Onwel in het oerwoud

Terwijl de burger in Nederland zich zorgen maakt over de invoering van het nieuwe zorgstelsel, komt uit de Verenigde Staten een relativerende boodschap: het kan altijd erger. Veel erger zelfs. Maandag sloot de autogigant General Motors (GM) een akkoord met de vakbond United Auto Workers waarbij de ziektekostenvergoeding aan werknemers en gepensioneerden met jaarlijks een miljard dollar wordt gekort. GM kan de lasten niet langer dragen. In elke geproduceerde auto zit 1.500 dollar aan ziektekostenpremies. Op die manier kan het bedrijf nauwelijks concurreren met producenten uit Azië. De riante arbeidsvoorwaarden, een erfenis van de jaren zeventig, leverden GM sindsdien de bijnaam `Generous Motors' op.

De problemen van GM staan niet op zichzelf. Delphi, een grote toeleverancier voor de auto-industrie die in 1999 van GM werd afgesplitst, vroeg vorige week uitstel van betaling aan. GM zelf leed het afgelopen kwartaal een verlies van 1,6 miljard dollar. Het ziet ernaar uit dat de twee andere Amerikaanse autogiganten Ford en Chrysler (onderdeel van DaimlerChrysler) het voorbeeld van het bezuinigende GM volgen. Inclusief de tactiek: het verschralen van pensioen- en ziekteverplichtingen, ondersteund door het impliciete dreigement van een bankroet. Het signaal aan de werknemers is overduidelijk: of ze nemen genoegen met die verschraling, of ze hebben straks helemaal niets.

De beslissing van GM onderstreept nog eens hoe gevaarlijk het is pensioenen en het recht op ziektekostenvergoeding te koppelen aan een individueel bedrijf. De lotsverbondenheid tussen onderneming en werknemers wreekt zich als het bedrijf in de problemen raakt, of zelfs omvalt. De kwestie illustreert ook de jungle die het Amerikaanse ziektekostenstelsel is: volgens de jongste telling van het Census Bureau zijn 45 miljoen Amerikanen onverzekerd, bijna een zesde van de bevolking. Tegelijkertijd geven de Amerikanen, van alle bevolkingen van geïndustrialiseerde landen, het meeste aan ziektekosten uit. In 2003 was dat 15 procent van het bruto binnenlands product, volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, bijna twee maal zoveel als de rijke landen gemiddeld besteden. Maar het aantal doktoren, verplegers of bedden op de intensive care-afdelingen is in de VS veel lager dan het OESO-gemiddelde. Minder zorg dus, voor minder mensen, maar voor meer geld.

Zo'n gefragmenteerd zorgstelsel, dat bijna helemaal aan de vrije markt wordt overgelaten, schreeuwt om verandering. Zeker als de kosten buitenproportioneel stijgen ten opzichte van het algemene prijspeil, waardoor uitsluiting van nog meer mensen dreigt. Aan de andere kant van het spectrum staat een ziektekostenstelsel onder de vleugels van de staat, zoals in Canada of het Verenigd Koninkrijk. Het stelsel dat Nederland wil invoeren, is een hybride variant – wél een markt, maar onder strikte voorwaarden. Het Amerikaanse voorbeeld moet hier blijven dienen als voorbeeld van waar het vooral niet op moet uitlopen. In de zorg verdraagt de vrije markt zich niet automatisch met de terechte eis van gelijke kansen en behandeling. In de jungle kan men beter niet ziek worden.