Minder formele ontslagprocedures

Ontslagen werknemers hoeven zich niet meer te verzetten tegen hun ontslag om hun WW-uitkering veilig te stellen. Minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) is het met de werkgevers- en werknemersorganisaties eens geworden over een beperking van de zogenoemde verwijtbaarheidstoets, schreef hij gisteren aan de Tweede Kamer.

Door de wijziging zou het aantal procedures bij het kantongerecht met 45.000 afnemen (van 70.000), en bij het CWI met 20.000 (van 90.000). Dat zou een besparing van administratieve lasten voor burgers en bedrijfsleven betekenen van ongeveer 100 miljoen euro.

Uitvoeringinstantie UWV moet toetsen of werknemers die WW aanvragen hun werkloosheid aan zichzelf te danken hebben. Die zijn dan `verwijtbaar werkloos' en krijgen geen WW. De wet bepaalt nu nog dat een werknemer die zich niet verzet tegen zijn ontslag, verwijtbaar werkloos is. Daarom protesteren werknemers vrijwel altijd in een procedure tegen hun ontslag, ook als zij het op voorhand al met hun werkgever eens zijn geworden over hun ontslag.

Deze formele verweren zijn niet meer nodig, omdat de `verweertoets' vervalt. Alleen als de werknemer zelf ontslag neemt, of zich zo heeft gedragen dat ontslag voorzienbaar was, vervalt het recht op WW.

De SER, die dit voorjaar advies uitbracht over de WW, wilde de verwijtbaarheidstoets verder beperken. Naast de situatie dat de werknemer zelf ontslag neemt, zou het recht op een WW-uitkering alleen vervallen bij ontslag op staande voet of wegens dringende redenen.