Popmuzikaal extremisme

Voor sommige mensen is popmuziek een levensvervulling, ziet Joost Zwagerman. Nee, een religie - niet minder dan dat

Twee incidenten in één en dezelfde cd-winkel. Ik kocht een compilatie-cd van de inmiddels obscuur geworden new wave-groep Magazine. Een man van mijn leeftijd met ringbaardje en Chabot-bril zag me staan met het cd-hoesje en zei: ,,Met die verzamelaar heb je denk ik de helft van de drie eerste Magazine-platen. Het meeste komt volgens mij van Secondhand Daylight.'' Dat was natuurlijk heel hulpvaardig, maar de man gaf me informatie op de toon van de expert en encyclopedist die geen tegenspraak duldt.

Het tweede gesprekje speelde zich af in dezelfde winkel, maar nu op de afdeling dance, met achter de toonbank telkens weer andere jongens van begin twintig. Ze zijn verkoper, maar hun kracht is dat ze eigenlijk ook halve dj's zijn. Eén van die twintigers zette na The Thievery Corporation en Herbert zomaar ineens iets op van bijna twintig jaar geleden: `A Forest' van The Cure, van Seventeen Seconds. De schrille gitaar van Robert Smith pinkelde de winkel in. ,,Dat is wel een heel oudje'', zei ik tegen de jongen. Het was bedoeld als een even onschuldige als vrolijke opmerking, maar de jongen kromp ineen alsof ik hem had aangesproken op een onvergeeflijke misstap. Met snelle bewegingen verruilde hij `A Forest' voor iets ultrahips dat ik niet herkende.

Voor wie een popvrij bestaan leidt, zijn dit futiele voorvallen zonder bijbetekenis. Maar wie High Fidelity van Nick Hornby heeft gelezen, zal beide gesprekjes misschien herkennen als twee typische High Fidelity-momenten. High Fidelity is Hornby's `popmuziekroman' uit 1995. Hoofdfiguur is de vijfendertigjarige Rob Fleming, eigenaar van een zieltogende platenzaak. Rob heeft twee verkopers in dienst, Barry en Dick. Voor alledrie geldt: popmuziek vormt hun reden van bestaan. Alles wat ze denken, voelen en meemaken moet worden geduid en verwerkt in termen van popmuziek. Het opzetten in de zaak van het verkeerde liedje van de verkeerde muzikant op het verkeerde moment is in dat verband een halsmisdrijf. En wanneer een smaakverschil aan de dag treedt, wordt dat uitgevochten alsof het een kwestie van leven en dood is.

Ze komen veel en vaak voor, mannen als Rob uit High Fidelity die zijn blijven hangen in hun adolescentenfanatisme over pop. In onschuldige versie vind je ze terug als kandidaat in het NPS-programma Popquiz à Gogo. Dit soort mannen vist, tenminste in Hornby's roman, altijd achter het net bij de vrouwen. Hooguit vallen ze in de smaak bij de allergeduldigsten onder hen, die bovendien bereid zijn hun man te beschouwen als een eeuwige veertienjarige. Zulke vrouwen vinden het eerst nog wel vertederend dat ze een onverbeterlijke popfanaat hebben leren kennen. Maar zodra blijkt dat die hartstocht kan omslaan in een beklemmende tirannie over de eerste de best popmuzikale trivialiteit, is de vertedering snel weg. In High Fidelity vaart Rob bijvoorbeeld uit tegen zijn vriendin omdat ze van Art Garfunkel én van Solomon Burke houdt. ,,Dat is alsof je zegt dat je zowel de Israëli's als de Palestijnen steunt.'' Op zich niet ongeestig gezegd, maar het treurige is dat er de facto voor Rob geen moreel verschil bestaat tussen het reële Israël-Palestina-conflict en het hobbyisme-vraagje over Garfunkel en Burke.

Tegen het einde van High Fidelity is er nog maar weinig over van de aanvankelijk hartveroverende jongen van vijfendertig. Want dan is het duidelijk geworden wat deze zelfbenoemde pop-experts óók kunnen zijn: wereldvreemd en onvolwassen, ongezond obsessief, neurotisch en autistisch tegelijk, en met heel hun neurose ook nog eens regelmatig pathetisch.

Types als Rob zitten zichzelf nog wel het meest in de weg, omdat ze vaak weigeren te erkennen dat zijzelf nooit zullen beantwoorden aan de rock'n'roll-eisen die zij anderen fanatiek opleggen.

Omdat in iedere popliefhebber van, zeg, vijfendertig en ouder wel een kleine `Rob' schuilgaat, was en is het lezen van High Fidelity een schaamtevolle ervaring. Neem Robs gefrut en gescharrel met zijn platenverzameling. Dagen kan hij doorbrengen met het herordenen van zijn platen: op alfabet, op genre, op voorkeur, op jaartal, op producer en plaats van opname desnoods. Oei. Heel herkenbaar, dat loze fanatisme waarmee je je cd's wilt ordenen. Om me te beperken tot de letter U: U2, Underworld, UsS 3 en URBS vormen natuurlijk samen een zootje ongeregeld. Zo op alfabet geplaatst zijn het ongewenste buren van elkaar, de ene U-artiest zal van de ander gruwen, en staand voor je collectie voel je je een beetje als de Job Cohen van je cd-verzameling, wanhopig pogend de boel bij elkaar te houden, terwijl in werkelijkheid die boel wel onvermijdelijk in grimmige tegendelen uit elkaar valt. Sterker nog: om een andere U-band, Uriah Heep, moet je natuurlijk een cordon sanitaire inrichten (om maar eens een High Fidelity-uitspraak te doen). Kortom: wie als volwassene nog erg veel van popmuziek houdt, zal zich moeten inspannen om de Rob in hem tot bedaren te brengen en incidenteel zelfs aan de ketting te leggen.

Op internet hoef je dankzij de explosieve groei van weblogs en chatgroepen niet lang te zoeken naar virtuele High Fidelity-momenten. Zoals de omgangsvormen op internet vaak een megafoonversie van de werkelijkheid vormen, zo zoeken ook op Nederlandse weblogs de popfanaten elkaar op om in gedeelde superioriteit iedereen de huid vol te schelden die in hun ogen niets heeft begrepen van écht goeie popmuziek. Dat is, zoals verwacht, vrijwel de gehele mensheid, minus hun eigen cercle.

Rob, Dick en Barry in High Fidelity werden in hun monomanie nog op fluwelen manier gecorrigeerd door de mensen die zij in en buiten hun winkel ontmoetten, maar op internet heeft de kaste van de zelfbenoemde pop-experts zich adequaat geïsoleerd van de verachtelijke oningewijden. Elkaar oplierend in hun chatgenootschapjes zie je hoe de pop-fanaten zich feller en maniakaler voordoen dan ze in werkelijkheid zullen zijn - althans, dat hoop je dan maar. Rob grijpt zich in High Fidelity nog in vertwijfeling naar het hoofd als zijn vriendin tegen hem zegt op een verloren uurtje graag iets van Simply Red te draaien. Op die weblogs voor en van popfanaten wordt zo iemand als Laura direct virtueel gekielhaald en geschandpaald. In het megafoon-domein dat internet heet hebben op de daartoe geëigende sites opmerkelijk veel popfanatici zich geradicaliseerd tot je reinste popfundamentalisten. Even netsurfen en Nick Hornby heeft materiaal voor vervolg op High Fidelity dat heel wat minder goedmoedig zal uitpakken.