Samenwerking cultuur en bedrijfsleven

Het kabinet gaat 15,4 miljoen investeren in een nauwere relatie tussen het bedrijfsleven en de culturele sector. De economische waarde van de Nederlandse cultuur moet beter worden benut.

Dat staat in de nota Cultuur en Economie, die gistermiddag in de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag werd gepresenteerd op een gezamenlijke persconferentie van staatssecretarissen Medy Van der Laan (Cultuur en Media) en Karien van Gennip (Economische Zaken). De titel van de nota is Ons Creatieve Vermogen; voornaamste doel is om de banden tussen het bedrijfsleven en de culturele sector in Nederland verder aan te halen.

De culturele sector biedt volop ,,economische kansen'', aldus de brief: er zijn in Nederland meer dan 230.000 banen mee gemoeid, een creatieve uitstraling in het buitenland trekt toeristen en ondernemers aan, en een kunstzinnig ontwerp verhoogt de waarde van elk product.

,,We moeten trotser zijn op wat we hebben'', aldus Van Gennip. ,,Doordat Rem Koolhaas in China een beroemd architect aan het worden is, wordt Nederland op de kaart gezet als een innovatief en creatief land. Dan komen er vanzelf meer Chinese ondernemers hierheen.''

Bij zowel het bedrijfsleven als de culturele sector moet een ,,mentaliteitsverandering'' plaatsvinden, aldus de bewindslieden. De kloof die nog steeds bestaat tussen het denken in culturele en economische termen moet worden gedicht. Van der Laan: ,,Toen ik twee jaar geleden het cultureel ondernemerschap heel expliciet als ambitie naar voren schoof, zag je nog hele schokgolven door de culturele sector gaan. Men dacht: ze verkoopt ons aan de economie. Dat tij is gekeerd. Culturele instellingen zijn nu vaak trots op hun ondernemerschap.''

De plannen, waarvoor in totaal 15,4 miljoen euro is vrijgemaakt, vallen in vijf delen uiteen. Het grootste bedrag, 8 miljoen euro, is voor een zogenaamde `Creative Challenge Call'. Bedrijven die een projectvoorstel indienen dat ,,nieuwe netwerken [tussen bedrijfsleven en cultuur, red.] vormt of bestaande versterkt'' kunnen van het Rijk een eenmalige financiële bijdrage krijgen. Om wat voor projecten het precies gaat, is nog niet duidelijk. In de brief worden ,,virtuele platforms, projecten en tentoonstellingen'' als mogelijkheden genoemd.

Ook komt er geld voor een nieuw op te richten bureau voor cultuurmecenaat (6 ton), moet de positie van de auteur binnen het auteurscontractenrecht worden versterkt (7 ton) en moet Nederland zich ,,middels kleine incidentele impulsen'' wereldwijd meer als creatief land gaan profileren. In het kunstvakonderwijs en bij gesubsidieerde instellingen wordt het ondernemerschap verder gestimuleerd (1 miljoen euro).

Volgens Van der Laan staan de maatregelen los van de bestaande culturele subsidies. ,,Ik heb altijd gezegd: goed gedrag mag niet worden bestraft. Ondernemen en subsidie aanvragen sluiten elkaar niet uit. Maar het hoogste doel van een kunstenaar in dit land mag niet meer zijn om een staatssubsidie te krijgen. Hij moet economisch integreren en zich zo een plek in de maatschappij zien te verwerven.''