De onzichtbare cinema

Het is een van de heerlijkste mythes van de filmgeschiedenis: die van het onverfilmde scenario. De redenen voor onverfilmbaarheid doen er bijna niet toe. Te duur? Te gek? Te absurd? Het onverwezenlijkt zijn maakt de mogelijke film die er had kunnen ontstaan al vanzelf subliem.

Geen wonder dus dat vijf Nederlandse film- en documentairemakers onder aanvoering van producent Rolf Orthel enthousiast werd bij het idee om een aantal documentaires te maken, geïnspireerd op de Anthologie du cinéma invisible, een boek dat ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan van de cinema werd samengesteld. Drie van die films worden nu in het Amsterdamse Filmmuseum vertoond. Delen van Cherry Duyns en Erik van Zuylen zijn in de maak.

Waarom vijf en niet vijftig? Of beter nog: waarom niet over alle honderd scenario's die Christian Janicot verzamelde? Ze werden geschreven door zo'n beetje alle grote schrijvers en kunstenaars van de twintigste eeuw: Guillaume Apollinaire, Vladimir Majakovski, Antonin Artaud, Italo Calvino, Georges Perec.

Gelukkig konden regisseur Kees Hin en scenarioschrijver K. Schippers niet kiezen. Hun film Het boek bevat fragmenten van hoe tien van die films er in hun ogen uit zouden kunnen hebben gezien. Van de nachtmerrie van Fernand Léger over een wereld waarin 24 uur per dag alles met bewakingscamera's wordt bekeken. Tot het ook al visionaire De ontijzing van Groenland van Alfred Döblin, die een halve eeuw later dankzij de opwarming van de aarde zijn zin krijgt. Even lijkt het dat Het boek een stiekeme politieke dimensie krijgt, maar dan zijn er ook de poedels van Gertud Stein en Osip Mandelstams brandweerparodie op de films van Sergei Eisenstein.

Digna Sinke concentreerde zich in Brossa op een enkel scenario, van de Catalaanse dichter, woord- en beeldengoochelaar Joan Brossa. Dat deed ook Rolf Orthel met Isaac Babels filmplan over het bouwen van het grootste luchtschip ter wereld, wat een verrukkelijke parodie op de bureaucratische Sovjet-praktijk had kunnen opleveren.

De ideeënrijkdom achter de filmserie staat in schril contrast met de slordige, het lijkt soms wel haastige manier waarop de films zijn geproduceerd. Babel is een standaard op video gedraaide televsiedocumentaire, Brossa speels, grappig, persoonlijk, maar ook een beetje houterig in z'n vertelling.

Het boek is beslist het meest interessant, zowel wat betreft de rijkdom aan onderwerpen als de deels dialectische, deels geënsceneerde vorm, maar leidt aan de overmaat aan bescheidenheid die Kees Hin als filmmaker eigen is. Doordat hij zich respectvol in de schaduw van zijn onderwerp opstelt, komen de bizarre en elegant gemonteerde associaties uit en over `het boek' vaak niet helemaal tot leven. Misschien was dat ook wel de bedoeling. Zo zie je hem met actrice Betty Schuurman in de weer in een geluidsstudio, waar hij haar vraagt om een zo neutraal mogelijk stemgeluid bij de voice-over. Maar neutraliteit past niet bij dit onderwerp. De redenen die voor het niet-verfilmen van de scenario's – te duur, te gek, te absurd – zijn evenzovele redenen om je er gepassioneerd toe te verhouden. En dat boek zelf aan te schaffen!

Cinéma invisible. Het boek. Regie: Kees Hin. Babel. Regie: Rolf Orthel. Brossa. Regie: Digna Sinke. In: Filmmuseum. Amsterdam.