Voorstellen voor een harder integratiebeleid (gerectificeerd)

De gemeente Amsterdam zou veel harder moeten optreden tegen mensen die weigeren te integreren, vinden de immigranten van het inspraakorgaan Zuid-Europese Gemeenschappen. Tien voorstellen voor een nieuw dwingerder integratiebeleid.

Het gemeentebestuur van Amsterdam moet de inwoners van de stad zo goed mogelijk beschermen tegen de problemen die worden veroorzaakt door extremisten en andere mensen die weigeren te integreren.

Als mensen onze vrijheden en het gebrek aan overheidsgezag misbruiken en zich niet willen houden aan de westerse normen en waarden, dan moet zowel de landelijke als de lokale overheid deze mensen ontmoedigen hier te blijven wonen.

Daarom stellen wij, vertegenwoordigers van naar schatting honderdduizend allochtonen uit Zuid-Europa, de volgende maatregelen voor.

Voortijdige schoolverlaters horen hun leven lang geen aanspraak te kunnen maken op lokale financiële voorzieningen en tegemoetkomingen voor mensen met een laag inkomen (zoals kwijtschelding van gemeentebelasting), tenzij ze alsnog een opleiding afronden.

In moskeeën moeten aparte gebedsruimten voor mannen en vrouwen verboden worden en er moet in het Nederlands gepredikt worden. Moskeeën hebben een voorbeeldrol te vervullen, of ze dat nou leuk vinden of niet. Moskeeën die weigeren, moeten daarom ook zonder pardon worden gesloten.

Er moet net als in Antwerpen een burkaverbod worden ingevoerd. Burka's zijn extremistische uitingen die de openbare orde verstoren en niet thuishoren in dit land. Mannen die hun vrouw in een burka laten lopen, zijn een smet op de mensheid. Het feit dat moskeeën deze mannen ongemoeid laten, is verontrustend.

Het dragen van hoofddoekjes en overige religieuze hoofddeksels tijdens het werk moet net als in Turkije onder gemeenteambtenaren verboden worden. Hetzelfde geldt voor kinderen op alle (dus ook islamitische) basisscholen. Een grote groep moslims vindt het nodig om het haar van hun dochters al op zeer jonge leeftijd onder een hoofddoek te verbergen, zodat mannen niet `in verleiding' worden gebracht. Misschien heeft dat wantrouwen jegens mannen te maken met een slecht rolmodel, maar wat de reden ook moge zijn, tegenwoordig is pedofilie bij de wet verboden en is er geen gegronde reden om meisjes op zo'n jonge leeftijd al met de last van een hoofddoek op te zadelen. Het wordt tijd om de scheiding tussen kerk en staat in praktijk te brengen.

Als je drie keer door justitie bent veroordeeld, moet je opgebouwde woonduur op nul gezet worden. Als de betreffende persoon een huurder is, wordt de gebondenheid aan Amsterdam een stuk kleiner.

Onder het motto `Wie kan werken, moet werken' moeten werklozen met een uitkering verplicht veertig uur per week werken voor hun geld.

Je kunt hen bijvoorbeeld sloten laten uitbaggeren, boeren laten helpen met oogsten, natuurgebieden laten onderhouden, of het Vondelpark laten opknappen. Het Amsterdamse bos is destijds ook door werklozen aangelegd, waarom zou eenzelfde aanpak in deze tijd dan niet kunnen? Uitkeringsfraude zou hiermee in één klap tot het verleden behoren. Wie nog wil frauderen, zal naar een andere gemeente moeten verhuizen.

Er dienen, gezien de doelgroep, wel duidelijke gedragsregels opgesteld te worden. Je kunt hierbij denken aan halvering of volledige stopzetting van de uitkering bij ongewenst gedrag, zoals vaak te laat komen, niet hard genoeg werken, niet luisteren naar de leidinggevende en agressie. Direct en hard straffen is een bittere noodzaak om taakstrafpraktijken te voorkomen.

Voor belhuizen moet een uitsterfbeleid worden ingevoerd. Het zijn broeinesten van (etnische) criminaliteit en intensief contact met het land van herkomst kan de integratie schaden.

Sluit alle moskeeën die extremistische sympathieën vertonen. Een liberale moslim heeft niets te zoeken in moskeeën als de Al Tawheed. Sluiting van dergelijke moskeeën zal het imago van `gewone' moskeeën verbeteren en dat zal tevens het imago van liberale moslims ten goede komen.

Mensen met een werkloosheidsuitkering die slecht bemiddelbaar zijn omdat ze vrouwen geen hand willen geven of niet voor een vrouw of met vrouwen willen werken, moeten hun recht op een uitkering in Amsterdam permanent verliezen.

Verbied iedereen, inclusief minderjarigen, die met justitie in aanraking is geweest, om een vechtsport te beoefenen in Amsterdam. Het nóg gevaarlijker maken van met name jonge criminelen door hen van gemeenschapsgeld te trainen in een vechtsport, is een praktijk die direct gestopt moet worden. Een recent Noors onderzoek heeft aangetoond dat jongens die een vechtsport beoefenen, beduidend agressiever zijn en meer asociaal gedrag (vandalisme, diefstal, etc.) vertonen.

Vrijblijvendheid is de achilleshiel van het integratiebeleid. Men laat bijna alles afhangen van goodwill die er vaak niet is.

Integratie hoort geen kwestie van vrije wil te zijn, het moet een harde eis zijn die de gemeente namens de bevolking van Amsterdam stelt. Niet-geïntegreerde mensen horen een simpele keuze te krijgen: óf ze integreren alsnog, óf ze pakken hun biezen.

Amsterdam is vaak voorloper geweest op verschillende beleidsgebieden. We hopen dat het gemeentebestuur ook op het gebied van integratiebeleid genoeg politieke durf en verantwoordelijkheidsgevoel heeft om voorloper te worden. Deze voorstellen zetten de politieke correctheid buitenspel en maken gezond verstand tot nieuwe basis van het integratiebeleid.

Dit artikel is een licht bewerkte samenvatting van het integratieadvies dat het inspraakorgaan Zuid-Europese Gemeenschappen op verzoek van wethouder Aboutaleb heeft geschreven.

Rectificatie / Gerectificeerd

Onder het artikel Voorstellen voor een harder integratiebeleid (18 oktober, pagina 7) staat dat de hierin samengevatte notitie namens het inspraakorgaan Zuid-Europese Gemeenschappen is geschreven op verzoek van de Amsterdamse wethouder Aboutaleb. Deze laat weten dat hij het inspraakorgaan niet om dit advies heeft gevraagd. Het artikel is geschreven door Jadran Bonacic.

In de aanvulling Integratiebeleid (19 oktober, pagina 2) op het artikel Voorstellen voor een harder integratiebeleid (18 oktober, pagina 7) stond dat Jadran Bonacic de auteur was. Dat was echter Jos Bonacic.