`We kenden Nederland alleen van het Helmondse Vlisco'

Vluchtelingen kunnen in Nederland niet vanzelfsprekend hun oude beroep oppakken. Wat voor werk doen ze dan wel? Deel 4 van een serie. ,,Mijn klasgenoten waren in het begin niet vriendelijk.''

Naam: Ninfoon Zoumaro-Djayoon (30), Togo

Gevlucht vanuit: Benin naar Nederland in 1997

Beroep daar: nvt

Beroep hier: financieel assistent bij Cordaid

Haar vader was vier maanden minister van Onderwijs in het Afrikaanse Togo toen het hele gezin moest vluchten. Nu is hij conciërge op een basisschool in Veghel. Hij heeft zes jaar aan een Franse universiteit gestudeerd en was daarna 23 jaar docent Frans in Togo.

Ninfoon Zoumaro-Djayoon was bijna achttien toen haar ouders met hun zoon en drie dochters naar Benin vluchtten. Na de volksopstand in 1990 leek het erop dat de macht van de Togoleze generaal Gnassingbé Eyadéma gebroken was, vertelt Zoumaro-Djayoon. Haar vader werd minister maar al snel werd een militaire coup gepleegd. Er werden weer mensen vermoord om hun ideëen en ook het gezin van Zoumaro-Djayoon werd thuis aangevallen, vertelt zij. Samen met duizenden anderen vluchtten ze in 1993 naar het buurland Benin. Benin kende hun de vluchtelingenstatus toe. ,,We dachten echt dat we daar zouden blijven'', zegt Zoumaro-Djayoon, ,,maar in 1997 kwam in Benin een vriendje van Eyadéma aan de macht en moesten we weer vluchten.'' Van de UNHCR hoorden ze dat Nederland bereid was hen op te nemen. ,,We kregen het blauwe UNHCR-paspoort'', zegt Zoumaro-Djayoon, die Nederland alleen kende van Vlisco, de stoffenfabrikant uit Helmond. ,,In Togo en Benin worden hun stoffen veel gedragen.''

In Nederland werd het gezin van Zoumaro-Djayoon drie maanden in een opvangtehuis geplaatst totdat er een huis in het Brabantse Veghel voor hen gevonden was. Anders dan asielzoekers had haar familie al de vluchtelingenstatus en daardoor een verblijfsvergunning. De eerste anderhalf jaar volgde het hele gezin taalcursussen. Zoumaro-Djayoon spreekt inmiddels vloeiend Nederlands. Dat was nog niet zo toen zij in 2000 begon met een hbo-opleiding management, economie en recht in Eindhoven. Ze kwam als 25-jarige in een klas met kinderen van 18. ,,Ik sprak nog niet goed Nederlands, kwam uit een andere cultuur en mijn klasgenoten waren in het begin niet vriendelijk.''

Vorig jaar studeerde ze met een half jaar vertraging af want ze kon geen bedrijf vinden voor haar afstudeerstage. Uiteindelijk heeft de school haar een afstudeeropdracht gegeven. Zoumaro-Djayoon wilde na haar studie niet een commerciële functie. Dat past niet bij haar zegt ze. En de taal is toch een obstakel, ervaart Zoumaro-Djayoon. ,,Ik denk in het Bassar of als het om meer intellectuele gesprekken gaat, in het Frans'', zegt ze.

Zoumaro-Djayoon kreeg van Stichting voor vluchteling-studenten UAF een consulent toegewezen en die kwam met een vacature bij de katholieke ontwikkelingshulporganisatie Cordaid. Eind januari dit jaar had de 30-jarige Zoumaro-Djayoon haar eerste gesprekken daar en begin februari kon ze beginnen als financieel assistent bij het team Centraal Afrika. ,,Beter kan ik me niet wensen'', zegt Zoumaro-Djayoon. Op haar werk voelt ze zich dicht bij de wereld waar ze vandaan komt. ,,Ik voel me daar thuis, het geeft me veel voldoening. Soms is dat ook prettig voor Cordaid, ik spreek de taal, ik ken de cultuur en de gang van zaken in die regio'', zegt ze.

Zoumaro-Djayoon heeft twee dromen: bij Cordaid financieel medewerker worden en uiteindelijk terugkeren naar Togo. April dit jaar zijn weer 30.000 – voornamelijk jongere Togolezen – gevlucht. ,,Iedereen hoopt toch dat zijn land ooit geen ontwikkelingsland meer zal zijn en wil daaraan kunnen bijdragen.''

Haar vader is in zijn vrije tijd vrijwilliger bij Amnesty International. Haar moeder, die als sociaal wetenschapper altijd voor ontwikkelingshulporganisaties heeft gewerkt, zet zich nu in voor het Liliane Fonds.

Dit is het vierde deel van een serie over vluchtelingen en hun baan in Nederland. Volgende week: een vluchteling die in de bollen werkt.