`In Irak is iedereen slachtoffer'

Saddam Hussein moet boeten voor de meer dan honderdduizend Koerden die hij heeft vermoord, vinden de Koerden. De resten van een aantal van zijn slachtoffers keerden deze week terug naar huis.

Met een strak gezicht dragen de gebroeders Taha doodskist na doodskist de startbaan op van de luchthaven van Arbil in het Koerdische deel van Irak. Ismael (23) en zijn broer Mehdad (30) hopen dat de overblijfselen van hun vader zich in één van de vijfhonderd kisten bevinden. Ismael en Mehdad behoren tot de duizenden Iraakse Koerden die naar het vliegveld zijn gekomen om `de 8.000 van Barzan' de laatste eer te bewijzen.

In 1983 nam de Iraakse republikeinse Garde 8.000 mannen mee uit het stadje Barzan, de geboorteplaats van de Koerdische onafhankelijkheidsstrijd. De Iran-Irak oorlog (1980-1988) was op dat moment op een hoogtepunt. Iran steunde de Koerdische rebellen van Barzan tegen het bewind van de Iraakse Ba'ath-partij. Als straf besloot de Iraakse president het stadje te `ontmannen'. De mannen werden overgebracht naar een gevangenis bij Ramadi. Na de Amerikaanse inval in Irak (2003) werden ze teruggevonden in een massagraf. De meesten waren levend begraven in de woestijn. ,,Ik heb mijn vader nooit gekend'', zegt Ismael, die toen een paar maanden oud was.

Op het vliegveld leggen schoolmeisjes in uniform bloemen op de kisten van de martelaren van Barzan. ,,Welkom terug in de koele schaduw van de Koerdische bergen'', zegt een spreker tegen de overledenen. ,,Jullie zijn dorstig geweest in de woestijn. Laaft jullie aan de waterbronnen van Koerdistan.'' Een oude vrouw wringt zich huilend door de menigte journalisten heen. ,,God, maak me blind'', zegt ze bij het aanzien van de kisten met daarop de rood-wit-groene Koerdische vlag met in het midden een gele zon.

Afgelopen maandag keerden de eerste 500 lichamen van de Barzan-martelaren terug naar Koerdistan. Het is een historische gebeurtenis. Voor het eerst worden zoveel slachtoffers van het regime van de Ba'ath-parij officieel herbegraven. Al twee jaar is men bezig om de mannen terug te brengen naar hun bergstadje. Er is in die tijd veel veranderd. De hoofdman van de Barzani-clan, Massoud Barzani, is geen verzetsstrijder meer, maar president van Iraaks-Koerdistan. Zijn tegenstander, de Iraakse oud-president Saddam Hussein, moet vandaag terecht staan voor een van zijn eerste misdaden tegen het Iraakse volk: de moord op 143 mannen uit het dorpje Dujail, waar in 1982 een aanslag op hem werd gepleegd.

De twee wezen uit Barzan, Ismael en Mehdad, hopen dat Saddam Hussein de doodstraf krijgt. ,,Maar dan wel voor de moord op onze vader, grootvaders en ooms'', zegt Ismael. ,,Dit is de grootste misdaad van Saddam Hussein tegen het Iraakse volk'', zegt Mehdad. ,,Wij willen aandacht voor onze slachtoffers van Saddam.''

Het is dan ook geen toeval dat de eerste resten van de mannen van Barzan juist deze week per vliegtuig worden teruggebracht. De honderden schoolmeisjes in rood-witte schooluniformen, de weduwen van Barzan en de Koerdische hoogwaardigheidsbekleders zijn niet alleen gekomen om de mannen van Barzan de laatste eer te bewijzen. Er zijn zoveel aanklachten tegen de Iraakse ex-president dat shi'ieten, Koerden, sunnieten, Iraakse bannelingen, Iraniërs en individuele personen moeten vechten om hun zaak voor de rechter te krijgen. ,,We vragen de Verenigde Naties om aandacht voor deze genocide'', schalt het uit luidsprekers op het vliegveldterrein.

,,We moeten doorgaan met berechten totdat Saddam Hussein voor iedere misdaad is gestraft'', zegt Nadwah Abdullah van de Koerdische Organisatie voor Anfal en Massagraven'. Anfal is de naam van een vers in de Koran dat verwijst naar `oorlogsbuit'. In 1988 begon Saddam Hussein een uitgebreide campagne tegen de Koerden waarbij hij volgens schattingen 182.000 Koerden liet ombrengen. In een periode van drie jaar werden 4.000 dorpen verwoest en etnisch gezuiverd, soms met gebruik van chemische wapens. De gifgasaanval op het dorpje Halabja op 16 maart 1988 kostte 5.000 Koerdische burgers het leven.

,,Als de Iraakse overheid de rechtszaak afraffelt, gaan we in hoger beroep'', zegt Abdullah. Hoeveel tijd dat in beslag gaat nemen, kan haar niet schelen. ,,In Irak is iedereen slachtoffer en iedereen heeft recht op gerechtigheid.''