Welzijn, Europa en PvdA

De Nederlandse overheid wordt niet door de Europese wetgeving gedwongen om traditionele publieke monopolies op het gebied van zorg en welzijn te privatiseren. Brussel gaat niet over de vraag of een traditionele overheidstaak door publieke of private partijen moet worden uitgevoerd. Maar als een traditionele overheidstaak eenmaal geheel of half is geprivatiseerd, valt die onder de mededingingsregels van de Europese Unie. Dat geldt voor de privatisering van zorgverzekeringen en voor het loslaten van de woningbouwcorporaties. De Europese Unie moet zich met geprivatiseerde overheidstaken bemoeien, om te voorkomen dat een private partij wordt voorgetrokken. Zodra de Nederlandse overheid een taak privatiseert, geeft ze een deel van de beschikkingsmacht uit handen aan Brussel.

Als de discussienota van de PvdA over Europa stelt dat de keuzes over de inrichting van de verzorgingsstaat binnen de nationale democratie moeten worden gemaakt, wordt daarmee vooral Den Haag aangesproken en niet Brussel. Den Haag mag die keuzes al zelf maken. Maar mede met hulp van de PvdA zijn traditionele overheidstaken geprivatiseerd. De woningbouwcorporatie is een goed voorbeeld van de verwarring in de Nederlandse verzorgingsstaat. De Nederlandse overheid heeft de publiek gefinancierde corporaties losgelaten in de hoop dat die zelf wel weten wat het beste is voor alle burgers. Zij moesten het geld voor sociale woningbouw zelf verdienen in de vrije markt, maar daarmee werden ze concurrent van andere private partijen die geen publiek vermogen beheren.

Als de PvdA zo nodig de Europese Commissie op afstand wil houden, moet ze publieke taken in publiek bezit houden. Als welzijnstaken worden verkocht, valt moeilijk vol te houden dat het bevoordelen van een specifieke private partij in het publieke belang is en dat aanbestedingen niet aan de orde zijn.

Mededingingsregels zijn bedoeld voor de bescherming van ondernemende burgers in Nederland en in Europa. Zij moeten daarom dwingend zijn. `Kaderwetgeving', zoals wordt aanbevolen door de discussienota, is dan niet genoeg. Bij te grote vrijblijvendheid dreigt ongelijkheid te ontstaan, vooral ten nadele van kleine landen als Nederland. Dan bepaalt de Franse regering dat een Frans bedrijf wel een buitenlands bedrijf mag overnemen maar nooit overgenomen mag worden. De Europese Commissie moet tegen dergelijke eenzijdigheid waken.

Het is een open deur om te stellen dat zaken op zo laag mogelijk niveau moeten worden geregeld. Het is ook van belang om sociale rechten van Nederlanders elders in Europa te regelen en vice versa. Die regelingen, vooral dringend gewenst in grensstreken, maken inbreuk op de handelingsvrijheid van regeringen.

Het is een goed voornemen van de PvdA om door middel van een discussienota consequenties te trekken uit de nee-stem in het referendum over de Europese Grondwet. Maar in zo'n stuk moet wel duidelijk een onderscheid worden gemaakt tussen het aandeel van Europa en het aandeel van Den Haag in de door de PvdA niet-gewenste vermindering van verzorgingsarrangementen. Dat is vooral een Nederlandse verantwoordelijkheid. Het is te gemakkelijk voor een Nederlands politicus om naar Europa te wijzen. Niet alleen de zwakkere, maar ook de ondernemende burger moet worden beschermd.