Levensreddend uitzicht

Wanneer voelt iemand zich Europees? Meestal denkt wie geen politicus is, niet over zulke dingen na. Europees, we zullen het wel zijn, we wonen in Nederland, dat is West-Europa en daarmee is de kous af. Toch is er meer. Soms als je een Amerikaanse film ziet, en niet zo lang daarna een Franse, Poolse, Engelse, voel je ineens het verschil heel duidelijk. Wat het is, daar is moeilijk de hand op te leggen. Maar zeker is dat er in die Franse, Poolse, Engelse films iets is wat op een diepere manier herkenbaar is, en misschien is zelfs het woord herkenbaar al te veel, te bewust. Er is iets in wat bij je hoort, zoals familie bij je hoort op een andere manier dan andere mensen.

Net zo kun je soms met vakantie in zomaar een stadje in Frankrijk of Italië, dat je juist bezocht vanwege het andere, het vreemde, het onbekend mooie, overvallen worden door een diep gevoel van vertrouwdheid met de daar door die dikke muren, oude stenen, schilderijen of beelden vertegenwoordigde geschiedenis, ook als je de details van die geschiedenis amper kent. Warschau is vreemd, maar bekend. Salzburg popperig, maar vertrouwd.

Europa. Een hele cultuur en geschiedenis die je niet eens precies hoeft te kennen om er toch bij te horen.

Dat is een heerlijk gevoel, maar ook een nogal vaag gevoel. Bovendien blijkt dat Europese gevoel heel grillig. In Griekenland bijvoorbeeld werkt het heel anders. Daar is alles makkelijk vreemd, on-Europees: de straten met hun vlakke gevels, hun talloze kleine nerinkjes, de op straat zittende mannen, de manier waarop de mensen gekleed gaan – het lijkt allemaal sprekend op Tunis, Beiroet, andere soms alleen van de televisie bekende steden in het Midden-Oosten. Griekenland is bijna Turks, met dat eten, sommige muziek – de muziek uit Klein-Azië die in Griekenland door veel grote zangeressen gezongen wordt – je kunt je er heel makkelijk een Europeaan buiten Europa voelen.

Soms, als je na een lange wandeling bij een bron komt, waar een ruw stenen gebouwtje omheen is gebouwd, en waar een oud vrouwtje bezig is enorme kleden te wassen en te drogen, terwijl een ezel een eindje verderop staat te suffen en te wachten, kan het heel verbazend zijn om te denken: ik ben in de Europese Unie.

Het Nexus Instituut heeft onlangs tegelijkertijd drie nummers van het tijdschrift Nexus uitgebracht, die allemaal over Europa gaan en een weerslag vormen van de conferenties die het kabinet dit voorjaar samen met het Nexus Instituut organiseerde. In die nummers wordt veel gedacht en geschreven over wat Europa is, zou moeten zijn, zou kunnen zijn, wat het was, wat zijn verplichtingen zijn, zowel politiek als cultureel.

Europa is economie, Europa is een Europees paspoort en een berg regelingen en subsidies. Anderzijds is er het ideële Europa, een gedeelde geschiedenis en cultuur. Ik schrijf dit op een Grieks eiland. De lerares die mij en een paar anderen Grieks bijbrengt, vertelde over haar jeugd. Een naoorlogse jeugd. Haar grootmoeder van vaders kant was met acht kinderen gevlucht uit Klein-Azië waar de Turken de Grieken het leven heel moeilijk, zo niet onmogelijk maakten wegens de onenigheden over Cyprus. Nog steeds wordt in Griekenland gesproken over `de Stad', over `Stads eten' en wordt daarmee Konstantinopel bedoeld, Istanboel, dat hier eigenlijk nooit met die naam aangeduid wordt. De stad. De enige stad. Waar men hoorde, waaruit men verdreven is.

De Griekse vrouw vertelde ook over haar schooljaren tijdens de junta. Hoe een geschiedenislerares huilend voor de klas had gestaan, terwijl ze haar leerlingen beval om sommige bladzijden uit het leerboek te scheuren en op de grond te gooien. Verboden bladzijden. Hoe ze met andere kinderen op straat stond te praten en lastiggevallen werd door de politie die haar vroeg waarover ze dan wel praatten en hun beval onmiddellijk op te breken. Over het heimelijk naar de radio luisteren waarop andere, verboden muziek ten gehore werd gebracht. Over wat sommmige boeken, sommige muziek betekende in een tijd waarin van bovenaf een poging werd gedaan het hele volk te hersenspoelen, precies zoals dat, maar vanuit een andere ideologie, in heel Oost-Europa is gebeurd.

Haar geschiedenis is een Europese, veel harder dan de onze, wij zijn de geluksvogels van dit continent.

We lazen met een klein groepje Euripides' tragedie Helena, in Nieuw-Griekse vertaling Eleni geheten. Over een oorlog die begonnen is uit een misverstand – in dit geval het misverstand dat Helena naar Troje was gevoerd. In deze tragedie beweert Euripides dat daar slechts een schijngestalte van haar aanwezig was. Dus eigenlijk was die oorlog om niet, heel Troje verwoest om niet.

Het klinkt merkwaardig actueel. Vijfentwintig eeuwen terug zag men en wist men precies dat wat wij nog steeds elke keer opnieuw moeten inzien. Dat ons lot van grilligheden aan elkaar hangt, dat er geen staat op te maken is, dat we onszelf bedriegen met schijnwaarheden, dat oorlogen om onzinnige redenen gevoerd worden.

Wat is dat toch met grote literatuur, dat die altijd op een of andere manier de waarheid bevat, niet als traktaat maar als beeld.

Al Europeser werd het hier op dat eiland ergens in Europa.

En toen las ik ook Reading Lolita in Tehran, van de Iraanse hoogleraar literatuur Azar Nafisi, die daarin schrijft over de geheime literatuurcolleges die ze bij zich thuis gaf aan haar beste studenten. De meisjes worden op straat behandeld en gecontroleerd alsof ze lopende bommen zijn. Het geringste spoortje nagellak kan de hele maatschappij ontwrichten. Ze leven in een wereld waarin mensen zonder meer opgepakt worden en verdwijnen, waarin gevangenisstraf, slaag, onderdrukking heel gewoon zijn. Een wereld die sprekend lijkt op die van mijn Griekse lerares tijdens de junta. En wat doen ze, ze luisteren in het geheim naar verboden muziek, en ze lezen in het geheim Nabokov, om verbinding te krijgen met die andere wereld, die van, zoals Nabokov schrijft, ,,tenderness, brightness and beauty''.

Het is een indrukwekkend boek, dat van Nafisi, omdat je er maar weer eens goed aan kunt zien wat literatuur echt betekent. Geen ,,tijdverdrijf voor fijne luiden'', maar een bijna levensreddend uitzicht op een wereld waar de schoonheid en de verschrikkingen uit de verbeelding komen.

Waar is Europa dan nog? Euripides, de schrijver uit het land van het verleden, hoort erbij. Nabokov hoort erbij. Grieken op een klein eiland. Meisjes die Madame Bovary lezen in Teheran. De onbestaanbare Griekse goden. Europa, dat is de wereld, niet die van de economie, maar die andere, die van het grillige lot en van ,,tenderness, brightness and beauty''.