Een Zwitsers voetbalsprookje met een open einde

Ajax speelt vanavond in de Arena zijn derde groepswedstrijd tegen de Zwitserse voetbalclub FC Thun. Het motto van deze debutant in de Champions League: hard werken, koel verdedigen en slim counteren.

In zijn tirade tegen de macht van het grote geld kan de Zwitser Joseph Blatter vorige week niet het Zwitserse FC Thun hebben bedoeld. De voorzitter van de wereldvoetbalbond FIFA hield, bewust of onbewust, eerder een pleidooi voor de club uit Berner Oberland, waar corruptie volgens een plaatselijke website tot het regionale bankwezen beperkt blijft. Voetbal is daar nog van en voor het volk, precies zoals Blatter voor ogen staat.

FC Thun staat symbool voor amateurisme en provincialisme. Met een budget van drieënhalf miljoen euro is de club een kleintje in de Champions League. Zelfs in de Zwitserse competitie is er slechts één ploeg met een kleinere begroting. De best betaalde speler van FC Thun, doelpuntenmaker en gediplomeerd econoom Lustrinelli, verdient een maandsalaris van nog geen 4.000 euro.

De populaire, want trefzekere aanvaller kan binnenkort een bescheiden loonsverhoging verwachten. Door de plaatsing in de Champions League verdiende FC Thun nog eens drieënhalf miljoen euro aan startgeld. Na de 1-0 groepszege op Sparta Praag kon de penningmeester zich weer rijker rekenen; de winstpremie van de Europese voetbalbond UEFA bedroeg 321.000 euro. Het extra geld gaat in een spaarpot; een grote aankoop valt niet te verwachten, al was het maar vanwege de lage salarissen. Een beetje Zwitsers voetbaltalent tekent liever een contract bij de nationale topclubs Basel of Grasshoppers.

FC Thun is een debutant in de Champions League. De stad telt ongeveer 40.000 inwoners, die van oudsher weinig affiniteit met voetbal hebben.

Tot een jaar of acht geleden speelde FC Thun in de derde klasse van de Zwitserse bond. In 2002 volgde promotie naar de hoogste afdeling. Na een zevende en een zesde plaats eindigde de ploeg van trainer Schönenberger vorig seizoen heel verrassend als tweede; met een plaats in de voorronde van de Champions League tot gevolg. Daarin werden deze zomer achtereenvolgens Dinamo Kiev en FC Malmö uitgeschakeld. Het Zwitserse voetbalsprookje kent voorlopig een open einde.

FC Thun bezet in groep B van de Champions League de tweede plaats met drie punten uit twee duels. De openingswedstrijd tegen Arsenal ging vorige maand pas in blessuretijd met 2-1 verloren. De Engelse miljoenenclub werkt met een begroting die tientallen keren groter is; desondanks was het krachtsverschil op Highbury te verwaarlozen. Twee weken later volgde een zelfde scenario tegen Sparta Praag. Dit keer zegevierden de Zwitsers na een treffer in de slotfase.

FC Thun speelt zijn thuiswedstrijden in de Champions League in de nabijgelegen hoofdstad Bern, waar het voetbalstadion plaats biedt aan 31.000 toeschouwers. In de gewonnen kwalificatieduels tegen Kiev (1-0) en Malmö (3-0) was het luxueuze Stade de Suisse ook al uitverkocht. Het eigen Lachen-stadion kent slechts tienduizend (staan)plaatsen en is wegens een gebrek aan zitplaatsen (er zijn welgeteld 774 stoelen) niet erkend door de Europese voetbalbond. Vorige maand kwam het krakkemikkige onderkomen blank te staan, nadat overvloedige regenval het halve land onder water had gezet. De tv-beelden van de overstromingen werden alleen onderbroken door de verrichtingen in de Champions League.

In het programmboekje van het Europese hoofdtoernooi staat, bij grote uitzondering, in het hoofdstuk FC Thun geen erelijst vermeld. De verloren Zwitserse bekerfinale in 1955, tot deze zomer hét hoogtepunt in de meer dan honderdjarige clubhistorie, blijft onderbelicht. FC Thun is nog steeds een grote onbekende op de internationale voetbalvelden. Bijna niemand die het huidige succes kan verklaren. Hard werken, koel verdedigen en slim counteren is het motto bij FC Thun. De spelers knijpen elkaar vaak in de armen. Ze beseffen niet hoe goed ze zijn.

De drie clubleiders hebben evenmin een grote staat van dienst in de voetballerij. Trainer Schönenberger was al een poosje werkloos, nadat hij bij zijn drie vorige werkgevers wegens slechte resultaten tussentijds was ontslagen.

Manager Gerber is vooral bekend als eigenaar van een plaatselijke nachtclub. Bijna niemand in Thun en omstreken die zich aan die dubbelfunctie stoort. Zolang hij ook een neus voor voetbalbeloften heeft, mag hij zijn gang gaan in de nachtclub.

Voorzitter Weder noemt manager Gerber in elk vraaggesprek `een truffelzwijn', die in zijn jacht naar lekkernijen even doelgericht te werk gaat als deze talentenjager. De preses van de voetbalclub noemt de coach in dezelfde interviews steevast `de luidspreker', want Schönenberger schijnt in de dugout en op het trainingsveld zelden zijn mond te kunnen houden. Weder mag zeggen wat hij wil, hij is almachtig bij FC Thun. Toen hij in 1999 aantrad als voorzitter, maakte hij meteen schoon schip. Hij werkte in kort tijdsbestek een tekort van enkele tienduizenden euro's weg. Zo ziet zijn landgenoot en FIFA-voorzitter Blatter het graag: een schuldenvrije club die eigen spelers opleidt en niet meedoet aan de grootheidswaanzin in de voetbalwereld.