Leraar in mens-zijn

Ba Jin, die maandag op honderdjarige leeftijd overleed, geldt als een van de belangrijkste Chinese schrijvers van de twintigste eeuw. In 2003 bevestigde de Staatsraad (het Chinese kabinet) zijn status door hem de eretitel `Schrijver des Volks' te verlenen. Hij schreef romans, korte verhalen, essays en vertaalde onder anderen Toergenjev en Gorki. Ba Jin leed al jaren aan de ziekte van Parkinson en andere kwalen. Sinds 1999 werd hij verpleegd in een ziekenhuis in Shanghai. Hij stierf aan kanker.

Ba Jin werd geboren als Li Yaotang in de westelijke provincie Sichuan, in een familie van landeigenaren. Zijn jeugd bracht hij door in de stad Chengdu. Na scholing in Nanjing en Shanghai studeerde hij in 1927-1928 in Frankrijk, als een van vele kosmopolitisch ingestelde, moderne intellectuelen die indertijd welbewust hun horizon verwijdden. Zijn schrijversnaam zou zijn ontleend aan Bakoenin (Ba) en Kropotkin (Jin), Russische anarchisten wier werk Ba Jin in de late jaren twintig sterk beïnvloedde.

Ba Jin maakte furore met de semi-autobiografische roman Familie (1933), het eerste deel van een trilogie. Familie schetst een door de grootvader strak bestuurde familie in Chengdu, waarin de jongere generatie voor zichzelf opkomt, of het nu gaat om de vrijheid te trouwen met wie je wilt of de verwezenlijking van revolutionaire idealen. Vrouwenemancipatie, het breken met de traditie en met je familie, het waren thema's waarmee jongeren zich identificeerden. De roman balanceert op het randje van melodrama, maar was een enorm succes – nog steeds veel gelezen en meermalen verfilmd. Een literair volwassener werk is Koude nachten (1947), een psychologische roman over een vrouw die zich losmaakt van haar zieke echtgenoot en dominante schoonmoeder.

Na de stichting van de Volksrepubliek in 1949 hield Ba Jin net als verscheidene andere auteurs op met schrijven. Tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) kwam hij in moeilijkheden vanwege zijn familieachtergrond en zijn vroege anarchistische sympathieën. Na 1978, toen het maoïstische tijdperk ten einde liep en in literatuur en kunst een zekere ontspanning en vrijmaking optraden, begon hij weer te schrijven. Korte, impressionistische essays over onderwerpen die hem na aan het hart lagen, zoals de dood van zijn vrouw in 1972. De essays – sommige persoonlijk, andere met duidelijk maatschappelijk engagement – werden gebundeld in het vijfdelige Wat mij invalt, dat zeer goed werd ontvangen.

In deze essays laat Ba Jin zich van een minder sentimentele kant zien dan in zijn vroege romans. Hij stelt het trauma van de Culturele Revolutie aan de orde en benadrukt de verantwoordelijkheid daarvoor van het individu, tegenover die van het collectief.

Het belang van Ba Jins werk staat internationaal, in kringen van sinologen, onomstotelijk vast, maar het werk wordt altijd nadrukkelijk gepresenteerd binnen de sociaal-historische context van China. Daardoor blijven de literaire aspecten soms onderbelicht.

Op Chinese websites staan sinds maandag diverse condoleanceregisters en -forums voor Ba Jin, die druk worden bezocht. In hun berichten aan `opaatje' Ba Jin, zoals hij liefkozend wordt genoemd, halen mensen niet alleen de roman Familie vaak aan, maar juist ook de humanistisch getinte Wat mij invalt. Chinese internetgebruikers roemen Ba Jin vanwege zijn voorbeeldfunctie: ,,U leerde ons mens te zijn.''

`Familie' is in het Nederlands vertaald uit het Frans (Manteau, 1986). Het tijdschrift `Het trage vuur' nam drie korte verhalen op: `De generaal' (1997), `De hond' (1998) en `De toverparel' (2002). Anne Sytske Keijser is sinoloog en werkt bij de Universiteit Leiden