Bedrijven beïnvloeden richtlijnen

Aan zeventig procent van de medische richtlijnen, waarin staat welke behandeling patiënten moeten krijgen, hebben mensen meegewerkt die betaald werk verrichten voor farmaceutische bedrijven.

Dat blijkt uit een inventarisatie door journalisten van het Britse wetenschappelijke tijdschrift Nature, die vandaag verschijnt.

De Nature-journalisten baseerden zich vooral op Amerikaanse richtlijnen. In het onderzoek zijn geen binnenlandse Nederlandse richtlijnen meegenomen. De invloed van de bedrijven loopt uiteen van betaald advieswerk, het betaald geven van lezingen, het uitvoeren van contractonderzoek of het bezit van aandelen in een farmaceutisch bedrijf. Het is de eerste keer dat een dergelijke inventarisatie is uitgevoerd.

Uit het Nature-onderzoek, waarin ruim tweehonderd richtlijnen onder de loep werden genomen, blijkt ook dat één op de drie mensen die aan een richtlijn meewerken, banden heeft met de farmacie. De helft van de richtlijnen maakt geen melding van een eventueel `belangenconflict'. Het meest genoemd wordt de ontvangst van onderzoeksgeld door een farmaceutisch bedrijf. Aandelenbezit komt het minst voor.

Medische richtlijnen geven advies over hoe een arts het best een bepaalde aandoening kan behandelen of een diagnose kan stellen. In de richtlijn wordt ook aangegeven wat het beste type medicijn is. In Nederland zijn tientallen instanties die hun eigen richtlijnen maken. De richtlijnen van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en die van het gezondheids-kwaliteitsinstituut CBO – dat richtlijnen maakt voor medisch specialisten – zijn de belangrijkste.

Hoe vaak farmaceutische bedrijven in Nederland betrokken zijn is een dergelijk onderzoek nooit gedaan. De koepel van farmaceutische bedrijven, Nefarma, laat weten daarom geen schatting te kunnen maken. Dr J. Burgers, richtlijndeskundige bij het CBO, schat dat tachtig tot negentig procent van de medisch specialisten die meewerkt aan de totstandkoming van een CBO-richtlijn, banden heeft met de farmaceutische industrie. Bij het maken van een richtlijn zijn echter niet alleen medisch specialisten betrokken.

Volgens deskundigen op het gebied van volksgezondheid, die in het Nature-artikel aan het woord komen, is het mogelijk dat deze praktijk het voorschrijfgedrag van artsen beïnvloedt. Zij verwijzen daarbij onder andere naar een wetenschappelijke studie uit 2000, waaruit bleek dat artsen minder kritisch worden over het wetenschappelijk gehalte van medisch onderzoek na contact met een vertegenwoordiger van een farmaceutisch bedrijf. Een woordvoerder van het farmaceutisch bedrijf MSD laat echter weten het daarmee ,,pertinent oneens'' te zijn.

Voor buitenstaanders is het moeilijk na te gaan hoe samenstellers van een richtlijn met farmaceutische bedrijven samenwerken. De grootste Nederlandse richtlijnmakers, NHG en CBO, vermelden deze banden niet in detail, al is die informatie bij de organisatie wel bekend. De woordvoerder van farmakoepel Nefarma meldt desgevraagd dat Nefarma graag zou zien dat deze informatie ook bij richtlijnen concreet gemeld wordt.