Nog steeds pastoor

Fons Kurris is 70 en pastoor van een prestigieuze parochie – op zijn schouders rust de verantwoordelijkheid voor de basiliek van Onze Lieve Vrouw Sterre der Zee in Maastricht. Hij bewoont het statige kapittelhuis aan het O.L. Vrouweplein.

,,De kerk houdt zijn oude mannen wel in ere'', zeg ik.

,,Maar dit is ook een beetje een testimonium paupertatis'', reageert hij. Want personeelsgebrek. ,,De bisschop moet om mensen sméken. Wij werken in feite zonder rugdekking.''

Ooit had de pastoor hier vier kapelaans aan zijn zijde, nu moet hij het doen met een diaken en een hulppriester, die samen één mankracht leveren. ,,Het is allemaal zo schraal geworden. Al die dragende dénkers die we hadden... hoeveel zijn er nog?''

Hij was de jongste van vijf kinderen. Hun vader was scheikundig ingenieur en had een laboratorium aan huis. Arm waren ze niet, ,,maar er werd zuinig en behoedzaam geleefd''. Het geloof was vanzelfsprekend, de kerk doordrenkte het hele leven. Alleen dit ene gezin bracht al drie priesters voort.

,,Maar we hebben alledrie een heel ander beroep gehad'', zegt hij met enige felheid. Ga maar na: hijzelf behoort tot de seculiere geestelijkheid, zijn broers zijn bij de Jezuïeten gegaan, en dan is Frans pastoor geworden in Den Haag, terwijl Ruud op zijn 20ste naar Indonesië ging en daar altijd is gebleven. Nee, drie totáál verschillende levens.

Toen hij, Fons, in 1960 priester werd gewijd, kwam de bisschop: ik wou je naar het pauselijk muziekinstituut in Rome sturen. En hij had zich in het priesterschap nou juist verheugd op het parochiewerk, de zielzorg.

,,Maar u had wel wat met muziek?''

,,Ik speelde orgel, ik speelde piano. Maar dat was mijn uitlaatklep, niet mijn professie.''

,,Kon u geen bezwaar maken?''

,,Jawel, jawel... maar je bent loyaal aan je bisschop, je weet dat jouw ambt verankerd is in het zijne.''

Dus naar Rome en hij promoveerde op een gregoriaans handschrift uit de 11de eeuw en terug in Limburg onderwees hij op parttime basis gewijde muziek aan verschillende instellingen en nog steeds kun je zijn naam in de krant tegenkomen als verslag wordt gedaan van het Maastrichtse Musica Sacra Festival, jaarlijks in september. ,,Het gregoriaans is voor mij een gebedsvorm geworden, een ijkpunt, een deel van mijn identiteit.''

Daarnaast in 1968 kapelaan in Sittard, in 1981 pastoor in Eys en toen hij 65 zou worden, was daar de bisschop weer, of in ieder geval zijn vicaris: nu kun je met emeritaat, of je kunt pastoor blijven en het wat rustiger aan gaan doen, of je kunt naar Maastricht. De voorkeur van de bisschop was duidelijk.

,,Denkt u'', vraag ik, ,,er vaak aan dat u 70 bent?''

,,Het zijn'', zegt hij, ,,vooral de mensen in je omgeving die daar aan denken. En dan komen ze met hun nog-vraagjes. Hoe lang doe je dit nog? Is het nog geen tijd om eens aan jezelf te gaan denken? Wordt het je nog niet te veel?''

,,En? Wordt het u nog niet te veel?''

,,Je hebt het druk'', zegt hij.

,,Te druk?''

,,Je hebt het eigenlijk vooral druk met het behouden van je inspirátie.''

Hij zegt: ,,Dat enorme uitgaansleven hier vlak voor de deur. Reflectie hierbinnen en dat pure existeren daarbuiten, letterlijk: dat uit hun bol gaan...''

Hij zegt: ,,Al die ego's die in het economische proces tot in het oneindige worden verkleind en tegelijkertijd tot in het oneindige opgeblazen... ik zie niet in hoe je deze spanning zonder het geloof kunt oplossen.''

Hij zegt: ,,Men verstaat de woorden van de kerk eenvoudig niet meer. Communiceren in religieuze taal is ontzettend moeilijk geworden. Je moet voortdurend proberen je taal om te vormen.''

Hij zegt: ,,Het ene na het andere godsbeeld is tijdens mijn leven opgebouwd en weer afgebroken, omdat het dan toch maar weer een projectie was van je eigen behoeften en verlangens.''

Niettemin: ,,Het geloof dat er een allerhoogste en een schepper is... dat is in feite het enige wat je hebt te cultiveren.''

Ongeveer op dit moment wordt het vertrek waarin wij ons ophouden, betreden door Smokey, een 15-jarige rode kater. Hij springt op de stoel naast de mijne en laat zich aaien. Op een of andere manier lijkt dit spinnende dier de stilte, de leegte, van het huis te belichamen, en opeens realiseer ik me dat hij, de pastoor, mijn vraag over de gelofte van kuisheid (of die met het klimmen der jaren makkelijker te houden is) heeft opgevat als een vraag over eenzaamheid.

,,Geen vrouw, geen kinderen, geen kleinkinderen'', zei hij. ,,Dat besef kan zich heel expliciet aan je opdringen. Maar weet u hoe eenzaam mensen kunnen leven, en sterven, die dat allemaal wél hebben?''

Wat de toekomst betreft: ,,Ik vertrouw op Gods barmhartigheid. Ik leef in het diepe besef dat ik niet verloren ga. Hoe dat er precies uitziet... de hemel... ik weet het niet en het doet er ook niet toe. Ik ben bereid me te laten verrassen.''

Wat de komende weken betreft: ,,De kerstpreek is voor mij het allermoeilijkste. Was het maar een midwinterfeest! Hadden we in godsnaam maar een andere dag om de geboorte van Jezus te vieren!''

En wat vandaag betreft: vandaag is het maandag en maandag is zijn vrije dag.

,,En nu'', zeg ik, ,,zit u met mij opgescheept.''

,,Maar vanmiddag'', kondigt hij aan, ,,ga ik roeien op de Maas.''

Dit is de tweede aflevering van een serie gesprekken met mensen die zeventig zijn.