De terugkeer van de Duitse grote coalitie

Veertig jaar na de eerste grote coalitie in de naoorlogse Duitse geschiedenis gaat Angela Merkel het opnieuw proberen: een kabinet van christen-democraten en sociaal-democraten.

Onder het lover in de tuin van Palais Schaumburg in Bonn staat een ovale tafel. De ministers hebben hun haar strak naar achteren gekamd. Hun stropdassen zijn supersmal. Elke minister heeft een eigen asbak, voor elke twee ministers is er een doos sigaren.

De regering van kanselier Kurt Georg Kiesinger (CDU), op een foto uit de zomer van 1967. Een souvenir uit de Duitse parlementaire geschiedenis, uit een tijd dat regeren nog was voorbehouden aan rokende mannen. (Er zaten slechts twee vrouwen in het kabinet.)

Kiesinger beleeft dezer dagen een bescheiden comeback. De man die als ,,de vergeten kanselier'' te boek staat, was een pionier. Tussen 1966 en 1969 leidde hij de eerste coalitie van christen-democraten en sociaal-democraten, de eerste grote coalitie. Veertig jaar later probeert Angela Merkel (ook CDU) opnieuw de twee grote Duitse volkspartijen in één regering samen te binden.

Gisteravond openden CDU/CSU en SPD onderhandelingen over een regeerakkoord, gesprekken die vermoedelijk vier weken in beslag zullen nemen. Om de levensvatbaarheid van de exotische constellatie in te schatten, blikken velen nu terug naar het precedent uit de tweede helft van de jaren zestig. De nostalgische tuinfoto maakt evenwel in één oogopslag duidelijk dat vergelijkingen met de periode-Kiesinger slechts beperkt houvast bieden voor het tijdperk-Merkel. De regering zit nu in Berlijn, de stropdassen zijn breder, de sigaren verbannen en de chef is straks een vrouw.

In het regionale bestuur zijn grote coalities een beproefde regeringsvorm, maar op nationaal niveau heeft het brede verbond in Duitsland een slechte reputatie. De Grosse Koalition zou slecht zijn voor de democratie, haar beleid verwatert noodgedwongen tot een miniem compromis, ze is instabiel omdat de partijen voortdurend de volgende verkiezingen in het oog houden. Een noodoplossing, kortom, waarvan men niet veel mag verwachten.

Een grote coalitie zou slecht zijn voor de democratie omdat de parlementaire oppositie geen tanden zou hebben en politiek verzet een andere uitlaatklep moet zoeken. De oppositie was in Kiesingers dagen inderdaad klein: 49 liberale afgevaardigden in een Bondsdag met bijna vijfhonderd zetels. De periode-Kiesinger was bovendien de bloeitijd van de buitenparlementaire oppositie, de APO. Het kabinet maakte veel emoties los, onder andere omdat oud-NSDAP-lid Kiesinger voor velen onverdraaglijk was als kanselier. De onrust zegt echter meer over de jaren zestig dan over het fenomeen grote coalitie.

Toch bleef het een weinig geliefde constellatie. Na de moord op Pim Fortuyn stelden sommige Duitse politici dat de maatschappelijke onrust in Nederland het gevolg was van de gebrekkige oppositie in de jaren onder Paars. De politieke moord in Nederland werd daarom wel gezien als een argument tégen brede coalities in eigen land.

Een regering-Merkel is geen risico voor de Duitse democratie. De APO is verleden tijd en in het nieuwe parlement, dat vandaag voor het eerst bijeenkwam, zitten drie oppositiepartijen: de liberale FDP (61 zetels), de Linkspartei (54 zetels) en de Groenen (51 zetels). Het debat in de Bondsdag belooft met vijf partijen zelfs levendiger te worden dan voorheen.

Samenwerking tussen twee grote blokken is uiteraard moeizamer dan een coalitie van een grote partij en een junior partner. De regering-Merkel leunt straks op twee fracties die vrijwel even groot zijn. Merkels partners van SPD en CSU hebben al bij voorbaat haar rol als primus interpares ter discussie gesteld – een discussie die de SPD destijds ook aanzwengelde. Zelf zegt Merkel dat ,,alle partijen de lucht moeten krijgen die ze nodig hebben om te leven.''

Merkel moet leiden én koorddansen. Aan haar ovalen tafel zal achterdocht straks een vaste gast zijn. In Kiesingers dagen was dat niet anders. De ministers Schiller (SPD, Economie) en Strauss (CSU, Financiën) werden Plisch en Plum genoemd, naar twee honden uit een kindergedicht van Wilhelm Busch, de geestelijk vader van Max und Moritz. Plisch en Plum hielden elkaar nauwgezet in de gaten. Busch: ,,Hat sich Plisch hervorgedrängt, fühlt der Plum sich tief gekränkt.'' (Als Plisch zich op de voorgrond positioneert, is Plum gepikeerd).

Desondanks vonden Schiller en Strauss elkaar in baanbrekend economisch beleid. In 1966 stokte de economie, de werkloosheid schoot omhoog. Schiller en Strauss namen hun toevlucht tot Keynsiaans stimuleringsbeleid. Ze pompten, naar Amerikaans en Brits voorbeeld, miljarden in de infrastructuur. Binnen de kortste keren trok de conjunctuur weer aan. In 1969 groeide de economie met 8,2 procent. De werkloosheid daalde van 670.000 naar 178.000 werkzoekenden. Onder Kiesinger zag ook een Pact voor Stabiliteit en Groei het licht. De Duitse overheid nam formeel de verantwoordelijkheid op zich voor een stabiele economische ontwikkeling. De invloed van de overheid en de maakbaarheid van de samenleving leken in die dagen onbegrensd. Decennia later zouden Duitse politici ook een Stabiliteitspact ontwikkelen ter ondersteuning van de euro.

Het Duitse Pact werd in de jaren zestig geflankeerd door complexe regelgeving die zowel de federale overheid als de deelstaten zeggenschap geven over de belastinginkomsten. Ook dat werd gezien als een doorbraak. Kiesinger bracht bovendien een ingrijpende modernisering van het strafrecht op zijn naam. Een modernisering van het kiesrecht lukte niet en na voortdurende ruzies over het buitenlands beleid konden kanselier Kiesinger en vice-kanselier Willy Brandt elkaar niet meer zien. Het kabinet werd na drie jaar, bij reguliere verkiezingen, afgelost.

Was de grote coalitie een succes? Aan dadendrang ontbrak het de ploeg van Kiesinger niet. Op drie terreinen – binnenlands bestuur, justitie en economie – werden nieuwe wegen ingeslagen. Over één heikel probleem uit die dagen, de betrekkingen met de DDR, kon men het ook bij een goede sigaar niet eens worden.

De economische en bestuurlijke maatregelen golden destijds als succes. Later is het werk van Plisch en Plum in een ander daglicht geplaatst. Het was, zeggen economen nu, niet hun Keynsiaanse beleid dat de economie aanzwengelde, maar de export. En de financiële vervlechting tussen deelstaten en federale overheid wordt inmiddels gezien als de grootste handicap voor de modernisering van Duitsland. Angela Merkel wil dat corrigeren. De tweede grote coalitie moet afrekenen met de erfenis van de eerste.