Ideeëloos

Zijne Majesteit de Koning der Belgen en Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden zijn zich blijkens hun verdrag inzake de Nederlandse Taalunie, ondertekend te Brussel op 9 september 1980, terdege bewust van het belang van de Nederlandse taal voor hun samenlevingen. Het Nederlands is de moedertaal van zestien miljoen Nederlanders en zes miljoen Vlamingen. Ook in Suriname speelt het Nederlands een belangrijke rol, aldus de Taalunie, een organisatie waarin de drie landen samenwerken op het gebied van de taal, het taalonderwijs en de letteren. De Taalunie is in feite de hoedster van het belangrijkste erfgoed dat ons land kent; een reden tot voorzichtigheid, in elk geval tot terughoudendheid. Maar tien jaar na de laatste spellingwijzigingen is deze beleidsorganisatie alweer met een reeks aanpassingen gekomen. Die gaat gepaard met nieuwe edities van de Grote Van Dale en het Groene Boekje, de officiële spellinggids van het Nederlands. Taal is immers ook handel.

Dat een taal leeft, blijkt uit de duizenden toevoegingen in de nieuwe Van Dale. Zoals deze krant gisteren meldde, zijn heel wat nieuwe woorden afkomstig uit de `integratieproblematiek' – een woord dat men maar beter kan mijden – en uit het Turks en Arabisch. Die toevoegingen zijn doorgaans nuttig, hoewel sommige over een aantal jaren ongetwijfeld gedateerd zullen aandoen.

De nieuwe spellingwijzigingen zijn daarentegen overbodig en ongewenst. Het Comité van Ministers dat de aanpassingsvoorstellen van de Werkgroep Spelling van de Taalunie bekrachtigt, had zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. De nieuwe regels zijn goeddeels veranderingen die geen verbeteringen zijn. Opnieuw verliezen Franse woorden ten onrechte hun accentteken. En wie zit te wachten op het malle `ideeëloos', in plaats van `ideeënloos'? Zo zijn er veel voorbeelden die als ,,willekeur en waanzin'' kunnen worden afgedaan, zoals gisteren de historicus G.C. Molewijk op deze pagina al met recht deed.

De Nederlandse taal mag geen speeltje worden van visieloze ministers die zich laten souffleren door beleidsadviseurs die de Nederlandse taal hebben gekaapt en haar tot inzet hebben gemaakt van een te voortvarend veranderingsproces. De Taalunie heeft gelukkig geen wetgevende bevoegdheid, maar machtig is zij wel. Misschien wel te machtig.

Het is nu te laat, maar de verantwoordelijke bewindslieden Van der Hoeven en Van der Laan (in Nederland) en Vandenbroucke en Anciaux (in Vlaanderen) hadden deze spellingwijzigingen moeten afkeuren. De les voor de opvolgers van hun opvolgers, die vermoedelijk met weer nieuwe veranderingen worden geconfronteerd, luidt dan ook: hoed u voor daadkracht, en behoed de taal voor de Taalunie.