Nucleair tijdperk 2

In een reactie op een interview met Prof Van der Hagen (NRC Handelsblad, pagina wetenschap, 27 sept.), stelt A. Kamphorst dat toepassing van kernenergie onwenselijk is (W&O 8 okt.). Daarentegen zouden wij moeten inzetten op geboortebeperking en verdeling van welvaart. Dit laatste ben ik met de schrijver eens, maar met dezelfde uitgangspunten kan ik niet anders concluderen dan dat kernenergie onontkoombaar is.

De geschiedenis laat zien dat geboortebeperking niet van bovenaf opgelegd kan worden. Een goed voorbeeld is China. Door de massale ontduiking van de één-kind politiek op het platteland groeit de bevolking met enkele honderden miljoenen tot 2025. Daarentegen blijkt dat in regio's die wel profiteren van de toenemende welvaart de bevolkingsgroei sterk afneemt. Willen wij de aarde op lange termijn duurzaam beheren, dan zullen wij op korte termijn welvaart moeten verspreiden onder arme landen. Dit zal onherroepelijk leiden tot een forse toename van het mondiale energieverbruik. Het zou onverantwoordelijk zijn erop te vertrouwen dat we dat volledig kunnen opvangen met fossiele brandstoffen, energiebronnen met een lage energiedichtheid zoals zon en wind, energiebesparing, of energiebronnen met een zeer lang ontwikkeltraject zoals kernfusie. Juist daarom moeten wij in het Westen kiezen voor kernenergie, zodat de alternatieven overblijven voor de Derde Wereld. Alleen dan kunnen we de bevolkingsgroei temperen en komen tot een duurzame samenleving.

Het tweede bezwaar van Kamphorst, het filosofische argument dat latere generaties worden belast met langlevend radioactief afval terwijl daar geen nut tegenover staat, gaat mank op zowel de overdrijving van de belasting als de ontkenning van het nut.

Kernafval dat ligt opgeslagen in de diepe ondergrond kan slechts op twee manieren daadwerkelijk tot een belasting worden. De eerste is dat latere generaties tijdens een zoektocht naar mineralen op het kernafval stuiten (bijvoorbeeld doordat ze niet op de hoogte zijn van de locatie van de mijn). Dit zal wellicht tot enkele slachtoffers leiden, maar een technologisch hoogstaande maatschappij die honderden meters diep kan boren, zal zeker kunnen omgaan met de dan ontstane situatie. In het tweede scenario komt grondwater in contact met de mijn en zullen de langlevende nucliden zich na een langdurig diffusieproces dat sterk verdunnend werkt, verspreiden in de biosfeer. Ook in deze situatie blijft de maximale belasting voor latere generaties ver onder de variaties in de natuurlijke achtergrondstraling.