Bestandslijn Kashmir wordt een zachte grens

Het openen van de grens tussen Pakistaans en Indiaas Kashmir kan de druk om een officiële hereniging verlichten. Maar er is nog een lange weg te gaan tot vrede.

Op bezoek in het getroffen Tangdar in Kashmir zag Sonia Gandhi, leider van de Indiase Congrespartij, twee dagen na de aardbeving van 8 oktober mensen met witte vlaggen zwaaien, hoog in de bergen, om hulp vragend. Verontwaardigd vroeg zij waarom het Indiase leger die slachtoffers nog niet te hulp was geschoten. ,,Omdat die berg in Pakistan ligt, we kunnen daar niet naartoe'', legde een officier uit. In deze bergregio ligt de bestandslijn met Pakistaans Kashmir letterlijk op loopafstand.

Het antwoord was helder en tegelijkertijd pijnlijk. India en Pakistan zijn sinds 8 oktober ongewild verenigd door de ramp die beide naties trof. Maar de buurlanden waren aanvankelijk nog ver verwijderd van elkaar wat betreft Kashmir, de regio waar het epicentrum van de beving lag en waar de aartsrivalen twee keer met elkaar oorlog om hebben gevoerd.

Sinds gisteren, ruim een week na de beving, is alles anders. De ongekende omvang van de ramp, die zich dagelijks lijkt uit te breiden, heeft de landen alsnog dichter bij elkaar en bij een mogelijke oplossing voor Kashmir gebracht. Onverwacht heeft president Musharraf van Pakistan gisteravond voorgesteld om de bestandslijn te openen voor Kashmiri's die aan beide zijden van de officieuze grens familie willen bezoeken en helpen, en daarmee te veranderen in een zachte grens. India heeft het voorstel van harte verwelkomd.

Kashmir bestaat sinds 1949 uit een Pakistaans en een Indiaas deel. Het conflict over bij welk land Kashmir nu hoort, houdt de inwoners, waarvan de meerderheid moslim is, al meer dan vijftig jaar in de houdgreep. Maar nu een groot deel van de regio opnieuw moet worden opgebouwd, biedt dat Pakistan en India een uitstekende gelegenheid om de handen in elkaar te slaan. Het is een moeilijke en kostbare klus, waarbij de hulp van internationale organisaties noodzakelijk is.

,,Dit is een uitgelezen kans om naar een oplossing voor Kashmir toe te werken en de internationale gemeenschap kan meekijken, want die is nu toch aanwezig in de regio'', zegt desgevraagd Muhammad Rafiq Dar, zegsman van het Jammu & Kashmir bevrijdingsfront (JKLF), een separatistische organisatie die in 1995 de wapens neerlegde, in Islamabad. ,,De mensen hier zijn moe van de situatie.''

Met zijn voorstel van gisteravond laat Musharraf zien dat hij in politiek opzicht risico durft te nemen. Pakistan had vorige week al, voor het eerst sinds 1971, hulp van India aanvaard, waarmee de president in zekere zin al zijn nek had uitgestoken. In een land waar in standaard schoolboeken op staatsscholen hindoes en India regelmatig worden beschreven als de vijand van Pakistan en de islam, is het accepteren van hulp van je aartsrivaal een hachelijke zaak. Het zich afzetten tegen India is nog altijd een belangrijk onderdeel van de Pakistaanse identiteit.

India's andere aanbod, om militaire helikopters vanuit Indiaas Kashmir naar het Pakistaanse deel te laten vliegen voor hulp, had Musharraf beleefd afgewezen wegens ,,bepaalde gevoeligheden''. Het zou India in een te positief daglicht stellen en van de potdichte bestandslijn een zachte grens maken. Musharraf voorkwam met zijn weigering vooral een botsing in eigen land met de haviken in leger en politiek. Politici kennen voor Kashmir maar één oplossing: afscheiding van het gehate India.

Daarom is het gisteren aangekondigde plan zo opmerkelijk. Via een omweg heeft Musharraf nu toch voor elkaar gekregen dat de zogeheten line of control in elk geval tijdelijk zal veranderen in een zachte grens. Als Kashmiri's zich de komende weken vrij kunnen bewegen, de bestandslijn overstekend, en de wederopbouw meer schwung krijgt, kan er een totaal nieuwe situatie ontstaan: een regio met een officiële grens waar grensoverschrijdend verkeer is toegestaan. De noodzaak voor een officiële hereniging van beide delen van Kashmir kan daarmee afnemen.

Radicale militanten, die vechten voor onafhankelijkheid of aansluiting van Kashmir bij Pakistan, zullen Musharrafs stap niet in dank afnemen. Hun jarenlange strijd – die zij konden voeren dankzij de steun van conservatieve krachten binnen het Pakistaanse leger – verliest dan een belangrijk motief: het samenbrengen van de twee Kashmirs. Zij lopen dan het risico de steun te verliezen van de Kashmiri's, die moe zijn van ruim vijftien jaar terreur, avondklokken en militairen. Inwoners aan beide kanten snakken naar een normaal bestaan, naar vrede en willen gewoon hun familieleden kunnen bezoeken.

Deze toenadering tussen de buurlanden sluit aan bij de sinds twee jaar verbeterende relatie tussen India en Pakistan. Er is tegenwoordig meer onderlinge handel. Er is een hotline geopend tussen Delhi en Islamabad om elkaar vooraf te informeren indien een van beide kernproeven uitvoert. En in april is er een nieuwe buslijn geopend tussen Srinagar, in Indiaas Kashmir, en Muzaffarabad in Pakistan.

Desondanks is Kashmir een heet hangijzer gebleven. Daar kan nu verandering in komen, concludeert Dar van het JKLF: ,,De twee landen moeten hun eigen preoccupaties loslaten. Het zou een goed signaal zijn als ze gingen samenwerken bij de opbouw van Kashmir en een staakt-het-vuren afkondigen. En India moet zijn troepen reduceren.'' De vraag is of de aartsrivalen echt in staat zijn hun geschillen bij te leggen. Het verleden biedt wat dat betreft weinig garantie voor de toekomst.