Het recht van Saddam

Twee jaar na zijn arrestatie moet de man die Irak dictatoriaal bestuurde zich vandaag voor de rechter verantwoorden. Saddam Hussein worden feiten ten laste gelegd die uiteenlopen van een vergeldingsactie in het shi'itische stadje Dujail, waar in 1982 een aanslag op hem werd gepleegd en vervolgens tientallen mannen en jongens werden geëxecuteerd, tot zijn militaire campagne tegen de Koerden in 1987 en 1988, waarbij tienduizenden stierven in een strijd met als dieptepunt het gebruik van gifgas door Saddams troepen.

Van veel kanten is geageerd tegen het proces van Saddam. Het zou een door de Amerikanen gemanipuleerde schijnvertoning zijn; de rechters zouden niet capabel en niet onafhankelijk genoeg zijn; de rechtvaardigheid ervan zou hoe dan ook in het geding zijn; de advocaten zouden niet zijn gekozen volgens objectieve criteria; en de straf zou op voorhand vast staan: dood door ophanging.

Kritiek op de rechtsgang in Irak is zeker mogelijk. Maar louter het feit dat Saddam terechtstaat, moet als een overwinning worden gezien. Een zege van het recht op het onrecht. Voor veel Irakezen is dat het belangrijkste: na decennialange mentale en fysieke repressie blijkt er toch zoiets te bestaan als rechtvaardigheid. De boosdoener is gepakt en de rechter zal over hem oordelen. Zo kan worden afgerekend met het tijdperk dat zijn naam draagt. Het is dan ook niet overdreven om te spreken van een historisch proces.

De zaak tegen Saddam is gecompliceerd. Het is een proces met veel aspecten, van politieke tot internationaal-strafrechtelijke. Tientallen rechters, die in Europa een spoedcursus hebben gevolgd, moeten onder moeilijke omstandigheden hun werk doen. Hun veiligheid is in het geding, hoewel ze anoniem zijn. Ook getuigen kunnen worden bedreigd of omgebracht. De druk van de Iraakse regering om het proces zo snel mogelijk te laten verlopen, is groot. Het feit dat Saddam op basis van Iraaks recht de doodstraf kan krijgen, terwijl deze internationaal-rechtelijk wordt afgekeurd, hangt als een donkere wolk boven het proces. Tegen de achtergrond van dit alles was berechting van Saddam voor een internationaal tribunaal beter geweest.

Saddam Hussein hield zijn land, zijn volk, de regio en de wereld jarenlang met vertoon van macht en bluf in een houdgreep. Hij was meedogenloos in eigen huis, ontketende oorlogen, beging misdaden tegen de menselijkheid en zorgde voor onrust en verdeeldheid. Afwisselend waren de grootmachten zijn zakelijke vrienden of militaire vijanden. Nu staat hij voor de rechter, net als Slobodan Milosevic. Met de meeste dictators loopt het slecht af, al realiseren ze zich dat zelden terwijl ze hun wandaden begaan.

Het zou kwalijk zijn als Saddams berechting uitloopt op wat wel`overwinnaarsrecht' wordt genoemd, een reële vrees van mensenrechtengroeperingen. Het oude adagium geldt nog steeds: zelfs de grootste proleet verdient een eerlijk proces. Ook in deze zaak dient de nadruk te blijven liggen op juridische redeneringen. Dat zal niet meevallen in een land met zo veel onderbuik en zo weinig rechtstraditie.