Kunstvernieler Italië is terug

De meest gevreesde kunstvernieler van Italië, Piero Cannata, heeft deze week weer van zich doen spreken. De man die in 1991 een teen van de David van Michelangelo kapot sloeg omdat hij jaloers was op het genie uit de Renaissance, kondigde zelf in kranten aan dat hij weer aan de slag is.

Zijn eerste doelwit is een gedenksteen op Piazza della Signorina in Florence geworden. Met zwarte verf heeft hij een kruis gezet op een plaquette die de executie van de vijftiende-eeuwse prediker en hervormer Giralomo Savonarola herdenkt. Er stond een zin op ,,die nergens op sloeg'', zei hij tegen een lokale krant.

De verf bleek makkelijk te verwijderen van de steen. Maar de ,,aanslag'' heeft het debat over de kwetsbaarheid van de vele kunstwerken die in Florence en elders in Italië op pleinen en in straten en parken staan, opnieuw doen oplaaien. In Florence roepen kunstliefhebbers op de beelden beter te bewaken of ze te verplaatsen naar een museum.

De in Sicilië geboren 58-jarige Cannata, zelf schilder, is na de aanslag op de David in 1991 berecht en vervolgens opgesloten in een psychiatrisch ziekenhuis. Maar telkens als hij vrij kwam, sloeg hij opnieuw toe. Zo bekraste hij in 1993 een fresco van Filippo Lipi in de kathedraal van Prato en werd hij in 1999 betrapt terwijl hij met een markeerstift een schilderij van Jackson Pollock aanviel. Achteraf zei hij eigenlijk op zoek te zijn naar een schilderij van de Italiaanse abstracte schilder Piero Manzoni Toen hij dat niet kon vinden, koos hij de Pollock, omdat het ,,net zo lelijk was''.

Italië wordt steeds vaker geconfronteerd met kunstvernielingen. In Rome werd in juli het hoofd van een bij van een fontein van Bernini op piazza Barberini afgehakt. Vorig jaar sloeg een psychisch gestoorde man in Venetië in op een aantal beelden die volgens hem ,,te hoog stonden en omlaag moesten''. In het Romeinse park Villa Borghese werden de net gerestaureerde propyleeën in 2000 met graffiti bespoten.