Zowel de minister als de crackdealer willen in de toekomst meer geld verdienen

Het is niet zo erg dat semi-overheidsmanagers meer verdienen dan de minister-president. Het probleem is dat niemand kan verklaren waarom ze meer verdienen.

Een crackdealer in Chicago verdient 7 dollar per uur, heeft een kans van 1 op 4 om te worden vermoord en woont wegens geldgebrek bij zijn moeder. Waarom zou iemand zulk gevaarlijk werk doen voor zo weinig geld? Het antwoord is beschreven door de econoom Levitt en luidt dat de crackdealer een kans heeft om bevorderd te worden tot toezichthouder of zelfs gangleider waarmee zijn inkomen zal vertien- en in tweede instantie zelfs zal verhonderdvoudigen. Binnen zijn leefomgeving is zo'n inkomen het hoogst bereikbare. Het is dus het vooruitzicht op betere tijden dat hem doet besluiten deze risicovolle job te nemen.

Een minister verdient 130.000 euro. Gedeeld door 1700 werkuren komt dat formeel neer op 76 euro per uur. In werkelijkheid zal hij meer dan 1700 uur per jaar werken en is zijn uursalaris dus veel lager. Waarom zou een kandidaatminister besluiten deze taak op zich te nemen? In het bedrijfsleven zou hij wellicht het dubbele of meer dan het dubbele verdienen.

Het antwoord is dat hij net als de crackdealer later een grote kans maakt op een hoog inkomen. Ook zal een rol spelen dat een minister genoegen ontleent aan zijn functie, wat hij beloont met een prijsverlaging op zijn geëiste salaris. De vraag is of 130.000 euro voldoende is. Immers, zou er een betere minister-president kunnen komen als het dubbele salaris geboden wordt? Een minister-president en regeringsploeg die de innovatie zouden weten aan te wakkeren, waardoor we in plaats van 1procent 3 procent economische groei realiseren? U zult zeggen: meteen doen. Dit nu raakt het hart van de discussie over het salaris van semi-overheidsmanagers dat niet hoger mag zijn dan dat van de minister-president.

In dat verband is het volgende dilemma interessant. Een ziekenhuis heeft twee kandidaten voor de post van voorzitter van de Raad van Bestuur. De ene, een voormalig wethouder gezondheidszaken, vraagt 100.000 euro. De tweede is een arts binnen een maatschap. Hij verdient thans 200.000 euro en is bereid om voor 180.000 euro de taak op zich te nemen. De reactie zal zijn: dan nemen we dus de eerste. Maar de eerste kiest net als de crackdealer voor `de lage beloning', omdat dat het beste is wat hij kan bereiken in het geheel van voor hem beschikbare alternatieven. Wanneer het salaris van de minister-president als referentiepunt wordt genomen, dan kwam de arts niet in dienst want zijn eis ligt veel hoger. Echter, indien de arts door zijn kennis meer patiënten tegen dezelfde kosten kan bedienen dan de oud-wethouder zou kunnen, is de keuze niet meer zo eenvoudig. Dan zou toch voor de arts gekozen worden, zodra via hem gegenereerde extra maatschappelijke opbrengsten meer bedragen dan zijn hogere salariskosten.

En daar zit het probleem. Het punt is niet dat de semi-overheidsmanagers te veel of te weinig verdienen, het punt is dat niemand op een verifieerbare wijze kan verantwoorden waarom zij meer of minder verdienen dan de minister-president.

Wat er dus moet gebeuren is dat met managers die meer dan de minister-president willen verdienen, afspraken gemaakt moeten worden over te bereiken doelen die verifieerbaar zijn.

Dat kan via de Raad van Toezicht bij semi-overheidsbedrijven en Raden van Commissarissen bij ondernemingen. Voorzover zij in staat zijn om goede managers aan hun bedrijf te binden tegen torenhoge salarissen, heb ik daar vrede mee. Iedereen gaat er dan immers op vooruit.

Maar in het geval van een zwakke Raad van Toezicht (zoals de verdeel-en-heerscommissies bij woningbouwcorporaties) moet het salaris van de minister-president als maximum gehanteerd worden met als gevolg dat dan nooit de beste man/vrouw op de juiste plaats komt.

Op basis van mijn criterium zouden alle bestuursleden van woningbouwcorporaties terugvallen op het salarisniveau van de minister-president.

Het ware beter wanneer de Tweede Kamer zich bezighoudt met de kwaliteit van toezicht. Dan hoeven de leden zich niet langer te schamen voor niet te verantwoorden salarissen. En minister Zalm doet er beter aan te letten op de kwaliteit van het toezicht dan een eigen commissie in te stellen die salarissen van semi-overheidmanagers moet accorderen.

Hoogleraar accounting aan de Universiteit van Tilburg.