Fuck!

`My boy lollypop'

John McEnroe is net woedend op zijn stoeltje neergeploft als het oude deuntje wordt opgezet in de sporthal van Eindhoven. Hij voelt zich, voor de honderdduizendste keer in zijn tennisloopbaan, bestolen door een asshole die de lijn in de gaten houdt.

`You made my heart go giddy up!'

Het is maar één minuut rust tussen de games door, maar McEnroe heeft die tijd hard nodig in de strijd tegen het zweet. Hij wrijft de handdoek over zijn linkerbeen, rechterbeen, gezicht, linkerarm, rechterarm, weer over zijn gezicht. Hij haalt het dopje van een waterflesje, een paar slokken, dopje erop, handdoek weer over rechterhand, linkerhand, voorhoofd.

`Time!'

Het muzikale behang sterft weg. McEnroe slentert naar de serveerplek. Door het shirt heen zoek ik tevergeefs naar een vetrol. De Amerikaan is zo fit als een hoentje. Aan de andere kant van het net staat Thomas Muster, ook al zo strak als een plank. De twee oudjes – laat ze het woord niet horen – spelen tegen elkaar tijdens het Alex-seniorentoernooi in Eindhoven.

Organisator Jacco Eltingh komt naast me staan in het middenpad dat leidt naar de kleedkamers. We zien hoe het gebogen bovenlichaam van McEnroe langzaam heen en weer slingert. Tijgers doen zo, in de dierentuin. In volle concentratie wacht hij op de service van Muster. Daar komt de bal. McEnroe schiet naar de zijkant van de baan en slaat de return net uit.

Hij verdwijnt even uit beeld. Ik hoor een klap. Daar is McEnroe weer, het gezicht op onweer. Hij heeft zojuist het houten podium waarop de lijnrechter zit over de reclameborden gegooid. Snapt dan niemand hier in fuckin' Eindhoven dat `Mac' meer ruimte nodig heeft?

Eltingh gilt het uit van de lach. ,,Dit is McEnroe. Hij komt hier alleen maar om te winnen. Verliezen staat niet in zijn woordenboek. Op de baan is hij bloedserieus. En hij is nog zo fit.''

Een meisje van de organisatie fluistert dat hij in de ochtend tijdens een tennisclinic alle jongens en meisjes ,,dwars doormidden heeft geslagen''. McEnroe heeft alles gewonnen, maar kan nog altijd niet verliezen. Als umpire Miranda Heyser weigert een beslissing te herroepen gaat hij vlak bij haar scheidsrechtersstoel staan. Hij kijkt omhoog, zijn ogen staan vals: ,,Fuck. Goddammit. Bullshit!''

De zaal lacht. Maar McEnroe is geen clown. Het is hem ernst. Zijn grijze haar schreeuwt om een borstelbeurt. De plukken staan alle kanten op, op zijn kruin is het plat, of er een duif op heeft liggen broeden.

Het organisatiemeisje vertelt over het diner dat de senioren hadden in het huis van een zakenman. Het kostte die man 50.000 euro om met McEnroe en de andere tennishelden aan tafel te zitten. De zakenman moest onverwacht weg voor een grote deal elders op de wereld. Daar zaten ze, de rijke tennissers, in een vreemd huis. McEnroe was de grote animator aan tafel. Hij kletste aan een stuk door. Het huis is nog heel.

McEnroe wint van Muster in twee sets. Hij doet de twee hengsels van zijn sporttas over zijn schouders, het lijkt wel een rugzak zo. Hij ziet er uit als een eenzame handelsreiziger in tennislessen. Hij zwaait naar het publiek, negeert de uitgestoken hand van de referee en beent weg. Ik kijk hem na in de gang, zelfs van achteren blijft hij lijken op een boos highschooljongetje dat altijd gelijk wil hebben.

De eerstvolgende partij verliest hij van Richard Krajicek. Hij is er ziek van. McEnroe gaat niet stappen in Eindhoven. Na de wedstrijd zegt hij: ,,Ik baal van mezelf. Ik weet niet wat er aan de hand is. Ik ga naar het hotel en sla mezelf voor mijn kop.''