Glamour in plaats van gezag

Er klinkt al een aantal jaren een onbedaarlijke roep om leiderschap in Europa. Dat heeft allerlei oorzaken. De molens van de sociaal-economische verandering malen te langzaam, de Europese landen verliezen terrein in de wereld en alleen een sterke man kan een stevige slinger aan de molen geven.

Een sterke man of vrouw staat voor actie, daadkracht en tempo. Althans, dat is de achterliggende suggestie. Het internationale bedrijfsleven heeft het laatste decennium een ware cultus ontwikkeld rondom leadership en een hele generatie heeft inmiddels trainingsprogramma's achter de rug die hierover gaan. Actie, daadkracht en tempo van veel Amerikaanse leaders in het bedrijfsleven zijn inmiddels dermate imposant dat hun omloopsnelheid tot onder de drie jaar is gedaald. Leiderschap verwordt dan tot een rituele pose en andere sectoren blijken er ook gevoelig voor.

In het Europa van de burger heeft de roep om leiderschap nog een extra betekenis. Gevraagd wordt een vooraanstaand politicus die niet alleen in eigen land vooraan staat, maar wiens ambities en idealen als het ware het halve continent mee op sleeptouw nemen. Iemand dus die niet alleen verder kijkt dan de volgende verkiezing in eigen land maar ook verder kijkt dan het eigen land. Zo'n leider moet komen uit een land dat ertoe doet. Voor Jean-Claude Juncker bijvoorbeeld is zo'n rol niet weggelegd. De man heeft gewortelde overtuigingen, hij heeft moed en passie. Hij won laatst nog het euroreferendum dankzij een even heldere als consistente aankondiging dat hij uiteraard zou opstappen als zijn volk het grondwettelijk verdrag zou verwerpen. Hij won, want het volk vertrouwt zo'n premier en die had laten weten dat het hem menens was. Maar Jean-Claude Juncker – en daar ligt het probleem – is premier van Luxemburg.

Voorlopig moet een Europese leider uit een land komen dat groot en machtig is, tot de kern van Europa behoort en het liefst nog wat extra's meebrengt, bijvoorbeeld een permanente zetel in de Veiligheidsraad. Dus Frankrijk, Groot-Brittannië of Duitsland. Politieke leiders hebben echter de handen vol om overeind te blijven tegenover het eigen kiesvolk. Alleen al de privatisering van een simpele veerdienst tussen Marseille en Corsica bracht Frankrijk in rep en roer, omdat de regering werd verdacht van uitverkoop. President Chirac heeft zich in eigen land en daarbuiten dermate vaak gediskwalificeerd dat een leidende rol voor hem niet meer is weggelegd. Wanneer hij vanuit het Elysée het volk toespreekt, krijgt de mise-en-scène trekjes van een operette.

De volgende generatie – premier Dominique de Villepin en partijleider Nicolas Sarkozy – paait haar achterban met ouderwets nationalisme, waarbij de buitenwereld – en dat is ook de Europese Unie – het moet ontgelden. Villepin onlangs bij de opening van een opleidingscentrum voor drop-outs even buiten Parijs: ,,Wat voor sociale positie iemand ook heeft, hij of zij moet betrokken worden bij de geest van de natie (...) Wanneer wij over economisch patriottisme spreken, wil dat zeggen dat iedereen een missie heeft.'' Dat is niet de taal van Europese leiders, hooguit als het allemaal werkt, maar van Franse leiders.

Maar werkt het?

De overheid is in het oude Europa een leverancier en regisseur van solidariteit en verzorging geworden en die leverancier levert niet voldoende meer. Zoals het Duitse CDU-bondsdaglid Peter Altmaier onlangs in een moment van bespiegeling verzuchtte: ,,Het echte probleem van onze landen is dat er niet zoveel alternatieven meer zijn. Aanpassingen die noodzakelijk zijn als gevolg van de globalisering, bieden geen bijzonder perspectief, ze zijn alleen onvermijdelijk.'' Politieke leiders weten dit en daardoor lijkt de grond waarop ze staan een beetje op een zuidwaarts drijvende ijsschots.

Zoiets leidt tot krampachtigheid of oefent juist aantrekkingskracht uit op kwestieuze karakters. Op de avond na de Duitse verkiezingen gedroeg bondskanselier Gerhard Schröder zich voor de televisie zo gênant dat in de Duitse pers nog dagen gespeculeerd werd over testosteron. Dat is een hormoon dat het lichaam niet alleen in een erotische context maar ook bij een verrassende verkiezingsuitslag zou kunnen aanmaken, mits de persoon in kwestie natuurlijk in een libidineuze relatie tot de politieke showbusiness staat. De speculaties waren niet grappig bedoeld, maar minutieus en serieus.

Met leiderschap in klassieke zin heeft dit alles allang niets meer van doen, het is dagelijks stuntwerk geworden. Glamour in plaats van gezag. De leider bivakkeert in babbelshows, tuimelt van het ene naar het andere evenement en hoopt daarbij op net iets meer sympathie dan de concurrenten. Totdat hij struikelt of het publiek verveeld wegzapt. Misschien dat straks alles anders wordt, maar Angela Merkel is nog maar net begonnen en heeft voorlopig alles tegen.

Over Tony Blair kunnen mensen ook buiten Engeland soms enthousiast worden. Hij is een gedreven, christelijk geïnspireerde moralist. Zijn toespraak voor het Europees Parlement over de modernisering van Europa wist zelfs een door de wol geverfd gehoor even te verdoven. Het is de vraag hoe lang zo'n mengsel van compassie en marketing op het Europese vasteland beklijft. Bovendien, hij is met handen en voeten aan zijn land gebonden: toetreding tot de euro heeft de Britse premier niet aangedurfd, een referendum over de grondwet evenmin en zijn recente successen met de Europese Unie zijn ouderwets nationalistisch: Turkije mag onderhandelen, de Europese begrotingsbesprekingen zijn een janboel. De Unie als simpele vrijhandelszone is wat dichterbij. Blair is, kortom, een welbespraakte buitenstaander gebleven.

Zo is iedereen met handen en voeten aan zijn land gebonden, gevangen gehouden door een wantrouwige achterban of opgejaagd door een al even nationaal afgebakend media-narcisme.

Aan de roep om Europees leiderschap ligt meer verlangen dan analyse ten grondslag.

Dit is de eerste tweewekelijkse column die Ben Knapen gaat schrijven op de Opiniepagina. Hij was eerder hoofdredacteur van deze krant, correspondent in Duitsland en de VS, en lid van de Raad van Bestuur van PCM Uitgevers, uitgever van onder andere NRC Handelsblad. Per 1januari wordt hij onze correspondent in Zuidoost-Azië.