren. Maar die geschiedenis is er een van verschil en meervoudigheid.

De staat was altijd zwak en relatief leeg: daarmee hebben we de burgeroorlog weten te voorkomen.

Hier geen Oranjemarsen.

Dat tij lijkt nu echter te keren. De staat met zijn machtige en gevaarlijke monopolies van geweld en belasting is de bewaker geworden die in al die panoptica de normen stelt. Het zijn panoptica waarin de oppassende burger wordt bewaakt en beschermd, waarin goed gedrag wordt beloond en fout gedrag wordt voorkomen, waarin fatsoen gewoon is en de staat moet handhaven.

De brave burger denkt buiten de gevangenis te zijn, terwijl deze inmiddels in zijn hoofd zit.

Paul Frissen is hoogleraar Bestuurskunde aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg, decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) en lid van het adviesorgaan Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). Dit is een verkorte versie van zijn reactie op de lezing van prof. Ankersmit.