Einde China Festival zwoel en zwevend

,,Ráre Chinezen!'' zei iemand gisteravond na afloop van het eerste concert in ons land van het Chinees Nationaal Symfonie Orkest. Het slot van de muziekprogrammering van het Amsterdam China Festival klonk inderdaad `anders', maar echt `raar' was dat niet. De Chinezen waren natuurlijk niet speciaal naar Amsterdam gevlogen voor een concert dat geheel Westers klinkt. Het publiek was ook zeer gemengd: Chinees, Nederlands en zelfs een enkele vrouw met hoofdoekje.

Leuk was het wel om overeenkomsten en verschillen tussen `Oosters' en `Westers' te ontdekken. De suite uit het ballet Het rode regiment van vrouwen (1959) van Wu Zuqiang en Du Mingxin, zwierf tussen Sjostakovitsj, Oosteuropese volksmuziek en Brahms' Hongaarse dansen. Maar er klonk vooral Dvorák: in elke drie maten `Chinese' muziek zat bijna meer `Nieuwe Wereld' dan in zijn hele Negende symfonie.

Het vioolconcert The Butterfly Lovers van He Zhanhao en Chen Gang, ook uit 1959 en dus middenin de Mao-tijd, laveerde sfeervol langs `Chinese' Westerse muziek als Mahlers Das Lied von der Erde en Puccini's Turandot. Violist Liu Yunzhi speelde zwoel, zwevend en zangerig maar net niet zweverig.

Na al die Chinese muziek op zijn Westers, klonk de Westerse muziek soms opeens erg Chinees of op zijn minst hoogst exotisch. The Lark Ascending (De opstijgende leeuwerik) van Ralph Vaughan Williams heeft al een Chinees-poëtische titel en violiste Janine Jansen soleerde hemelsmooi in een sneeuwwit gewaad met een rode Chinese applicatie. In delen uit Prokofjevs Romeo en Julia ontbrak in een soms bedeesde uitvoering nogal wat van de harde dramatiek. Maar het treuren van Romeo bij het graf van Julia klonk treffend en universeel menselijk.

Concert: Chinees Nationaal Symfonie Orkest o.l.v. Li Xincao m.m.v. Janine Jansen en Liu Yunzhi, viool. Gehoord: 17/10 Concertgebouw Amsterdam.