Vrijspraak in hoger beroep na wegvallen getuigenverklaring

Het Haagse gerechtshof is in de zaak-Soares van mening dat geen van de getuigenverklaringen waarop het vonnis was gebaseerd, als bewijs kan dienen. Het hof sprak de verdachte, een 29-jarige Rotterdammer, gisteren daarom vrij. Het openbaar ministerie had zestien jaar cel geëist.

Cruciaal in de zaak-Soares was de vraag of een eventuele veroordeling bij gebrek aan technisch bewijs kon stoelen op een getuigenverklaring waarvan de betrouwbaarheid ter discussie stond. Ondersteund door aanvullende verklaringen had de getuigenis als bewijs had kunnen dienen, maar het hof was van oordeel dat dit niet het geval was.

Het 13-jarige slachtoffer werd op 1 februari 2003 doodgeschoten toen hij met vriendjes sneeuwballen gooide nabij metrostation Slinge in Rotterdam-Zuid. De Rotterdamse rechtbank had in januari van dit jaar vooral op basis van diverse getuigenverklaringen geoordeeld dat Gerald H. schuldig was aan doodslag. In hoger beroep trokken twee getuigen hun verklaring in. Zelf heeft H. altijd ontkend dat hij betrokken is geweest bij het incident.

Een 24-jarige Rotterdamse vrouw stond in een telefooncel bij het metrostation ten tijde van de dodelijke schoten. Tegenover de rechter-commissaris had ze verklaard dat ze een rode Honda Civic, de auto van H., heeft zien wegrijden. Maar tijdens het hoger beroep ontkende ze iets gezien te hebben.