Vijf misvattingen over de Nederlandse economie

Nederland spaart te veel, besteedt te weinig en de vergrijzing is een loden last. Nee hoor, de huishoudens geven meer uit dan zij verdienen. Hun rijkdom groeit. Nederland is een renteniersland.

De consumenten hebben geen vertrouwen in economie en/of kabinet en zij sparen liever dan zij consumeren.

Dit is wel de meest hardnekkige mythe van de Nederlandse economie. Daags voor kerst 2004 riep president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank in het tv-programma Buitenhof de consumenten op meer geld uit te geven in plaats van al dat spaargeld maar op te potten. Minister Gerrit Zalm van Financiën zou het later nog eens herhalen. En ook in de Tweede Kamer bestaat het beeld dat burgers geen geld durven uit te geven, omdat zij zo weinig vertrouwen hebben in het kabinet. Maar wat is het verband tussen een onvoldoende rapportcijfer voor Balkenende en het niet kopen van een bankstel?

Inderdaad, dat verband is er niet. Consumenten zijn somber over de economie, met een historisch laag cijfer voor het consumentenvertrouwen, maar zij consumeren wel volop. Sterker nog: zij consumeren meer dan zij als inkomen ontvangen, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vier weken geleden in De Nederlandse economie in 2004. Voor Zalm, die de betreffende CBS-publicatie in ontvangst nam, was dat een verrassing. De minister op zijn weblog: ,,Nieuw inzicht is dat – in tegenstelling tot de eerdere gedachten – gezinnen niet meer zijn gaan sparen maar zelfs meer hebben uitgegeven van hun inkomen.'' De consumenten gaven in 2004 ruim 5 miljard euro meer uit dan zij aan inkomsten ontvingen. Dat deden zij in 2003 overigens ook al. Toen ging het om ruim 2 miljard euro.

Maar wat is de essentie van de CBS-cijfers over de consumptie? Nederland geeft niet alleen meer uit. Nederland spaart ook meer. Het gemiddelde bedrag dat een huishouden op een spaar- of betaalrekening heeft staan, stijgt sinds 2000 ongekend. Jaarlijks komt er 2.000 euro bij. In 2000 was het 9.400 euro, nu is het bijna het dubbele: 18.400, meldde De Nederlandsche Bank onlangs in haar bericht over het derde kwartaal. Het laatste CBS-cijfer: eind augustus hadden Nederlanders samen 210.621.000.000 euro op spaarrekeningen. Dat is nog eens rijkdom: én meer sparen én meer uitgeven.

Het schrale beleid van minister Zalm knijpt de economie af.

Dit is de pendant van de vorige misvatting. Maar helaas. Minister Zalm knijpt niets af, hij geeft al jaren meer uit dan het kabinet aan inkomsten ontvangt. Dit jaar is het financieringstekort van de rijksoverheid 9,5 miljard euro, in 2006 is het bijna 10 miljard. Maar er is één cruciaal verschil met de consumenten die ook meer uitgeven dan zij verdienen. Zalm moet extra schulden maken om zijn uitgavenpatroon vol te houden. De consumenten teren niet in op hun financiële vermogens.

Maar dan wordt de staatsschuld wel een loden last.

Wie naar de uitgaven van de overheid kijkt, ziet inderdaad een stijgend bedrag aan rentekosten. Het komende jaar is dat 9,5 miljard euro, meldde minister Zalm in de begroting 2006 op prinsjesdag. Maar kijk naar het totale bedrag van de schuld, en het beeld wordt toch wat minder somber. De staatsschuld volgens de zogeheten EMU-definitie was eind 2004 215 miljard euro. En kijk dan eens naar de bedragen die per eind 2004 op spaarrekeningen en deposito's van alle Nederlanders tezamen stonden: 220 miljard euro. Je kunt de totale schuldenlast van Nederland bij wijze van spreken wegstrepen tegen al het spaargeld. In werkelijkheid kan dat niet, maar wie de staatsschuld als boeman opvoert, zou het spaargeld er wel naast mogen zetten. En dan houdt Nederland nog zijn effecten over, en zijn pensioengeld, en zijn eigen huizen.

Het vrolijke volkskapitalisme is verleden tijd.

Sinds in maart 2000 zo'n 180.000 gretige beleggers van een koude kermis thuiskwamen met hun nieuw verworven World Online-aandelen, zit de klad in het volkskapitalisme. Wie heeft het op verjaardagen nog over opties, of de beurs? Toch is het aantal huishoudens dat direct zelf in aandelen of beleggingsfondsen belegt ,,in 2005 fors hoger'' dan in 1995, concludeert De Nederlandsche Bank op basis van onderzoek naar het geldbeheer van Nederlanders. Dat onderzoek verdeelt Nederland in vijf groepen, die elk 20 procent van de huishoudens omvatten, in oplopende volgorde van inkomens. Vooral onder lagere inkomens is de deelname in beleggingsfondsen en aandelen ,,sterk gestegen''. Van de groep met de laagste inkomens belegt 9 procent in aandelen en 11 procent in beleggingsfondsen. Dat was tien jaar geleden 3 procent respectievelijk 6 procent. Bij de middelste groep liggen de percentages nog een stuk hoger, maar is de groei van het `volkskapitalisme' lager. In aandelen belegt 12 procent van de middeninkomens (was in 1995: 8 procent), in beleggingsfondsen zelfs 22 procent (was 12 procent).

De vergrijzingskosten worden een nachtmerrie.

De toekomst is altijd ongewis. Hoe staat Nederland ervoor? Dit jaar betalen de Nederlanders samen bijna 60 miljard euro voor hun huidige en toekomstige oude dag. De bulk daarvan zijn de pensioenpremies die werknemers en werkgevers afdragen (30 miljard euro). Daar komen nog verzekeringspolissen bij (ruim 6 miljard inleg). En natuurlijk de AOW-premies: 23 miljard euro.

En hoeveel heeft Nederland nog achter de hand? Anders gezegd: wat is het totale financiële vermogen, minus (hypotheek)schulden, van de huishoudens samen? 1.848.700.000.000 euro. Maar bedenk daarbij: het vermogen is niet gelijk verdeeld. Tegenover heel vermogende mensen, zoals geslaagde ondernemers in het Gooi of genieters van `oud geld' in de Achterhoek, staat schrille en stille armoede in verzorgingshuizen en achterstandswijken.

Uit de cijfers van het CBS blijkt ook dat de huishoudens de beurskrach van 2001 en 2002 al weer te boven zijn. En dat geeft mede de verklaring voor de paradox dat Nederland meer spaart en tegelijkertijd meer uitgeeft dan zij verdient. Een deel van de huishoudens kan zich dat permitteren dankzij de opbrengsten op zijn beleggingen. Dat is het verschil met tien, vijftien jaar geleden. Maar de politieke beleidsmakers hebben nog een tweedimensionaal beeld: het zogeheten inkomensplaatje. Burgers verdienen geld (werk of uitkering), en zij geven dat weer uit als consument. Als de economie in het slop zit, is de remedie à la Zalm en Wellink: de mensen in het land moeten meer consumeren.

Maar de burger zelf denkt en handelt in drie dimensies: als geldverdiener, als consument en als vermogensbeheerder. Je zou het misschien niet zeggen, maar Nederland is in de jaren negentig dankzij de beurshausse, het `volkskapitalisme', het verplichte pensioensparen en stijgende huizenprijzen een renteniersnatie geworden. Dat betekent dat veranderingen in de rente en de aandelenkoersen, door hun invloed op huizenprijzen, pensioenen en beleggingen, meer invloed hebben op het welvaren van het doorsnee huishouden en diens consumptieve uitgaven dan bijvoorbeeld loononderhandelingen.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het kader Twee vragen, weinig juiste antwoorden (15 oktober, pagina 23) zijn de foto's van ABP-directielid Dick Sluimers en directeur Coen Teulings van Stichting Economisch Onderzoek omgewisseld. In de bijbehorende grafiek over het financiële vermogen van Nederlandse huishoudens is het groeipercentage van het spaargeld niet goed leesbaar. De groei sinds 2001 is 34 procent.