Pretoria verbiedt huurlingen in oorlogsgebied

Een uitgelekt wetsvoorstel verbiedt activiteiten van duizenden Zuid-Afrikaanse huurlingen in Irak, maar staat steun toe aan `bevrijdingsbewegingen' als Al-Qaeda.

Ze bewaken oliepijpleidingen, ministers en andere mogelijke terroristische doelwitten. Ze leiden Iraakse soldaten en politiemannen op. Ze zijn goed getraind en zeker de helft goedkoper dan hun collega's uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Zuid-Afrikaanse `veiligheidsadviseurs' - huurlingen willen ze niet genoemd worden - zijn niet weg te denken uit het Iraakse straatbeeld van Bagdad of Najaf.

De naar schatting 5.000 Zuid-Afrikanen die nu in Irak werken en ook hun collega's in andere conflictgebieden zijn binnenkort strafbaar, als een wetsvoorstel dat dit weekend is uitgelekt, door het parlement wordt goedgekeurd. De wet verbiedt huurlingenactiviteiten in oorlogsgebieden voor alle Zuid-Afrikaanse staatsburgers. Ook niet-Zuid-Afrikaanse huurlingen kunnen worden vervolgd, mochten ze voet zetten op Zuid-Afrikaanse bodem. Zelfs als hun werkzaamheden in hun vaderland of het land waar ze hebben gewerkt niet strafbaar waren.

Het wetsvoorstel vormt niet alleen een probleem voor Amerikaanse en Britse legers, die de risico's in Irak steeds meer willen afschuiven op buitenlandse freelancers. Ook vredesmissies in oorlogsgebieden in Afrika kunnen flink hinder ondervinden van de wet, vreest Henri Boshoff van het Institute for Security Studies in Pretoria. ,,De Zuid-Afrikaanse missies in Congo-Kinshasa en Soedan drijven op particuliere beveiligingsbedrijven die door het wetsvoorstel als huurlingen worden aangemerkt.''

Opmerkelijk is dat het wetsvoorstel Zuid-Afrikanen die aan een oorlog willen deelnemen ,,ten behoeve van het zelfbeschikkingsrecht en onafhankelijkheid van een volk, tegen kolonialisme, of verzet tegen buitenlandse bezetting'', vrijstelt van vervolging. Steun aan terreurbeweging Al-Qaeda is volgens het wetsvoorstel toegestaan.

De wet heeft inmiddels de steun van het voltallige kabinet van president Mbeki en moet de Foreign Military Assistance Act uit 1998 vervangen. Die wet bleek de afgelopen jaren te zwak om de stroom huurlingen uit Zuid-Afrika naar oorlogsgebieden elders op het continent en het Midden-Oosten in te dammen. Sinds het einde van de apartheid (1994) is er in Zuid-Afrika een overschot aan goedopgeleide politiemannen en soldaten, meest blanken, die niet meer aan de bak zeggen te kunnen in het hervormde politiekorps of in het leger. De voormalige Speciale Eenheden worden verantwoordelijk gehouden voor tal van staatsgrepen en andere clandestiene activiteiten in Afrika, zoals in Sierra Leone en Angola.

Sinds het uitbreken van de oorlog in Irak hebben Britse en Amerikaanse beveiligingsbedrijven duizenden Zuid-Afrikanen geronseld. De Zuid-Afrikaanse regering, fel gekant tegen de Brits-Amerikaanse invasie, werd daardoor ernstig in verlegenheid gebracht. Veel Zuid-Afrikaanse veiligheidsadviseurs in Irak blijken lid te zijn geweest van de doodseskaders van het blanke apartheidsregime.

De noodzaak voor een nieuwe wet die Zuid-Afrikaanse huurlingenactiviteiten verbiedt, werd vorig jaar nog eens onderstreept toen bleek dat tientallen Zuid-Afrikanen een staatsgreep in olierijk Equatoriaal Guinee hadden voorbereid. De vermeende leider van de staatsgreep, de Brit Simon Mann, zit nu nog vast in een gevangenis in Zimbabwe. De zoon van de Britse oud-premier Thatcher, Mark die in Kaapstad woonde, zou de coup hebben gefinancierd. De Zuid-Afrikaanse autoriteiten lieten hem gaan na het betalen van een boete.

De advocaat van Erinys International, een Brits beveiligingsbedrijf dat honderden Zuid-Afrikanen in Irak heeft gestationeerd, zei tegen een Zuid-Afrikaanse krant zich ,,met hand en tand'' te verzetten tegen het wetsvoorstel. Volgens Peter Leon is de wet een schending van de Zuid-Afrikaanse grondwet, dat de vrijheid van beroep garandeert.

Ook het Zuid-Afrikaanse Rode Kruis maakt bezwaar. Volgens de wet zouden hulporganisaties toestemming moeten vragen aan de regering voordat ze kunnen afreizen naar een oorlogsgebied. De regering zou dertig dagen de tijd krijgen om over die beslissing na te denken.