Succes te koop, van Alkmaar tot Londen

`De eerlijkheid van de voetbalcompetities is in het geding', zo luidt de redenering van Joseph Blatter. De voorzitter van de FIFA hekelt vooral `inhalige clubeigenaren' die met `verborgen agenda's' munt willen slaan uit de voetballerij. Zo zijn topspelers tegenwoordig vaak in handen van investeringsmaatschappijen, verdienen voetbalmakelaars miljoenen euro's aan transfers en worden jeugdspelertjes al op jonge leeftijd met vette contracten vastgelegd. Profclubs moeten ingenieuze constructies verzinnen om hun selectie op peil te houden. Dat daarbij forse schulden worden gemaakt is doorgaans slechts een zorg voor later. Blatter richt zijn pijlen vooral op het Chelsea van de Russische miljardair Roman Abramovitsj, al noemt hij de eigenaar niet met name.

Het Londense voetbalbolwerk Chelsea balanceerde een paar jaar geleden op de rand van de afgrond. De club werd van een bankroet gered door Abramovitsj en sindsdien kan het geld bij Chelsea eenvoudigweg niet meer op. Een betere `herstart' hadden de fans op Stamford Bridge zich niet kunnen wensen. Abramovitsj heeft met Chelsea bewezen dat succes wel degelijk te koop is. Op de voetbalmarkt geldt nu eenmaal ook het principe van vraag en aanbod. Zo gaat dat met een sport die volledig vercommercialiseerd is.

Types als Abramovitsj vormen pas echte bedreiging in de wereld van het betaald voetbal als ze het na een paar jaar weer voor gezien houden. De inkomstenstroom verdampt dan direct en de hoge uitgaven zijn niet meer te betalen. Zo was AZ in de jaren tachtig van de vorige eeuw in de greep van de broers Molenaar. Ook in Nederland bleek succes destijds te koop. De mensen in Alkmaar gingen pas klagen toen de geldkraan werd dichtgedraaid. AZ veranderde van een succesformatie in een anonieme club zonder toekomstperspectief. Jaren later wekte weldoener Dirk Scheringa met zijn eigen miljoenen de club weer tot leven. AZ doet weer mee in de eredivisie. In Nederland hoor je niemand zeggen dat daarmee de eerlijkheid van de voetbalcompetitie in het geding is. Het wordt pas een probleem als de belastingbetaler de prijs van een plotseling vertrek van een weldoener moet gaan betalen.