Webcongres: Kunnen we de spelling niet met rust laten?

Na tien jaar wordt er alweer gesleuteld aan de Nederlandse spelling. De deelnemers aan het Webcongres zijn verdeeld over de vraag of dit wel nodig is.

Het wordt al bijna een 10-jarige traditie van de Nederlandse Taalunie om via het Groene Boekje en een nieuwe editie van de Dikke Van Dale (later dit jaar) veranderingen in de spelling van het Nederlands door te voeren. Wekte de toevoeging van de tussen-n ('pannenkoek') tien jaar geleden veel wrevel, nu zijn, door aanpassingen daarin, velen echt het spoor bijster. Is het niet beter, zo luidde deze week de vraag aan het Webcongres, de spelling van onze taal gedurende een langere periode maar gewoon met rust te laten?

De spellingswijzigingen en aanvullingen in de Nederlandse taal, zoals die deze week zijn gepresenteerd, kunnen niet op veel bijval rekenen van de leden van het Webcongres. De helft bleek voorstander te zijn van de stelling dat het Nederlands hooguit eens in de vijftig jaar mag worden veranderd. Maar bij de andere helft, de tegenstanders, stemt lang niet iedereen in met de huidige gang van zaken.

De meeste 'oneens'-stemmers achten de taal te `levend' om de spelling ervan slechts elke halve eeuw te herzien. Verder wordt veelvuldig gewezen op de multiculturele samenleving en de toename van technische termen, die een frequente herziening van de Nederlandse woordenlijst rechtvaardigen. ,,Als het Groene Boekje niet met zijn tijd meegaat, zal het zijn waarde en nut verliezen'', waarschuwt bijvoorbeeld Erik van Bergeijk uit Utrecht.

Andere tegenstanders wijzen op het feit dat te vaak en angstvallig wordt vastgehouden aan wat geldt als 'correct' Nederlands. ,,Het nationale dictee bewijst elk jaar weer dat geen Nederlander, Vlaming of Surinamer erin slaagt om foutloos te spellen'', schrijft Peter Smets te Voorburg. Hij pleit voor het 'periodiek veranderen' en 'fonetischer maken' van het Nederlands. Je moet elk decennium veranderingen doorvoeren, dunkt ook Philip Wijers uit Heemstede. ,,Jammer alleen dat de deskundigen er zelden in slagen de spellingregels voor de gebruiker logischer en gebruiksvriendelijker te maken'', stipt hij daarbij aan.

Diezelfde deskundigen moeten het ook ontgelden in de bijdrage van Frankwin van Dieren uit Barcelona: ,,De wijzigingen van nu lijken eerder bezigheidstherapie voor neerlandici dan een nuttige verrijking van de taal. (...) Terwijl het Duits maar zelden wijzigingen doorvoert.'' Met een aantal andere leden van het Webcongres concludeert Michiel Bontebal uit Amsterdam dat de spelling van het Nederlands te ingewikkeld is: ,,De spelling moet eenvoudiger. Schrappen van anachronistische regeltjes die niemand nog begrijpt. Alleen zo kan de taal door een brede laag van de bevolking begrepen worden.''

,,Het is nogal onzinnig dat, zoals sinds begin vorige eeuw het geval was, gebruikers zich tijdens hun leven vier of meer spellingen moeten eigen maken'', formuleert Alice van Gilst uit Oosterbeek het belangrijkste argument van de 'eens'-stemmers. ,,Uit alle wijzigingsvoorstellen haal ik zeker niet de motivatie om de leerbaarheid van het Nederlands voor anderssprekenden te verbeteren'', voegt Wilko Pels uit Amsterdam daaraan toe. J.W. Muller uit Zeist wijst erop dat taalvernieuwing niet hetzelfde is als spellingsvernieuwing en pleit ervoor nieuwe woorden toe te voegen maar de spelling van de bestaande woorden onverlet te laten.

,,Italianen en Engelsen hebben als voordeel dat ze ook oude teksten kunnen lezen'', merkt A. Blankert uit Amsterdam op. Voor Nederlanders is een tekst van zeventig jaar oud al heel vreemd om te lezen. ,,Zo lang de uitspraak niet extreem gaat afwijken van de huidige spelling'', concludeert hij, ,,hoeft de huidige spelling niet meer te worden aangepast.'' ,,Ik wil graag kunnen lezen zonder hulp van een verouderd woordenboek wat er vijftig jaar geleden geschreven werd'', vindt ook Marco Bottaro uit Leiderdorp. Er is nu geen touw meer aan vast te knopen, stelt Herman Hierbrink uit Sint-Oedenrode vast: ,,Ik ben gepensioneerd, maar word te veel lastig gevallen door overijverige mensen die almaar mijn spelling willen `verbeteren'.'' En de 76-jarige Hans Erwich, die al veertig jaar in de Verenigde Staten woont, herkent zijn eigen taal niet meer in `Hollandse kranten' en op `de Hollandse radio': ,,Met afgrijzen zie ik en hoor ik dat de Nederlandse taal verbasterd wordt door onder meer een hoog percentage Engelse woorden.'' Hij bepleit dan ook een aanpassing eens per generatie opdat er niet te veel `trendy' woorden in het idioom sluipen.

F.W. Hoeksema uit Enschede vindt zelfs dat de spelling `helemaal niet' meer gewijzigd mag worden: ,,Er worden aan een levende taal nieuwe woorden toegevoegd terwijl oude in onbruik raken. Maar van traditionele taalstructuren en -constructies blijf je gewoon af. (...) De spelling dient beschermd te worden tegen spellingshervormers, taalcommissieprofessoren en schijnlogici.'' ,,Spelling is geen academisch proefproject'', onderschrijft Erik Hulsman uit Den Haag. ,,Bijwerken van de woordenlijst met nieuwe woorden volstaat.''

De 'buitenlander' Nigel Lamb uit Den Haag vindt de wijze waarop Nederlanders met hun taal omgaan `nogal vreemd' en meent dat de commissie die de nieuwe woordenlijst samenstelt ,,geen flauw benul'' heeft van de werkelijkheid: ,,De gewone man op straat wil een deugdelijk systeem zonder al te veel uitzonderingen.'' ,,De spellingscommissie moet billenkoek krijgen'', meent Hans Leutscher. ,,BilleNkoek, want op beide billen. Of is dit niet correct?''