Hans Dijkstal zal afhaken als intermediair

Financiële tussenpersonen zoals verstrekkers van hypotheken moeten aan strengere eisen voldoen. De beroepsgroep is nog niet blij met de nieuwe wet.

De sprekers hielden vrolijke, optimistische verhalen. Maar de afgeladen zaal bleef sceptisch over zowel de datum van invoering van de Wet financiële dienstverlening (Wfd), als over de implicaties ervan. ,,De Wfd is niet tegen u, de Wfd is er vóór u'', jubelde minister Zalm. ,,Samen staan we sterk!'' vulde project-directeur Kees Scholtes van de Stichting financiële dienstverlening (STFD) aan.

Daartegenin kwamen kritische geluiden uit de zaal, die met applaus werden begroet. ,,Waarom moeten we per se strenger zijn dan de rest van Europa?'' vroeg een van de aanwezige 1.400 financiële adviseurs, voor wie de wet bedoeld is. Een ander: ,,Waarom moet de wet opeens met zo veel haast worden ingevoerd? We krijgen al zo veel voor onze kiezen.''

Vanaf 1 januari, is de streefdatum van minister Zalm, zullen alle financiële dienstverleners (van hypotheekadviseurs tot assurantietussenpersonen) zich beter moeten verantwoorden voor hun activiteiten. Iedere adviseur moet een vergunning aanvragen bij de AFM – en krijgen. Tot nu toe zijn financieel adviseurs ingeschreven in een register bij de Sociaal Economische Raad. Daar blijft het bij. De SER controleert niet of de adviseur tijdens zijn loopbaan zijn kwaliteit behoudt, en kan ook geen sancties opleggen. Er is praktisch geen toezicht op incapabele en malafide praktijken. Dat gaat met de nieuwe wet veranderen.

Minister Zalm beoogt met de wet de betrouwbaarheid, de deskundigheid en de transparantie van de financiële adviesmarkt te vergroten. Ook moet de relatie tussen ,,sommige tussenpersonen en aanbieders'' duidelijker worden. Zalm doelt op de nauwe banden tussen grote verzekeringsconcerns en, in naam, onafhankelijke intermediairs.

Het congres over de Wfd, gistermiddag in het Utrechtse Beatrixtheater, was vooral bedoeld om `de markt' te informeren over de werking van die wet, en hoe men zich kan voorbereiden. Als een schoolmeester liep directeur Jurjen Oosterbaan Martinius van het organiserende adviesbureau D&O vraag voor vraag het aanmeldingsformulier door dat iedere financiële adviseur en tussenpersoon moet invullen om een vergunning bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) aan te vragen. Hij deed dat even duidelijk als luchtig. ,,Bij vraag 1a vult u uw naam en adres in, ook die van uw bedrijf.''

Bij de vraag 5 werd het ingewikkelder. Daar moet de financiele dienstverlener zelf beoordelen of hij betrouwbaar is - bij twijfel zal de AFM geen vergunning verlenen. En je mag alleen ja of nee invullen. Let op, zei Oosterbaan. Denk goed na, wees eerlijk. ,,Er zijn veel vragen reparabel, maar onbetrouwbaarheid niet.'' De adviseur uit Hoevelaken zag ook een lichtpuntje'',,Als u deze toets doorstaat kunt u de betrouwbaarheidscriteria van de AFM [onder meer: discretie, waarheidslievendheid, prudentie, wetsgetrouwheid] mooi boven uw deur spijkeren. Prima marketing.''

Opvallend was dat geen van de betrokken partijen het eens is hoe groot de markt van financiële dienstverleners nu precies is. De Stichting Financiële Dienstverlening rept van tienduizend, adviseur Oosterbaan Martinius van twintigduizend en de AFM van twaalfduizend. Voor AFM-directeur Theodoor Kockelkoren is dat een van de doelstellingen van de Wfd: ,,Zo krijgen we markt goed in beeld.'' De tweede luidt: ,,Slim toezicht houden.''

Topambtenaar Theo Harms van het ministerie van Financiën, verwacht door het vergunningenstelsel een schifting van de markt. Niet alleen de mensen zonder de vereiste kwaliteit zullen afhaken, maar ook de ,,slapende adviseurs'', ,,Er zijn een hoop mensen met een SER-inschrijving die niet actief zijn. Zelfs Hans Dijkstal schijnt nog te zijn ingeschreven. Die zal een vergunningaanvraag te kostbaar vinden.'' De voormalige vice-premier was van 1967 tot 1982 `zelfstandige financieel adviseur'.