Twee zelfmoordterroristen en een meisje

Er is een meisje en er zijn twee jongens. Het meisje vindt de ene jongen leuk, maar eigenlijk is de andere jongen eerst meer geïnteresseerd. Zo had het ook kunnen gaan in deze film. Gewoon, zoals dat in films gaat. Interesse, hindernissen, en dan liefde – of liefdesverdriet.

Je zou kunnen volhouden dat Paradise Now ook over liefde en liefdesverdriet gaat. Maar dat is dan alleen zo omdat die twee nu eenmaal deel uitmaken van de wereld, dus ook van de wereld van Saïd, Khaled en Suha. Regisseur Hany Abu-Assad nam een paar dagen uit het leven van deze drie mensen en toont die in volle gloed. Werken in de garage, eten bij moeder, tv-kijken, rondhangen, thee drinken, vrienden zien, flirten, wandelen, kletsen. Als ze niet in het teken van het paradijs had gestaan, waren het dagen als alle andere geweest, met drie mensen die je willekeurig waar had kunnen ontmoeten.

Dat is de grootste prestatie van Abu-Assad. Dat maakt Paradise Now zo waardevol, omdat alle energie niet gaat naar een overbodige plot en een nadrukkelijk scenario. Dat maakt Paradise Now ook zo omstreden, omdat de gewone jongens die hij volgt, zich voorbereiden op een zelfmoordaanslag in Israël. Zowel Israëliërs als Palestijnen zijn verontwaardigd over de film, omdat ze menen dat Abu-Assad voor een van beide partij kiest. Ze vinden dat hij moordenaars te menselijk afschildert of juist vrijheidsstrijders te kijk zet. Als je het mij vraagt, hebben de Palestijnen iets meer reden tot verontwaardiging over Paradise Now. De Palestijnse strijders die Khaled en Saïd inzetten voor hun aanslag, spreken louter in holle frases. De enige die een zinnig gesprek met hen voert, is Suha. ,,Snap je niet dat jullie ons kapot maken? Je geeft Israël een excuus'', zegt ze tegen Saïd. ,,Zou Israël zonder excuus ophouden ons zo te behandelen'', is zijn wedervraag. ,,Misschien wel'', zegt ze – het pragmatische antwoord van iemand die zich een weg door de woeste wereld tracht te worstelen.

Toch is Paradise Now niet het meest overtuigend in zijn stellingname. Het laatste deel van de film, waarin dit soort gesprekken plaatsvindt, is beduidend minder interessant dan het eerste deel, waarin Abu-Assad louter observeert.

Voordat zij, of wij, weten dat ze hun aanslag zullen plegen, zien we een boze Khaled de auto mollen van een irritante klant. We zien Saïd Suha met haar auto helpen. We zien Khaled en Saïd op een berghelling zitten, ze roken waterpijp en laten thee brengen door een klein jochie. Dan horen ze een bom in de stad afgaan. De film staat nu nog wijdopen van de mogelijkheden. De hele stad vraagt onze aandacht.

Straks pas zullen Khaled en Saïd horen dat zij de volgende zijn die mogen. De voorbereiding op de aanslag is even fascinerend. De mannen worden geschoren, gewassen en eten samen (met z'n dertienen in een Laatste-Avondmaal-shot) en ze nemen de onvermijdelijke martelarenvideo op. Abu-Assad had zelf kennelijk last van die onvermijdelijkheid, want hij probeert voor het eerst in de film nadrukkelijk iets toe te voegen aan wat tot dan toe een natuurlijk en autonoom proces leek dat zich toevallig voor zijn camera voltrok. Hij probeert leuk te doen. De videocamera blijkt niets te hebben opgenomen van het testament. Bij de volgende poging staan de mannen achter de camera een broodje te eten en zegt Khaled voor de camera tegen zijn moeder waar ze de goedkoopste waterfilters kan vinden. Zonde is dat, zonde dat Abu-Assad toch niet de verleiding van een scenario kon weerstaan.

Paradise Now. Regie: Hany Abu-Assad. Met: Kais Nashef, Ali Suliman, Lubna Azabal. In: 9 bioscopen.