Het raadsel van de bekroonde Bilibo

Het is groen en het lijkt op het schild van een schildpad. Het kan ook roze zijn, of rood. Eigenlijk lijkt het nergens op. Dat is ook de bedoeling van de Bilibo.

Het kinderspeelgoed Bilibo (€25) sleept een lijst eervolle vermeldingen achter zich aan. In 2000 kreeg het de Immobilia Design Preis, in 2002 de Swiss Product Design Award en in 2003 nog de Deutscher Lernspielpreis. De Bilibo is ontworpen door de Zwitser Alex Hochstrasser. En daarbij is hij geholpen door ,,prominente experts'', een Zwitserse arts die in een kinderziekenhuis werkt en jarenlang het natuurlijke speelgedrag van kinderen heeft geobserveerd en geanalyseerd. Zo doen meer speelgoedfabrikanten het. Bij de fabriek van Fisher Price in New York is een heel kinderlaboratorium ingericht met spiegelwanden waarachter onderzoekers noteren wat, hoe en vooral waarmee er wordt gespeeld.

Blijkbaar wordt er in Zwitserland heel anders gespeeld dan in Amerika. Want uit het Zwitserse onderzoek rolde de Bilibo. Een simpel vormgegeven object, zonder `aangegeven spelpatroon', zoals ongeveer al het speelgoed van Fisher Price wél heeft (denk aan de keukentjes, de Little people, de activity centers voor baby's). De Bilibo heeft geen knopjes, geen lichtjes, geen geluid. Kinderen moeten zelf bedenken wat ze ermee doen.

Op de plaatjes van de folder ziet dat er leuk uit. Je kunt erop staan, in zitten en ronddraaien. Er kan zand in. Of water. Je kúnt het op je hoofd zetten. Er kan een knuffel in. En, voor de inventieven onder de kinderen, er kunnen soldaatjes onder het schildpadschild door marcheren, en dan kun je zelf het geluid erbij maken.

Want dat is belangrijk zegt de Zwitserse arts die de ontwerper adviseerde. Speelgoed moet uitnodigen tot eigen spel, het moet ruimte geven aan de fantasie. En hij vindt dat de Bilibo `zekerheid' en `geborgenheid' uitstraalt, en dat leidt weer tot `elementair speelgedrag'. Wat dat precies is, elementair speelgedrag, vertelt de Zwitsere dokter er niet bij. Maar gezien het boekje met spelende kinderen dat bij aankoop aan de Bilibo vastzit, moet dat zoiets zijn als scheppen, trommelen (voor de kleinsten), balanceren en doen-alsof spelletjes. De Bilibo is goed voor het ruimtelijk voorstellingsvermogen, de oog-handcoördinatie en de prikkeling van de fantasie.

Van `groot belang voor de ontwikkeling van kinderen', zegt de arts er nog fijntjes bij. Bij ander speelgoed doen kinderen volgens de arts niet heel veel meer dan voorgekauwde ideeën naspelen. Ze verzinnen niks zelf maar doen wat ze horen te doen met de keuken, de elektrische piano of de barbie.

Nou kan er iets heel erg mis zijn met de kinderen die de groene Bilibo in ontvangst namen. Ze deden er namelijk helemaal niks mee. Iemand zei nog: ,,Heb je wel voorgedaan wat je er allemaal mee kan.'' Ja zeg, het was toch uitnodigend, lokte toch uit tot elementair spelgedrag. Kunnen ze toch zeker zélf wel verzinnen wat ze met dat ding moeten. Niet dus. Hun vader probeerde nog te troosten. ,,In de jury van al die ontwerpprijzen zaten vást alleen maar volwassenen.'' Toch overstag gegaan en een beetje geholpen door de Bilibo aan te prijzen. Vierjarige was best bereid er een paar rondjes in te draaien.

Nou moet wel gezegd dat als je een groep kinderen allemaal een eigen Bilibo geeft, zoals op sommige crèches gebeurt, dat het er al een stuk aantrekkelijker uitziet. In je eentje ronddraaien is saai, met een groepje is het feest.

De Bilibo staat nu naast het poppenbed en de maxi-cosi. De tweejarige heeft er een pop in gelegd met een stukje wc-papier als deken. Snel het Bilibo-boekje erop nageslagen. Je mag het ook als wieg gebruiken. Goddank, de kinderen hebben `elementair spelgedrag'.