Stop de spellingvernielers

De Nederlandse Taalunie heeft ons opnieuw `verrast' met nieuwe spellingregels. Samen met de wijzigingen van 1934, 1947, 1955 en 1995 betekent dat vijfmaal in circa zeventig jaar, dat is gemiddeld eens per veertien jaar. Zijn we gek geworden?

Wanneer veel in een taal geschreven wordt, houden de taalgebruikers de spelling spontaan stabiel. Dat is het plezierigst. Door instabiele spellingen worden schrijvers voortdurend door twijfel opgehouden, terwijl lezers merken dat hun oog steeds blijft haperen. Een landurig stabiele spelling is daarom een belangrijk cultuurgoed.

In alle talen zijn altijd spellingknutselaars actief, maar meestal worden die genegeerd. Nederland behoort echter tot de landen waar deze knutselaars permanent kansen krijgen om het taalleven te schaden. Doordat om de haverklap spellingcommissies worden ingesteld, wordt onze spelling kunstmatig instabiel gehouden.

Voor cultuurbarbaren is dat niet erg, maar iemand die doordrongen is van het belang van de geschreven taal en die de enorme schatkamer van het geschreven verleden zo toegankelijk mogelijk wil houden, kan er razend om worden. Net zoals er een Algemeen Beschaafd Nederlands bestaat waardoor we `gevangenis' zeggen en niet `petoet', zo bestaat er een Algemeen Beschaafde Spelling waardoor we `conclusie' schrijven en niet `konklusi(e)' of `konkluzi(e)'. Deze ABS is net als het ABN primair traditie. Er bestaat geen kennis waarmee uit de gesproken taal een `juiste' spelling kan worden afgeleid.

De meeste opvattingen over de vermeende noodzaak van spellingverandering komen voort uit persoonlijke of politieke motieven, al dan niet gehuld in een pseudo-wetenschappelijk jargon. Vooral de wijzigingen uit 1955 waren pure vernielzucht. De toen bedachte dubbelspellingen (voorkeur thee en cultuur, nakeur tee en kultuur) hebben veel onzekerheid veroorzaakt. Ook spitsvondigheden van het type bessesap-bessenjam dateren uit die periode.

Tien jaar geleden bereidde de commissie-Geerts van de Nederlandse Taalunie de zoveelste vernietigende aanslag voor (teori, sitroen, sjirurgies). De ministers wezen deze voorstellen echter af en bedachten twee goede ingrepen: trek de zinloze nakeurspelling in en beëindig het gesteggel over bessesap-bessenjam door iets vaker een tussen-n te schrijven. Helaas is het geknutsel toen niet effectief onderdrukt, zodat de commissieleden die dit moesten uitwerken weer kansen kregen om nieuwe afwijkingen te introduceren.

Vooral de in 1995 verzonnen `regels' voor de tussen-n waren volstrekt willekeurig en steunden niet op de intuïtie van de taalgebruiker. Zo werd eikeboom in eikenboom veranderd, maar paardebloem bleef zo `omdat' het eerste lid een dier en het tweede een plant aanduidde.

De enige zinvolle `regel' was de `Bolkestein-regel' geweest: als in een samenstelling bij het eerste lid een meervoud op -en bestaat en een `geaffecteerde' uitspraak met -en mogelijk is, schrijf dan -en. We hadden dan het normaal ogende schroevendraaier, trappenhuis en bessensap gekregen, maar niet het nooit door iemand geschreven of gesproken pannenkoek.

Verder had kunnen worden afgesproken: schrijf bij planten conform de traditie altijd -e, tenzij het taalgevoel dat verhindert zoals vliegenzwam en elfenbank.

Er zijn in 1995 meer verminkingen aangebracht. Zo werd zoëven (met een trema) veranderd in het door niemand ooit geschreven zo-even (met lelijk streepje). Een ex-lid van de commissie heeft tegenover mij toegegeven dat dat een vergissing was. Bovendien werd een aantal volkerennamen in strijd met de traditie van hun hoofdletter ontdaan: indiaan, eskimo.

Nu is een nieuwe woordenlijst verschenen. De afspraak was om hierin wel nieuwe woorden op te nemen, maar de spelling onveranderd te laten. We weten inmiddels echter dat voor de tussen-n toch nieuwe regels komen en dat op `woordniveau' 9.000 wijzigingen zijn aangebracht – tweemaal zoveel als in 1995.

Voor een deel zullen fouten uit 1995 worden hersteld. Zo krijgen veel volkeren hun hoofdletter terug. Het lijkt er echter ook op dat weer nieuwe spitsvondigheden worden geïntroduceerd, zodat we bijvoorbeeld Eskimo versus indiaan krijgen.

Historische perioden als Middeleeuwen verliezen hun hoofdletter, versteend geachte vormen als paddestoel blijken opeens niet meer versteend en krijgen een tussen-n, reïntegratie verliest zijn doodnormale trema en wordt het door niemand geschreven re-integratie, nirvana wordt nirwana, Tweede-Kamerlid verliest zijn streepje (en krijgt daardoor een andere betekenis). Allemaal willekeur en waanzin.

Wie hecht aan de positie en het aanzien van onze taal, wie de toegankelijkheid van ons geschreven verleden niet kunstmatig wil bemoeilijken en wie de pure pesterij en oplichterij (om de paar jaar een nieuw woordenboek nodig) van hen die onze taal leren wil stoppen, wil dat deze periodieke vernielzucht wordt gestaakt. Serieuze kranten, tijdschriften en uitgeverijen moeten nu de koppen bij elkaar steken om de zinloze, nieuwe afwijkingen van onze Algemeen Beschaafde Spelling in de nieuwe lijst op te sporen. Er moet een correctielijst komen waarin deze afwijkingen op zo traditioneel mogelijke wijze zijn gerepareerd.

De Nederlandse Taalunie heeft bewezen dat de spelling bij haar niet in goede handen is. De gebruiker zal die taak moeten overnemen.

G.C. Molewijk is historicus en auteur van onder meer `Spellingverandering van zin naar onzin'.