`Dozen vol foto's sleepte ik naar mijn hol'

Het Rijksmuseum heeft vierhonderd foto's aangekocht uit de unieke collectie van fotograaf Willem Diepraam. ,,Het besef van tijd sprong me in de nek.''

Er zitten foto's tussen van Ed van der Elsken, Johan van der Keuken en Cas Oorthuys. Wereldberoemde fotojournalisten als Robert Capa, Werner Bischof en Henry Cartier-Bresson zijn erin vertegenwoordigd, de laatste met een uniek portret van Ghandi. Zeldzame foto's, originele afdrukken uit de tijd waarin ze geschoten werden. Foto's waar tientallen jaren naar gezocht is. En nu doen de eigenaren Willem Diepraam en zijn vrouw Shamanee Kempadoo ze in één klap van de hand.

,,Ik ben meer een vinder dan een verzamelaar'', verklaart Willem Diepraam (1944) zijn beslissing. ,,Ik heb altijd een ontzaglijk plezier gehad in het zoeken naar dingen. Het bezit interesseert me niet. Mijn moeder zei altijd: je kunt het toch niet meenemen als je dood gaat. Naar mijn gevoel heb je zo'n collectie te leen. Nu geef ik hem weer door.''

Diepraam was in de jaren zeventig en tachtig een toonaangevend fotograaf die zijn sociaal bewogen reportages publiceerde in het weekblad Vrij Nederland en daarnaast werkzaam was voor liefdadigheidsorganisaties als Novib. Zijn verzamelwoede begon al vroeg. ,,Sinds ik volwassen ben loopt mijn huis vol met dingen die ik mooi vind'', zegt Diepraam. ,,Maar foto's ging ik pas verzamelen toen ik begin jaren zeventig zelf als fotograaf aan de slag ging. Ik wilde weten wat mijn positie was als fotograaf, wat er in de loop der decennia gemaakt was. In die tijd verzamelde haast niemand foto's. Ik kwam terecht in een kleine, internationale kring van liefhebbers. Dozen vol foto's heb ik naar mijn hol gesleept. Die vond ik op het Waterlooplein, in kelders, of ik kocht ze met kisten tegelijk op veilingen. Met tienduizenden kwamen ze mijn huis binnen, en 95 procent ging er aan de achterkant weer uit.''

Die eerste collectie viel stil aan het begin van de jaren tachtig, toen Diepraam door persoonlijke omstandigheden – zijn vrouw en twee kinderen kwamen in 1977 om bij de vliegramp op Tenerife – zijn interesse erin verloor. De foto's verkocht hij aan de Rijksdienst Beeldende Kunst. Een deel daarvan, de negentiende-eeuwse foto's, belandden bij het Rijksmuseum, de foto's uit de twintigste eeuw gingen naar het Stedelijk Museum in Amsterdam.

De collectie die het Rijksmuseum nu gekocht heeft, is zijn tweede. ,,Op een gegeven moment ben ik opnieuw begonnen met verzamelen. Ditmaal waren het echt persoonlijke voorkeuren van mijn vrouw en mij. Ik heb altijd een fascinatie gehad voor de enkele foto. Er zitten haast geen seriële verbanden in de collectie. Al is er wel een mooie samenhang in de verschillende werken van Gerard Fieret, de beste nog levende fotograaf van Nederland.''

De beslissing om ook deze tweede collectie te verkopen heeft te maken met het opkomende gevoel van sterfelijkheid, zegt Diepraam. ,,Het besef van tijd sprong me in de nek. Tien jaar geleden was ik al begonnen met het afstoten van foto's. De collectie liep toen tegen de vierduizend stuks. Daarnaast beschikte ik over een grote verzameling fotoboeken. Daar zaten veel dubbelingen in, en boeken waar ik in geen jaren meer had ingekeken. Die `overbodige' bibliotheek heb ik ongeveer een half jaar geleden aangeboden aan het Rijksmuseum. In de boeken hadden ze geen interesse. Maar er was wel net besloten dat het museum zijn aandachtsgebied wilde verruimen naar de twintigste eeuw. Daar paste mijn fotocollectie prachtig in.''

Diepraam geeft toe dat de hoge prijzen die sinds enkele jaren voor contemporaine, internationale fotografie gevraagd worden hem gesterkt hebben in zijn beslissing. ,,De fotografiemarkt is een gekkenhuis geworden, de prijsontwikkelingen zijn volkomen surreëel. De sfeer is ook veranderd. Het verzamelen van fotografie gaat nu meer om investeringen, er heerst een celebrity-cultuur. Ik ben nooit zo rijk geweest dat ik kon kopen wat ik wilde, moest het altijd doen met die neus van me. Met een beetje kennis kun je de horde aardig voorblijven. De meeste verzamelaars weten niet zo veel.''

Spijt heeft hij tot nu toe niet gehad, zegt Diepraam. ,,Het voelt niet als een verlies. Toen ik afstand deed van mijn eerste collectie heb ik ook maar een paar exemplaren gemist. Misschien dat ik nu die prachtige André Kertész ga missen, of dat hele etherische sneeuwlandschap dat William Post maakte aan het begin van de twintigste eeuw. En natuurlijk maakt het geld dat ik ervoor gekregen heb ook iets goed.''