Ouderwetse vrouwelijke koketterie lijkt onuitroeibaar 1

Elsbeth Etty's Moenenlezing levert kritiek op de godsdienst om de onderdrukking van vrouwen te beëindigen (Opiniepagina, 6 oktober). Haar feministische zendingsdrift is echter voor CDA-vrouwen neerbuigend: in haar enkelvoudige oog zijn zij afhankelijk of dom.

Het religieuze fundamentalisme is het werkelijke kwaad in Mariken van Nieumeghen. Zonder Etty's ideologische bril zie je, dat Mariken zich tussen twee vrouwen beweegt, Maria en haar tante. Doordat Mariken door haar tante verrot gescholden wordt in Etty's karikatuur een woordenwisseling valt zij in handen van loverboy Moenen. Hij wil haar zonder de onbezoedelde Maria, de vrouw voor alle katholieken. Die geëngageerde tante is door het lint gegaan in een verhitte politieke discussie met Nijmeegse vrouwen.

Emmeken wil, zoals Faust, alles weten. Maar universele kennis bevat nog een `religieus virus': retorica herinnert zij zich komt van de Heilige Geest. De leergierige Emmeken raakt haar ouderwetse vrouwelijkheid niet kwijt: `in alle dingen te leren verfraai ik'.

In een bordeel voert zij vele mannen naar de afgrond. Maar ze denkt terug aan tante en de Nijmeegse markt met de wagenspelen van de kerk om zielen te redden. Maria's bemiddeling helpt en haar oom, een duivelbanner, voert `Maaiken' naar Rome. De paus is bij de tijd en rekent met de reformatorische genade.

Etty ziet in Mariken zonder vrouwenhandelaar Moenen een gekooid zieltje. Dan is kennis zonder kleren veel beter dan een sluier zonder kennis. Toch houden we ook bij Etty een klassiek vrouwelijk motief over. Nietzsche noemde de emancipatie de make-up van de vrouw. Mariken toont hoe onuitroeibaar vrouwelijke koketterie is.