Zaak CIA-agente pijnlijk voor Witte Huis

Nieuwe onthullingen in de affaire rond de CIA-agente die uit wraak in gevaar werd gebracht, brengen het Witte Huis en The New York Times in verlegenheid.

De spanning loopt op. Karl Rove, de politiek adviseur van de Amerikaanse president George W. Bush, zegde afgelopen weekeinde op een laat moment een toespraak af op een bijeenkomst met politieke vrienden in Virginia. Niks voor hem.

Rove ligt onder vuur omdat hij met anderen vanuit het Witte Huis een wraakactie ondernam tegen een ambtenaar die de grondslag voor de oorlog in Irak betwistte. Vrijdag nog werd hij ruim drie uur verhoord door de aanklager in de affaire. Over het verhoor is vrijwel niets bekend geworden, maar er wordt intens gespeculeerd over een naderend vertrek van Bush' belangrijkste adviseur. Het onderzoek moet uiterlijk volgende week zijn afgerond.

Gisteren verhoogde de krant The New York Times de spanning door te onthullen dat Rove's opereren onderdeel uitmaakte van een bredere strategie van het Witte Huis. De krant beschreef dat ook een andere prominente Witte Huis-medewerker betrokken was bij het zwart maken van de ongehoorzame ambtenaar inzake `Irak'. Het gaat om Lewis `Scooter' Libby, topadviseur van vice-president Dick Cheney.

Libby's naam zong al rond, maar een bevestiging ontbrak tot nu toe. The New York Times is in dit geval een doorslaggevende bron. De verslaggever met wie Libby sprak, Judith Miller, zat enkele maanden in hechtenis omdat ze weigerde de identiteit van haar gesprekspartner prijs te geven. Nadat ze vorige week alsnog een getuigenis aflegde, beschreef ze gisteren de drie gesprekken die ze in 2003 met de topadviseur van Cheney voerde. De krant publiceerde daarnaast een uitvoerige reconstructie.

De zaak draait om ambassadeur Joseph Wilson en zijn vrouw, CIA-undercover agente Valerie Plame. Wilson deed in 2002 voor de CIA onderzoek of Saddam Hussein in Niger had geprobeerd onderdelen voor nucleaire wapens te kopen. Zijn conclusie was nee. Toch noemde president Bush in 2003 aan de vooravond van de oorlog dit als een reden voor de inval in Irak. Toen na de oorlog geen massavernietigingswapens werden gevonden, beschreef Wilson in een opiniestuk in dezelfde New York Times dat de regering-Bush het gevaar van Irak bewust had overdreven. Hierna werd vanuit het Witte Huis, aldus Wilson, de identiteit en functie van zijn echtgenote onthuld, die daardoor vreesde voor haar leven. De CIA deed aangifte, een speciale aanklager begon een onderzoek.

Uit de gisteren gepubliceerde stukken blijkt hoezeer het Witte Huis erop gebrand was Wilson te grazen te nemen. De motivatie was puur politiek. Duidelijk moest worden, vond Libby, dat Bush onjuiste verklaringen over het Iraakse regime had afgelegd omdat de CIA de regering verkeerd inlichtte. Van de missie van ,,die heimelijke gozer'', Joseph Wilson, naar Niger had Cheney nooit geweten. En al in het eerste gesprek gaf Libby de hint dat er sprake was van nepotisme door het werk van Wilsons vrouw bij de CIA te noemen – waarover hij Miller later meer details gaf.

De reconstructie van de krant komt vrijwel overeen met wat Karl Rove omstreeks dezelfde tijd aan het weekblad Time vertelde en waarover het weekblad deze zomer al publiceerde. Ook Rove kleineerde Wilson door te suggereren dat hij de trip naar Niger alleen had gemaakt omdat zijn vrouw bij de CIA werkte. De president en de leiding van de CIA hadden nooit van de trip geweten, aldus Rove volgens Time.

Het strafrechtelijk onderzoek draait erom of Rove en Libby illegaal handelden door de naam van de geheim agente bekend te maken. Er lijkt alleen bewijs dat de twee haar werkgever en echtgenoot noemden, niet haar naam. Er is dus een kans dat deze zaak, ondanks alle opwinding, eindigt zonder vervolging.

Wat hier tegen pleit, is dat Rove voor zijn vierde verhoor, vrijdag, te horen kreeg dat de aanklager vervolging niet uitsluit, terwijl vaststaat dat de topadviseur van Bush in zijn eerdere verklaringen is `vergeten' te vertellen van het gesprek met de Time-verslaggever. Iets soortgelijks is er met Libby. Hij liet zijn eerste gesprek met Miller – dat lange tijd niet bekend was bij de aanklager – aanvankelijk onvermeld. In beide gevallen is een vervolging voor meineed kansrijk, aldus betrokken advocaten bij de zaak. Dan moeten de president én de vice-president vermoedelijk hun voornaamste adviseurs ontslaan.

De zaak ligt ook The New York Times zwaar op de maag. Miller staat op de redactie bekend als een soms onbesuisde verslaggever, aldus de reconstructie. Zij was auteur van vijf van de zes artikelen waarin werd beschreven dat Saddam massavernietigingswapens had. De krant excuseerde zich later voor die stukken. Uit de reconstructie blijkt ook dat de spanningen op de redactie opliepen nadat de hoofdredactie enkele maanden terug een stuk uit de krant hield waarin Libby's rol werd beschreven. De leiding wilde de juridische positie van de krant niet verzwakken. Na haar vrijlating bleek Miller niet bereid haar collega-verslaggevers voor de reconstructie volledige opening van zaken te geven. Zo zijn er veel pijnlijke details. Hoogleraar journalistiek Jay Rosen uit New York prees het dagblad niettemin omdat het zoveel ongemakkelijke feiten over zichzelf publiceerde: ,,Het is bovendien superieur geschreven'', aldus Rosen.