Crash

Crash, het even geestige als gruwelijke regiedebuut van Paul Haggis, gaat over veel mensen en heeft één onderwerp: racisme, dat zich vaak net onder de oppervlakte bevindt maar zich in deze film een weg naar buiten vecht. Aziaten, Latino's, witten, zwarten, arabieren, niemand ontkomt eraan. Het is of de bewoners van Los Angeles plotseling collectief aan het syndroom van Tourette lijden. Er is geen scheldwoord dat niet door huidskleur is geïnspireerd. Eigenlijk geldt dat voor alles: er is ook geen handeling die niet door huidskleur is geïnspireerd. ,,Ik lig in bed met een witte vrouw'', zegt een zwarte politie-inspecteur door de telefoon. Als hij ophangt verontschuldigt hij zich bij zijn Latijns-Amerikaanse vriendin. ,,Sorry, als ik Mexicaans had gezegd, had het minder indruk gemaakt.'' De manier waarop alle personages uiteindelijk met elkaar te maken krijgen is vernuftig, wellicht iets te. Soms lijkt het net alsof er in Los Angeles niemand woont behalve de personages uit de film. Goede en slechte eigenschappen zijn erg netjes over alle verschillende personages verdeeld; niemand is in overdrachtelijke zin wit of zwart, iedereen is keurig grijs. Daar staat tegenover dat die personages door tal van bekende acteurs vaak uitmuntend worden gespeeld. Haggis, die eerder veel tv-series maakte en het scenario voor Clint Eastwoods Oscarmagneet Million Dollar Baby schreef, weet door al die overdrijvingen en vereenvoudigingen te raken.

Met: Don Cheadle, Matt Dillon, Thandie Newton, Sandra Bullock, Brendan Fraser. In: 24 bioscopen.