Zwartkopmeeuw

Het onderscheid tussen de kokmeeuw, die een chocoladebruine kop heeft, en de zwartkopmeeuw (Larus melanocephalus) is gering. De zwartkopmeeuw heeft geen donkere uiteinden aan de vleugels; de snavel is fors en felrood. Kop en hals zijn glanzend gitzwart, en daaraan ontleent hij zijn naam. Volgens Zien is Kennen! werd de vogel voor het eerst in 1930 in Nederland aangetroffen bij het Leersumse veld. Jarenlang bezat de zwartkopmeeuw de status van zeldzaam en schaars, zeker als broedvogel.

Sinds enkele jaren is er verheugend nieuws. Het Tjeukemeer in Friesland telt drie eilandjes, voorzien van strekdammen met grote keien. Hier broedt de zwartkopmeeuw temidden van een kolonie kokmeeuwen en visdiefjes. De eilandjes heten Tsjukepolle, Margjepolle en Oud Kerkhof. Met een zeilboot, de Valk, koersten we langs de strekdammen en vingen in de kijker deze meeuwen die een opvallend witte ring rond het oog hebben. Ze zijn prachtig met dat contrast tussen het gitzwart van de kop en het sneeuwwit van de vleugels.

freriks@nrc.nl