Herbers en het Metropole Orkest subliem

Mag men het werk van een componist ingrijpend veranderen? Voor bandleider Duke Ellington (1999-1974) was het nauwelijks een vraag. Hij speelde zelden werk van anderen en wat zijn eigen repertoire betreft: daar sleutelde hij bijna dagelijks aan, om vaak heel prozaïsche redenen, van zoekgeraakte bandleden tot kapotte microfoons.

Bij de Harlem Suite die hij schreef in opdracht van Arturo Toscanini, dirigent van het NBC Symphony Orchestra, ging er ook iets mis: bij de première begin '51 in het Metropolitan Opera House had de Duke geen complete partituur gereed. Er zijn geen verslagen van dat concert maar het zal vast flink gerammeld hebben. Dat deed het in elk geval elf maanden later toen Ellington de suite met zijn eigen band vastlegde voor het label Columbia. De solisten doen bijna allemaal fraai werk maar de band als geheel klinkt soms pompeus en begint, mogelijk door een blik op de klok, tegen het einde flink te jagen.

Het Metropole Orkest o.l.v. gastdirigent Werner Herbers - de sinds kort gepensioneerde hoboïst van het Concertgebouworkest – deed zaterdag geen poging de sound van het Ellington orkest te imiteren (dus geen hinnikend trompetpaard à la Ray Nance) maar concentreerde zich op eigen deugden: gevoel voor details en dynamiek. Dat resulteerde in een kleurrijke, prachtig uitgebalanceerde versie die ongetwijfeld Duke's instemming zou hebben gehad.

Zo mogelijk nog sterker was het orkest in City of Glass van de legendarische Robert Graettinger (1923-1957). De Nederlands première van dit complexe en indringende werk vond in '93 plaats in de Wang-zaal van de Beurs van Berlage door Herbers' Ebony Band onder leiding van Gunther Schuller, de opnamen verschenen op Channel Crossings.

Dat aan die feiten niet werd gerefereerd in het programaboek was waarschijnlijk niet toevallig want de nieuwe spelopvatting verschilde sterk. Terwijl in '93 de uitvoering gedomineerd werd door de verpletterende mokerslagen van het koper waren nu ook de piannissimi hoorbaar en klonk de suite heel doorzichtig, zoals past bij zo'n titel. Waardoor je verleid werd te blijven luisteren, tot de laatste martelende minuut.

Na dit sublieme orkestrale vertoon moest het repertoire van Kurt Weill (1900-1950) wel klinken als music for the millions. De Amerikaanse sopraan Helen Schneider doet het aardig in Surabaya-Johhny en ander cabaret-en musical teksten, maar heeft zelfs met microfoon te weinig stem om het Concertgebouw te vullen. Als voorbeeld September Song. Maakte Sarah Vaughan daar in '54 op de plaat een slepend en dramatisch hoogtepunt van, voor Schneider lijkt het een vluggertje tussen andere bezigheden door; film hier, toneelrol daar.

Voor de inzet van het Metropole Orkest maakt het geen verschil; ook een matige zangeres moet je goed begeleiden. En als Schneider er halverweg even tussen uitgaat toont het bescheiden zijn grote deugden in het relaxte Train to Johannesburg. De nieuwe vaste dirigent Vince Mendoza treft in november een ideale club musici; getalenteerd en toegewijd.

Concert: Metropole Orkest en Helen Schneider (zang) o.l.v. Werner Herbers. Gehoord: 15/8 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 18/10 20.02 uur.