`Boeren moeten af van hun gifverslaving'

Volgens entomoloog Joop van Lenteren moeten boeren leren begrijpen dat hun gewassen deel uitmaken van een groter ecosysteem.

De wereldwijde landbouw vraagt om een fundamenteel andere aanpak, weg van bestrijdingsmiddelen. Die vervuilen het grondwater en verminderen de soortenrijkdom van planten en dieren. ,,Boeren moeten af van hun gifverslaving'', zegt Joop van Lenteren, hoogleraar entomologie aan zowel de Wageningen Universiteit als de Universiteit van Perugia in Italië. Morgen ontvangt hij de Shell-prijs (100.000 euro) wegens zijn jarenlange inzet voor een duurzamere landbouw.

Boeren moeten volgens Van Lenteren leren begrijpen dat hun gewassen deel uitmaken van een groter ecosysteem. Negatieve invloeden in dat systeem, zoals schadelijke insecten of bacteriën, zijn met gerichte ingrepen af te zwakken op een milieuvriendelijke manier. In de Nederlandse kassen hebben telers van tomaten en paprika's jaren geleden hun insecticiden al ingeruild voor sluipwespen, om de schadelijke trips te bestrijden. En zo zijn koolsoorten beter beschermd tegen de vervelende koolmot als er bloeiende boekweit aan de rand van de akker staat. De nectar van de bloemen geeft de sluipwesp Daidegma semiclausum de energie die hij nodig heeft om de larven van de koolmot, die de binnenste bladeren van koolsoorten aanvreten, op te sporen en te doden. Zonder bloeiende boekweit in de buurt lukt hun dat veel minder goed, zo ontdekte Karin Winkler, een promovenda van Van Lenteren, vorig jaar.

,,De landbouw draait nu om symptoombestrijding'', zegt Van Lenteren op zijn gehuurde bovenwoning midden in het winkelcentrum van Utrecht. ,,De boer gaat een plaag te lijf met gif, de plaag wordt op den duur resistent, en dan moet er een weer nieuw middel komen. Die race gaat eindeloos door.'' Maar er kleven gevaren aan. Zo ligt in Afrika naar schatting 50.000 ton oud en ongebruikt gif opgeslagen in roestende en lekkende vaten. De Wereldvoedselorganisatie sloeg vorig jaar alarm over deze toxische tijdbommen. Als het gif naar het grond- of oppervlaktewater lekt zou dat een ramp zijn.

Van Lenteren beschreef zijn alternatief voor het eerst samen met drie Amerikanen (Proceedings of the National Academy of Sciences, november 1997). Hun zogeheten systeembenadering stoelt op drie poten: rotatie, veredeling en biologische bestrijding. Met andere woorden, niet steeds aardappelen op hetzelfde veld poten, maar afwisselen met bijvoorbeeld suikerbieten en granen. Het voorkomt dat bijvoorbeeld bodemaaltjes of de Colorado kever, uitgroeien tot een plaag. Daarnaast veredeling. Die zou zich behalve op een hogere opbrengst en een aantrekkelijker uiterlijk van het gewas, ook moeten richten op resistentie tegen ziektes en plagen. ,,Maak bijvoorbeeld planten met dikkere bladeren waar insecten moeilijker doorheen kunnen dringen om bij de sapstroom te komen'', zegt Van Lenteren. Biologische bestrijding tot slot maakt onder meer gebruik van stoffen die plaaginsecten naar een val lokken, of hun eetlust bederven.

Hoe succesvol deze systeembenadering kan zijn, blijkt uit een bundeling die de Wageningen Universiteit vorig jaar maakte van 25 projecten in ontwikkelingslanden. Rijsttelers in Indonesië, Vietnam en Sri Lanka gebruikten 60 tot 80 procent minder insecticiden, terwijl de opbrengst met 10 tot 40 procent steeg. Iets dergelijks gold voor telers van aubergines, bonen en kool in Bangladesh, en voor telers van tomaten, kool en ui in Burkina Faso.

De systeembenadering vraagt wel veel van de boer. Hij moet voor elk gewas, afhankelijk van onder meer het seizoen en de samenstelling van de bodem, een andere oplossing zoeken. Het gebruik van kunstmest en gif is eenvoudiger. Van Lenteren: ,,Ik vraag boeren of ze het verantwoord vinden dat ze het grondwater vervuilen omdat ze ervoor kiezen lui te zijn, en zo nodig om zes uur voor de tv willen hangen om een voetbalwedstrijd te bekijken.''