Spieren van te zware mensen houden hun vet extra goed vast

Bij veel te dikke mensen is een enzym dat de vetzuurafbraak in de spieren afremt, minstens twee keer zo actief als bij mensen met een normaal gewicht. Dat verklaart wellicht waarom het voor te zware mensen zo moeilijk is om af te vallen, ook al zijn ze flink aan het diëten (Cell Metabolism, 12 okt).

Amerikaanse onderzoekers vergeleken de enzymatische reacties in spierweefsel van normaal gebouwde met dat van extreem dikke vrouwen. De laatsten hadden een body mass index hoger dan 35; bij een lengte van bijvoorbeeld 1,70 m wegen ze dan meer dan 101 kg. In de spieren van de dikke vrouwen waren onder de microscoop talloze vetdruppels te zien die in normale spieren ontbraken.

In de biopten van de spiercellen maten de onderzoekers de activiteit van 16 genen die bij de vetstofwisseling betrokken zijn. Alleen het gen SCD1 was bij overgewicht noemenswaard van activiteit veranderd. Dit gen codeert voor een enzym dat ervoor zorgt dat de meeste aangevoerde vetzuren in vetmoleculen (triglyceriden) worden opgeslagen. Zo kunnen ze moeilijker worden afgebroken. Dat de verhoogde genactiviteit voor de vetophoping zorgt, bleek toen de onderzoekers in spierweefsel van gezonde mensen extra exemplaren van het SCD1-gen actief lieten worden. Het spierweefsel met de extra genen kreeg al snel alle kenmerken van het spierweefsel van te dikke mensen.

Restte de vraag of de verhoogde genactiviteit het gevolg is van genetische aanleg of van een reactie op de stress van het overgewicht. De laatste optie is het waarschijnlijkst, menen de onderzoekers. Hun proefpersonen kwamen uit de hele VS waren afkomstig uit verschillende etnische groepen. Daardoor is het onwaarschijnlijk dat de deelnemers met overgewicht eenzelfde genetische afwijking in het SCD1-gen hadden. Bovendien is bekend dat vetzuren zich makkelijk kunnen binden aan allerlei transcriptiefactoren, eiwitten die de activiteit van genen kunnen beïnvloeden.

Intrigerend is dat de verhoogde genactiviteit blijvend is. Jonge spiercellen uit de diverse monsters die apart werden opgekweekt behielden de kenmerken van het weefsel waar ze uitgehaald waren. De herprogrammering van de vetstofwisseling berust dus niet uitsluitend op een dieet uit het verleden. De onderzoekers richten zich nu op de vraag welke factoren verder van belang zijn. Ook willen ze weten of en in hoeverre lichaamsbeweging helpt om de blijvende vetaccumulatie tot staan te brengen.