Oslo blijft boren in Barentsz Zee

Verhoging van de uitgaven voor sociale voorzieningen, bevriezing van privatisering van overheidsdiensten, terugtrekking van militairen uit Irak en doorgaan met omstreden olieboringen in de Noordelijke IJszee. Dat zijn enkele van de opvallende voorstellen van de nieuwe Noorse regering, die volgende week zal worden beëdigd.

De leider van de Noorse sociaal-democraten, Jens Stoltenberg (46), die premier wordt, sprak van een ,,historische dag'', omdat Noorwegen voor het eerst in twintig jaar weer een meerderheidsregering heeft. Stoltenbergs sociaal-democraten regeren samen met de Centrum Partij (een boerenpartij met een `groen' karakter) en met Socialistisch Links.

Bij de parlementsverkiezingen behaalden de drie partijen vorige maand gezamenlijk 88 van de 169 zetels. In het verleden weigerde de Noorse sociaal-democratische partij, al decennialang de grootste partij van het land, om coalities te vormen. Omdat het Noorse parlement, de Storting, niet tussentijds ontbonden kan worden, zijn minderheidsregeringen in Noorwegen over het algemeen redelijk stabiel.

Al een paar dagen na de parlementsverkiezingen maakte Stoltenberg duidelijk dat hij de twintig Noorse militairen die nog in Irak werken – bij de Britten en de Polen, en als instructeurs voor het Iraakse leger – zou terugtrekken. Ook in zijn Afghanistan-beleid wil Stoltenberg meer afstand nemen van de Verenigde Staten. Deelname aan de (Amerikaanse) missie Enduring Freedom wordt per 1 januari gestaakt, deelname aan de NAVO-missie in Afghanistan wordt gewoon voortgezet.

Opvallend is het besluit van de komende regering om door te gaan met het zoeken naar olie in de Barentsz Zee. Socialistisch Links is tegen, uit vrees voor milieuschade in het gebied, maar heeft niet zijn zin gekregen.

Wel zal de nieuwe regering meer geld uitgeven voor sociale voorzieningen. Met deze belofte hebben de linkse partijen de verkiezingen gewonnen. Veel Noren waren ontevreden dat een rijk land als het hunne – volgens een recent onderzoek het rijkste land ter wereld – toch kampt met wachtlijsten in de gezondheidszorg, met financiële problemen voor ouderen en gebrek aan betaalbare plaatsen in kinderdagverblijven.

De centrum-linkse regering van Stoltenberg zal echter net als de huidige regering een groot deel van de olie-inkomsten, waaraan Noorwegen veel van zijn rijkdom dankt, in een fonds storten voor toekomstige generaties.

Het extra geld voor sociale voorzieningen zal worden gevonden in een verhoging van de inkomstenbelasting en een nieuwe belasting op beleggingswinsten. De leider van de Socialistisch Linkse Partij, Kristin Halvorsen, zal dit beleid als minister van Financiën gaan uitvoeren.

De Centrum Partij hecht veel belang aan bescherming van Noorse producten tegen import uit het buitenland. De partij aarzelt nog over goedkeuring van een wet op het huwelijk met gelijke rechten voor homoseksuelen.