De inheemse wilde peer was bijna weg

Bijna alle bomen en struiken in Nederland zijn aangeplant. Maar vaak met plantgoed uit het buitenland. Het centrum Bronnen Bomen probeert de inheemse rassen te redden.

Een onooglijk bosje tegen de Schoelieberg aan, bij het West-Brabantse dorp Huijbergen. Vijf mannen met stevige schoenen aan schuifelen gebukt rond. Een witte emmer in de ene hand, de andere hand pakt razendsnel de ene na de andere eikel en gooit die in de emmer. Een volle emmer wordt geleegd in een gereedstaande zak. De eikeloogst is in volle gang.

,,Een onooglijk bosje? Integendeel'', zegt bioloog René van Loon van de stichting Bronnen Bomen. ,,Dit is een van de weinige plekken waar de inheemse zomereik nog voorkomt.'' De houtwal onderaan de Schoelieberg is van respectabele leeftijd, legt hij uit. ,,Hier zie je een kleine hakhoutstoof. Lang geleden hebben boeren hier zomereiken aangeplant om de zandverstuiving tegen te gaan en om hout te kunnen snoeien. De oorspronkelijke stam zit nu verborgen onder de grond. De bomen die hier staan, lijken wel aparte bomen, maar het zijn allemaal `uitgestoelde' uitlopers, die teruggaan op dezelfde moederstam. Deze stoof is zeker 150 jaar oud, maar misschien ook wel 200 of 300 jaar oud.''

Zomereiken zijn er te over in Nederland, maar het is vrijwel allemaal `import'. Datzelfde geldt voor tal van andere bomen en struiken. De inheemse, oorspronkelijke struiken en bomen, de `autochtone' rassen, dreigen door deze import uit het landschap te verdwijnen. Dat lot treft niet alleen de zomer- en de wintereik, maar ook de wilde peer, de wilde appel, de winterlinde, de gele kornoelje, de egelantier, de tweestijlige meidoorn, en tal van andere struiken en bomen die van oudsher hier thuishoren.

Sinds 1993 zet Bronnen Bomen zich in voor het behoud van deze autochtone bomen. Medewerkers trekken het veld in om zeldzame bomen en struiken op te sporen, zaad te oogsten en dat zaad bij professionele kwekers op te laten kweken. ,,Wat er tegenwoordig wordt aangeplant, zijn weliswaar soorten die hier van nature thuishoren, maar over de herkomst heeft men zelden nagedacht'', zegt Henny Ketelaar, initiatiefnemer van Bronnen Bomen. ,,Toch is de herkomst van het moedermateriaal wel degelijk van belang. De soorten die zich sinds de laatste ijstijd hier hebben gevestigd, zijn in duizenden jaren genetisch aangepast aan de hier heersende klimatologische omstandigheden.''

Import blijkt bijvoorbeeld veel gevoeliger voor ziektes. Maar het is toch vooral de floravervalsing, waar Bronnen Bomen zich tegen verzet. ,,Het is genetisch erfgoed, waar we op zijn zachtst gezegd nogal slordig mee omgesprongen zijn. Het is onze morele plicht te behouden wat er nog is.''

Het hele jaar door inventariseren medewerkers van Bronnen Bomen het Nederlandse landschap, op zoek naar oude, inheemse bomen en struiken. Daarbij baseren ze zich op het onderzoek van de Utrechte bioloog Bert Maes. Volgend voorjaar verschijnt een boek onder zijn redactie, met de vruchten van vijftien jaar onderzoek naar inheemse bomen en struiken. ,,Van otters, dassen en bevers weten we alles, maar van bomen en struiken wisten we eigenlijk niets'', vertelt Ketelaar. ,,Het blijkt dat ruim zestig procent van de oorspronkelijke inheemse soorten zeldzaam is of praktisch uitgestorven. Van sommige soorten waren er minder dan tien individuen. Van andere soorten nog vijftig of honderd exemplaren. En dat allemaal door menselijk handelen. We lopen wel te hoop tegen de kap van het tropisch regenwoud en de oerbossen, maar in feite hebben wij hier niets anders gedaan.''

Sinds 1994 heeft Bronnen Bomen dankzij geduldig oogsten, en het opkweken bij professionele kwekers zes miljoen bomen en struiken van vijftig verschillende soorten afgezet. ,,Dat lijkt veel, maar het is slechts een klein percentage van wat er per jaar nodig is aan aanplant. Maar van acute ondergang van het genetisch materiaal kun je niet meer spreken.''

Ook Staatsbosbeheer en het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij beginnen oog te krijgen voor het behoud van de natuurwaarde van het landschap en van de biodiversiteit. Samen met Bronnen Bomen ontwikkelen ze in de Noordoostpolder een genenbank van inheemse soorten, die tevens als `zaadgaard' dienst kan doen.

Ketelaar: ,,Ik durf in alle bescheidenheid te zeggen dat wij een aantal soorten van de ondergang hebben gered. Als er niets was gebeurd, zou de wilde appel over twintig jaar zijn verdwenen. Maar voor de wilde peer is het nog steeds een paar seconden voor twaalf. Onlangs hebben we een exemplaar gevonden, aan de Nederlands-Duitse grens. In Twente blijken er ook nog een paar te staan. We zijn nog maar net op tijd.''

Ook bij de eikeloogst aan de voet van de Schoelieberg dringt de tijd. Oktober is eikelmaand voor Bronnen Bomen. ,,We hebben nu drie tot vier weken om te oogsten, hier en op andere plaatsen. Dan moeten de eikels binnen zijn, anders gaan ze uitlopen of verdrogen'', zegt Van Loon. ,,En we willen hier toch wel minimaal 1.200 kilo weghalen.''