Reünie

Na de reünie van mijn school liep ik nog even de buurt in waarin ik ben opgegroeid. Het was rustig op straat, de avond schemerde al.

Eerder op de dag was me opgevallen dat in zo'n doorsnee woonbuurt minder verandert dan je zou verwachten. Vijftig jaar geleden liep ik daar dagelijks rond, daarna was ik er nauwelijks meer geweest, maar wat was er nou precies veranderd?

Een rotonde en enkele wegen erbij hadden de kern onaangetast gelaten. De kerk, het patronaatsgebouw, het restaurant op de hoek, het stond er nog allemaal. In mijn lagere school zat nu de vrije universiteit, maar aan het gebouw zelf leek geen steen, geen deur en geen ruit veranderd. De drie kolossale bomen op de speelplaats en het korte afdakje voor de fietsen begroetten me als een oude bekende.

Op de reünie had een vriendje van toen me verteld dat hij met zijn vrouw in het huis van zijn gestorven ouders was getrokken. Daarmee was de cirkel van zijn leven gesloten, hij was terug op de plek waar het allemaal begonnen was. Ik kende dat huis goed, het was om de hoek van de straat waar wij woonden.

Op de terugweg naar het station besloot ik er even langs te lopen. In de woonkamer waar wij zo vaak gespeeld hadden, zat een vrouw tv te kijken. Wonen in het ouderlijk huis van weleer, wat een wonderlijk gevoel van continuïteit moest dat geven. Het huis lag aan een kort straatje, maar het voerde voor mijn vriend tot in de eeuwigheid.

Ik zag zijn moeder weer boven het aanrecht gebogen, half stikkend in een astma-aanval. Zevenentachtig jaar was ze daar nog mee geworden, vijf jaar ouder dan mijn eigen moeder. Een korte adem die toch de langste bleek.

Toen sloeg ik mijn eigen straat in. Ze lag er vriendelijk en vredig bij, beter onderhouden dan in mijn herinnering. Een aangename straat, ik zou er, eh, best willen wonen als ik me weer in deze buurt zou moeten vestigen. Aarzelend naderde ik mijn vroegere huis. Wat moesten de mensen wel niet denken van die kerel met zijn rugzakje die zo onbeschaamd al die huizen binnenkeek? Een inbreker op verkenningstocht? Een agressieve ex-echtgenoot die een straatverbod schendt?

Nu moest het ervan komen. Ik liep snel langs de huisdeur met nummer twaalf, zag wat mensen in de verlichte woonkamer zitten en keerde weer langzaam op mijn stappen terug.

Toen zag ik mijn vader. Hij zat in zijn stoel en praatte geanimeerd in een kringetje van mensen. Het was zaterdagavond, dan kregen ze vaak bezoek. Hij rookte een sigaret, het moest een Paramount zijn. Plotseling stond hij op. Hij liep naar de gang en kwam naar buiten, energiek als altijd. Alles voltrok zich in een wolk van geluidloosheid.

Hij opende het portier van zijn Volkswagen Kever en pakte iets van de achterbank. Het was zijn houten tennisracket, zijn enige. Op de terugweg ritste hij even met de nagels van zijn linkerhand langs de snaren van het blad. Het geluid beviel hem, ik zag het aan zijn gezicht. Een onderdeel van een seconde keek hij opzij, mijn kant op. Een onpeilbare blik in het donker. Toen trok hij de voordeur achter zich dicht.