Koran eist hoofddoek, bijbel een lange rok

Een docente werd niet aangenomen op een islamitische school omdat zij geen hoofddoek draagt. Ook reformatorische scholen stellen eisen aan kleding van leraren.

Vrouwelijke personeelsleden van het Islamitisch College Amsterdam gebruiken geen make-up, nagellak of overmatig parfum. Hun kleding is ,,bescheiden en niet extravagant wat betreft materiaal, kleur of dessin'', ,,is niet doorzichtig en zit niet strak'' en ,,lijkt niet op kleding van het andere geslacht''. Aldus het personeelsreglement van de Stichting Islamitisch Voortgezet Onderwijs en Omstreken, waar de islamitische middelbare school onder valt.

Een hoofddoek wordt niet expliciet genoemd in het reglement. Wel dient de kleding bij vrouwen het hele lichaam te bedekken, op handen en gezicht na. Die eis zorgde ervoor dat het Islamitisch College Amsterdam (ICA) gisteren werd gehoord door de Commissie Gelijke Behandeling. Samira Haddad, naar eigen zeggen niet-praktiserend moslim, solliciteerde deze zomer naar een baan als docente Arabisch op de school. Ze werd afgewezen omdat ze weigert een hoofddoek te dragen. Discriminatie, volgens Haddad, want niet-islamitische docenten hoeven geen hoofddoek te dragen. Op verzoek krijgen zij ontheffing van de hoofddoek-eis.

Niet alle islamitische scholen zijn zo streng in de leer als het ICA. Samira Haddad had niet gerekend op een verplichte hoofddoek, zo vertelde ze gisteren aan de commissie, omdat zij tijdens haar stage op Ibn Ghaldoen in Rotterdam, ook een islamitische middelbare school, met onbedekte haren les kon geven. Klopt, zegt bestuursvoorzitter B. Naas van Ibn Ghaldoen. ,,Wij stimuleren moslimdocentes om een hoofddoek te dragen, maar we dwingen ze niet.'' Weigering van een hoofddoek is voor Ibn Ghaldoen geen reden om iemand af te wijzen.

Bij de acht islamitische basisscholen die vallen onder het SIMON-schoolbestuur, is gemiddeld zestig procent van de onderwijzers niet-moslim en veertig procent moslim. De hoofddoek is voor geen van beide groepen verplicht, zegt SIMON-directeur I. Taspinar. ,,De hoofddoek hoort erbij, het is deel van je identificatie als moslim. Maar wij kijken eerst naar de kwaliteit van het personeel, daarna naar de identiteit. Kleding en moslim-zijn heeft voor ons pas meerwaarde bij gelijke kwalificatie.''

Het is niet voor het eerst dat de Commissie Gelijke Behandeling, die in plaats van of voorafgaand aan een rechtszaak kijkt naar zaken op het gebied van gelijke behandeling, zich over hoofddoekjes buigt. Sinds de oprichting in 1994 velde de commissie al 61 keer een – juridisch niet bindend, maar vaak opgevolgd – oordeel. Alleen ging het tot nu toe altijd om een werkgever die een hoofddoek verbiedt, niet om een werkgever die bedekking eist.

Hoe uniek ook, voor de juridische afweging maakt het niet uit. Waar het om gaat is het recht van het bijzonder onderwijs om onderscheid te maken bij het aanstellen van werknemers of het aannemen van leerlingen. Dat recht is vastgelegd in de Algemene wet gelijke behandeling. Het maken van onderscheid is verboden, maar instellingen van bijzonder onderwijs mogen het wel als het nodig is voor de ,,verwezenlijking van haar grondslag''. Uit eerdere oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling blijkt dat de sleutelvraag is of de school het beleid duidelijk heeft vastgelegd in de statuten en reglementen. Als er sprake is van consequent beleid, wordt het maken van onderscheid toegestaan.

De zaak Haddad versus ICA krijgt veel aandacht in christelijke media. Voor het Nederlands Dagblad was het gisteren het belangrijkste nieuws van de dag. Niet verwonderlijk, want de uitzonderingspositie van het islamitisch onderwijs is gelijk aan die van het christelijk onderwijs. Het verschil is dat men daar voor het onderwijzend personeel volledig uit eigen kring kan putten.

De kledingvoorschriften van het ICA zijn vrijwel identiek aan die van de Pieter Zandt Scholengemeenschap in Urk, Kampen en Staphorst, een van de zeven middelbare scholen op reformatorische grondslag. Vrouwen dragen een rok of jurk, niet per se tot aan de enkel maar zeker tot aan de knie.

Volgens directeur D. Vogelaar heeft de code, die ook voor leerlingen geldt, nog nooit tot problemen geleid. ,,Ons personeel dient onze grondslag te onderschrijven. Ze aanvaarden de Heilige Schrift als onfeilbaar woord van God.'' In Deuteronomium 22:5 staat: ,,Het kleed eens mans zal niet zijn aan een vrouw, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie zulks doet, is den HEERE, uw God, een gruwel.''

Zoals de Pieter Zandt Scholengemeenschap voorschriften ontleent aan de bijbel, steunt het Islamitisch College Amsterdam op de koran. Waar de een uitsluitend gelijkgestemde docenten aanneemt, hanteert de ander een ruimer beleid. Noodgedwongen, want er zijn nog onvoldoende gekwalificeerde islamitische docenten. Het naast elkaar bestaan van moslims en niet-moslims bezorgt de islamitische scholen een dilemma dat elke school op een andere manier oplost.

Toen het islamitisch onderwijs opkwam waren de eisen aan het personeel strenger, zegt Said Benayad, voorzitter van de koepelorganisatie ISBO. ,,Maar na een paar jaar ontdekten we dat het niet was vol te houden om aan niet-moslims dezelfde eisen te stellen als aan moslims. Het was niet logisch.'' Juist het stellen van verschillende eisen was voor Samira Haddad reden om haar afwijzing aan te vechten, en is voor de Commissie Gelijke Behandeling een belangrijk punt.

Islamitische scholen ontkomen niet aan het maken van onderscheid tussen docenten, zegt SIMON-directeur Taspinar. ,,Leerlingen weten feilloos welke docent moslim is en welke niet. Ze hebben heel snel door of iemand een hoofddoek draagt als verplichting of uit overtuiging. Een van bovenaf opgelegde identiteit is niet wat we onze leerlingen als voorbeeld willen meegeven. Ze moeten begrijpen dat identiteit van binnenuit komt.''