Hells Angels en omertà

De politie-inval in clubhuizen van de Hells Angels in de nacht van zondag op maandag, over het hele land tot in Belgisch Limburg toe, zal de slachtoffers van deze motorclub genoegen doen. Dat betekent nog niet dat zij ook massaal aangifte zullen doen van door Angels gepleegde misdrijven – en dat is wat Justitie met het machtsvertoon van de nachtelijke inval beoogt. Justitie heeft zulke getuigenissen nodig om tot veroordelingen te komen, maar alleen al een aangifte tegen de Hells Angels vereist grote persoonlijke moed. Getuigenissen tegen de motorclub kunnen leiden tot verdere bedreigingen en geweld. Ook de leden mogen niet getuigen, want voor hen geldt levenslange omertà, maffiose zwijgplicht, met zware sancties op spreken. In het verleden raadde de Amsterdamse politie burgers daarom zelfs wel af aangifte te doen.

Vier jaar geleden kon heel televisie-kijkend Nederland zien hoe presentatoren Frits Barend en Henk van Dorp, en hun studiopersoneel, geen aangifte durfden te doen nadat een groep Hells Angels de studio was binnengedrongen en Van Dorp een blauw oog had geslagen, uit woede over een conversatie in het programma. De groep Hells Angels was op veiligheidscamera's vastgelegd, maar tot nu toe is niemand voor deze publieke geweldpleging vervolgd. Weliswaar begon Justitie in datzelfde jaar een onderzoek, maar decennia passiviteit, gedogen en zelfs subsidiëren kunnen niet in een paar jaar ongedaan worden gemaakt.

Getuigen omschrijven Amsterdam als het Europese hoofdkwartier van de Hells Angels. In het buitenland is de motorclub al eerder hard aangepakt. In Hamburg werden de Angels in 1993 verboden en in de Duitse deelstaat Rijnland-Westfalen gebeurde dat in januari 2001. Het strafproces tegen de Hells Angels had plaats in de zwaar beveiligde bunker van de Stammheim-gevangenis. Het is de vraag of ook de Nederlandse justitie erin slaagt de organisatie te verbieden.

De langdurige onaantastbaarheid van de Hells Angels en andere van zware misdaad verdachte organisaties in Nederland is mede te wijten aan het ontbinden van professionele recherchediensten, met de bedoeling mensen vrij te maken voor patrouilles op straat. De eerste doorbraken tegen de Hells Angels zijn dan ook niet te danken aan speurwerk, maar aan verdeeldheid binnen de motorclub. Drie onderlinge moorden in Limburg, en de uitzetting van voorzitter Big Willem wegens een mogelijk moordcomplot tegen Heinekenontvoerder en huisvriend van de Hells Angels Willem Holleeder, hebben getuigenissen opgeleverd die mogelijk tot veroordeling kunnen leiden.

Het is goed dat Justitie deze kans heeft gegrepen en eindelijk probeert door te zetten. Leden van de Hells Angels vormen een belangrijke schakel in de georganiseerde misdaad, die vooral in Amsterdam uit de hand is gelopen met afpersing van rijke zakenlieden en liquidaties op klaarlichte dag. Deze afrekeningen zijn het zichtbare deel van een ondergronds netwerk, dat onder andere actief is in drugssmokkel en onroerend goed en ook veel slachtoffers maakt onder burgers die niet actief zijn in de misdaad. Het is toe te juichen dat justitie de ernst van de zaak inziet en in actie is gekomen. De georganiseerde misdaad kan niet worden bedwongen door geüniformeerde buurtregisseurs. Gevraagd: burgers met moed.