Het Beeld

Thema-avonden produceerde de VPRO de laatste jaren over een sector in beweging, zoals het onderwijs en de gezondheidszorg, en over ouders en kinderen. Na het geslaagde boeket documentaire observaties over de interactie tussen geboortegolvers en hun bejaarde ouders werd gisteren drie uur lang de vraag behandeld: Wat doen wij met onze kinderen?

Het bewegende beeldmerk van deze avond, net als bij eerdere thema-avonden een animatie van Bart van den Berg, lijkt de tendens scherp samen te vatten: op hun knieën aanbidden silhouetten van een vader en een moeder een gekroond kind met de handen in de zij. Thomas Rosenboom, auteur van het pamflet Denkend aan Holland over de nieuwe hufterigheid, uitte de wel vaker gehoorde weeklacht over die verwende kinderen, slachtoffers van het schuldgevoel van werkende moeders.

Het is in de mode om na decennia van laissez faire weer te pleiten voor een meer autoritaire aanpak. Je zou er een bitter-vrolijke reeks televisieobservaties aan kunnen wijden, in het verlengde van de succesvolle reality shows die falende ouders trachten te bewegen tot een meer consequente aanpak.

Gelukkig was het maar een stroom, en niet eens de opvallendste, in een overvolle grabbelton van reportages. De belangrijkste commentatoren tussen de filmpjes in waren de Utrechtse hoogleraar pedagogiek Micha de Winter, die een democratisch offensief tegen de individualisering bepleit, en de historisch pedagoog Janneke Wubst, vorig jaar gepromoveerd in Groningen op een studie van ruim honderd naoorlogse Nederlandse boeken met opvoedingsadviezen. Wubst nuanceert overtuigend de in de media gangbare clichés. Specifieke verwijten aan gehaaste ouders blijken niet nieuw. Al in de jaren vijftig verschenen er boeken waarin werd gesteld dat kinderen die in auto's roets-roets door het landschap werden gereden nooit evenwichtig zouden kunnen opgroeien.

Een ieder kon zelf conclusies trekken uit de verschillende bijdragen. Ik vond bijvoorbeeld de reportage over het didactisch trainen van honden door ouders die hun kinderen niet meer in de hand weten te houden tamelijk vernietigend, omdat kinderen nu eenmaal geen honden zijn.

Prikkelend, maar ook problematisch vanuit een standpunt van elegantie en overzichtelijkheid, waren de onderdelen die pedagogische kwesties gebruikten om andere zaken aan de orde te stellen. Filmmaakster Fatima Jebli Ouazzani greep ruzies tussen een moeder en haar puberende dochter van 14 aan om de strijd met haar eigen moeder te beschrijven. Het is een goed idee om pedagogische dilemma's eens vanuit zo'n persoonlijk psychologisch perspectief te bezien, maar in dit kader schiep het vooral verwarring.

De Rotterdamse deskundige Rabiaa Boulhalhoul benijdt Nederlandse ouders omdat ze hun emoties beter in de hand kunnen houden dan gefrustreerde Marokkaanse opvoeders. Djoeke Veeninga betrapte met haar camera tienermeisje Jihad op het moment dat ze besluit een hoofddoek te gaan dragen, bewonderd door haar moeder die nog niet zover zegt te zijn, maar wel begrijpt dat er zonder geloof ,,iets aan je identiteit ontbreekt''. Maar is dat van belang voor het pedagogische debat dat de VPRO wilde entameren?