Slaapkamer delen valt slecht bij dammers

Bij het WK dammen in Amsterdam is het door beperkte financiële middelen een beetje behelpen. ,,IK ga geen slaapkamer delen.''

Dammen is geen sport die de harten sneller doet kloppen. Met als gevolg weinig publieke belangstelling, een beperkt budget en bescheiden prijzengelden tijdens het WK dat zich momenteel afspeelt in een hotelzaaltje in Amsterdam Zuid-Oost. In deze weinig inspirerende omgeving strijdt de wereldtop om de hoogste eer. Het aan de hoofdprijs verbonden geldbedrag van zesduizend euro voor de wereldkampioen is een schijntje vergeleken met de bedragen bij bijvoorbeeld het topschaken.

,,Ik wilde vooral terugkomen op topniveau'', zegt de uit Wit-Rusland afkomstige maar voor Nederland uitkomende finalist Aleksandr Baljakin (44) over zijn deelname aan het loodzware toernooi. ,,Maar ik speel ook een beetje voor het prijzengeld.'' Van het prijzengeld is de nummer twee van het WK van 1986 en 1992 niet alleen afhankelijk. Baljakin, behorend tot het selecte groepje brooddammers, schat dat zijn inkomen voor ,,tien, maximaal twintig procent'' bestaat uit prijzengeld. Het geld dat hij verdient bij zijn club in Huissen en door het geven van trainingen is voor hem de belangrijkste bron van inkomsten.

Gerrit Tigchelaar, penningmeester van de organisatie van het WK, bevestigt dat het handjevol Nederlandse profdammers het grootste deel van hun inkomen buiten het toernooicircuit genereert. ,,Met prijzengeld redt een dammer het niet'', zegt Tigchelaar. Hij wijst op oudere dammers als Wiersma en Sijbrands die niet meer actief zijn op grote toernooien en die schrijven over hun sport. Nog actieve spelers als regerend Nederlands kampioen en WK-finalist Kees Thijssen weten zich gesteund door de A-status met bijbehorende toelage van NOC*NSF.

Tigchelaar schat dat de Nederlandse profs voor ,,maximaal twintig procent'' van hun inkomen afhankelijk zijn van het prijzengeld. Maar goed ook, want ook bij het WK in Amsterdam is de prijzenpot slecht gevuld. Tigchelaar werkt dan ook met een bescheiden budget van ,,zo'n 135.000 euro'', waarvan ook de verblijfskosten van de spelers moeten worden betaald. Met maar liefst veertig deelnemers in de groepsfase van het toernooi en een finaleronde met de twaalf beste dammers blijft er weinig over voor winstpremies.

,,Wij hadden zelf 10.000 euro voor de wereldkampioen gereserveerd volgens het principe winner takes all. Maar op verzoek van de spelers zijn de bedragen genivelleerd. De spelers waren bang voor combines. Volgens hen was er een risico dat partijen verkocht werden door spelers die geen kans meer hadden.'' Gevolg is dat het prijzengeld nu varieert van 6.000 euro voor de wereldkampioen tot het schamele bedrag van 450 euro voor de hekkensluiter in de finaleronde.

Ander gevolg van de beperkte middelen is dat het WK snel wordt afgewerkt. In de groepsfase werden al twee dubbele speelrondes afgewerkt en ook vandaag spelen de finalisten twee partijen, die gemiddeld vier uur duren. Om dat deel van de onkosten verder binnen de perken te houden heeft de organisatie de deelnemers in de groepsfase een kamer laten delen. Geen ideale situatie voor WK-deelnemers, gelet op de vereiste concentratie en rust. ,,Het was een noodgreep'', erkent Tigchelaar. ,,Maar zo'n puzzel was de kamerindeling gelukkig niet.'' Enkele spelers, onder wie de al uitgeschakelde achtvoudig Nederlands kampioen Rob Clerc (50), betaalden zelf een eenpersoonskamer. ,,Dan hebben we nog een paar spelers die in de buurt logeren of naar huis gaan. Bij de gedeelde kamers hebben we rekening gehouden met nationaliteit en leeftijd. En we hebben spelers uit verschillende groepen bij elkaar gezet, geen directe concurrenten. Ik heb geen klachten van de spelers gehoord'', beweert Tigchelaar.

Maar die waren er wel. Behalve Clerc liet ook Thijssen zich tijdens de groepsfase negatief uit over de gedeelde kamers. De Amsterdammer heeft echter het geluk dat hij elke dag naar huis kan. ,,Dat is wel lekker want ik ga geen kamer delen. Dammen is een individuele sport en een eigen kamer is alles tijdens een WK: je individualiteit, je rust en je ontspanning.''

Tijdens de finaleronde heeft de organisatie in elk geval een zorg minder, want volgens Tigchelaar is voor de beslissende fase van het WK ,,bewust'' voor eenpersoonskamers gekozen. Dit tot opluchting van onder meer Baljakin, die in de groepsfase een kamer deelde met zijn clubgenoot Gérard Jansen. ,,Ik ken Gérard al lang. Het is een rustige jongen en we hadden zo'n beetje hetzelfde ritme. Gérard was een goede kamergenoot. Voor ons was het geen nadeel want we hebben allebei als groepswinnaar de finale gehaald. Maar Gérard heeft een baan en is gewend vroeg op te staan. Een eenpersoonskamer is beter. Ik kan nu later naar bed. Als ik later opsta, hoef ik niet vier uur rond te hangen voordat de partij begint.''